In Busovaca lopen de lammeren door afgebrande huizen

BUSOVACA, 18 MAART. Volgens Cornet Schoonderwalt wordt het hier lente. Tussen de uitgebrande en geplunderde huizen van moslims lopen lammetjes. Op de markt in dit door Kroaten beheerste gedeelte van Bosnië wordt alweer flink gehandeld. Boeren rijden op karretjes met kleine paardjes zonder vergunning hun mest naar het land. En bij versperringen zwaait de militie in plaats van te controleren. Even verderop gooien jongetjes met stenen naar het VN-busje. De Britse overste Bob Stewart, die met zijn bataljon de Nederlanders moet beschermen, roept ferm dat een ieder die een voertuig aanraakt het desnoods met zijn leven zal moeten bekopen.

Voor sommigen mag het in Busovaca dan lente worden, verreweg de grootste groep houdt zich nog bezig met de frustraties van deze winter. Bij het Belgisch-Nederlandse transportbataljon heerst onvrede over een te geringe inzetbaarheid. Overste J. de Boer van de aan- en afvoertroepen zegt op zijn hoofdkwartier "Hotel Nunspeet' in Busovaca dat de verlofregeling en de aflossing een optimaal functioneren in de weg staan. Hij stelt voor dat zijn mannen vier maanden dienen zonder verlof en dat zij beter getraind worden in het rijden onder barre omstandigheden.

Ook wil De Boer dat bij toekomstige vredesoperaties Nederland eerst kwartiermakers stuurt die voor schuilplaatsen kunnen zorgen, locaties zoeken om de transportcompagnieën onder te brengen, zo dicht mogelijk in de buurt van de beschermingsbataljons. Nu liggen de Nederlanders zeven kilometer van hun Britse beschermheren. Het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen klaagt dat het Nederlandse bataljon te weinig vrachtwagens levert. Het heeft echter weken geduurd voordat het bataljon zich kon ontplooien, de aanvoerlijnen zijn lang en de veiligheid is niet steeds gegarandeerd. Teveel chauffeurs moeten wachtlopen en zijn dan niet beschikbaar.

Majoor Patrick Custers uit Gent, plaatsvervangend commandant, maakt zich kwaad over de bestemming van de afgeleverde goederen. Nederlanders en Belgen vervoerden tot nu toe 15.000 ton voedsel, brandhout en medicijnen door Bosnië-Herczegovina. Voor de uiteindelijke distributie van de goederen stelt het Hoge Commissariaat lokale krachten aan. Custers zegt dat de meest behoeftigen onvoldoende aan hun trekken komen. “Iedere lokale kracht heeft zijn eigen wereldje dat hij wil bedienen. Dat krijgt voorrang. Zelfs bij het uitdelen van voedselpakketten passen zij etnic cleansing (etnische zuivering) toe, dat maakt je moedeloos.”

De mannen van de Bravo Compagnie dachten dat bij hun tochten over "geitenpaden en haarspeldbochten' de lokale bevolking dankbaar zou zijn voor alle hulppakketten. Maar bij aankomst wil zij in veel gevallen dat de witte VN-vrachtwagens uit Nederland zo snel mogelijk rechtsomkeer maken. De drie partijen, Serviërs, Kroaten en moslims, beschouwen de VN in veel gevallen als de vijand, zo is hun indruk.

Patrick Custers: “De opslagloodsen in Sarajevo liggen nu vol. Straks, als het zomer is, zal de bevolking goed voor zichzelf kunnen zorgen. Het is hier in Busovaca een waar smokkelaarsnest. Dat is al eeuwen zo en daar zal geen verandering in komen. Ik verwacht dat wij het in de zomer met minder mannen kunnen doen. Maar je weet niet hoe de vrede uitpakt als hij ooit komt. Bij een barre winter zullen wij de bevolking weer moeten helpen.”

Majoor Custers noemt hollen en stilstaan de grote opgave bij deze opdracht. Het militaire apparaat is voor crisisbeheersing niet getraind. Het eist een omslag in het denken.

Overste De Boer: “Je kunt de mannen geen beloftes doen maar je moet ze zekerheden kunnen geven. Dat is in deze toestand bijna onmogelijk. Toch verdienen de mannen dat.”

Ook bij minister Ter Beek overheerst het lentegevoel over de Nederlandse inzet. “Onze transporteenheid zet een stevige prestatie neer”, concludeert hij ter plekke. Thuis liggen er nieuwe vragen van de Tweede Kamer over de toekomstige Nederlandse inspanning in deze verwoeste republiek.