Halve hond

We hebben een achterbank met een luikje, een soort doorgeefluik tussen de kofferbak en de rest van de auto. Deze voorziening schijnt te zijn getroffen voor het transport van ski's.

Rekel past er precies in, in dat luikje. Dan zit hij met zijn lijf bij de bagage en zijn kop bij de mensen. Als je ons zo ziet rijden zou je zeggen: daar gaat een vent met een halve hond.

Voor een halve hond kijkt hij anders nog verdraaid levendig om zich heen.

Hij springt er zelf in. Eerst op de rand, die tamelijk hoog zit, ongeveer ter hoogte van mijn heup. Na een moment van wankel balanceren duikt hij vervolgens de bak in. Bij het sluiten van de klep letten wij op zijn staart.

Op de heenweg geen enkel probleem. Sterke achterpoten en helemaal opgewonden van het idee dat hij wordt uitgelaten. In een wip reageert hij op mijn gebaar.

Maar op de terugweg vertikt hij het. Of het nou vermoeidheid is of onwil, ik weet het niet en ik hoef het ook niet te weten. “Toe maar, je kan het wel.” Hij werkt wanhopig met zijn ogen. Zakt door zijn poten, spant de nodige spieren en laat het toch weer afweten. “Rekel! Schiet nou eens op!”

Hondje van vijftien kilo. Kun je best tillen. Maar dat weiger ik. Als je daaraan begint bljf je tillen. Dan wordt hij oud en dan gaat hij dood. Nee, daar werk ik niet aan mee.