Goede bedoelingen alleen zijn onvoldoende; Op dat moment had Thatcher Downingstreet al verlaten, een verscheurde partij achterlatend; Het Noordkoreaanse besluit vormt niet de eerste inbreuk op dat axioma, maar wel de verst strekkende

Nogal wat internationale organisaties, instellingen en afspraken bevinden zich op de drempel van het morele en politieke faillissement. Het is opmerkelijk dat zo kort na het uitroepen van een Nieuwe Wereldorde door een Amerikaanse president een dergelijke constatering moet worden gedaan. In plaats van dat het sinds 1945 verrichte werk kon worden bekroond, is de progressie omgeslagen in een zich in versnellend tempo voortzettende regressie. De jongste aanwijzing hiervoor is de opzegging door Noord-Korea van het verdrag tegen spreiding van kernwapens, een poging uit de jaren zestig om de oligarchie der toen bestaande kernmogendheden voor de afzienbare tijd vast te leggen in de veronderstelling dat de kans op het uitbreken van een atoomoorlog op die manier zo klein mogelijk kon worden gehouden. Overigens vormt het Noordkoreaanse besluit niet de eerste inbreuk op dat axioma, maar wel de verst strekkende.

Een organisatie waarvan het falen de dagelijkse nieuwsvoorziening vult zijn de Verenigde Naties. Sinds het einde van de Koude Oorlog zijn de VN ingezet in een groeiende reeks conflicten. Al in de jaren daarvoor waren de resultaten van acties ter bevordering van de internationale vrede mager geweest, maar dat kon nog worden geweten aan de verlamming van de volkerenorganisatie door de ideologische worsteling tussen Oost en West. Nu Oost en West samenwerken in de Veiligheidsraad blijken het lokale krachten te zijn die de VN met succes dwarsbomen. In het voormalige Joegoslavië, in Somalië, Cambodja, Angola en Irak blijven resultaten uit of zijn zij op hun best omstreden.

Op geografisch beperktere schaal vormt de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa een grote teleurstelling. In geen enkel opzicht blijkt zij opgewassen tegen de gewelddadige uitbarstingen die zich binnen en tussen de lidstaten voordoen. Weer moet het vroegere Joegoslavië worden genoemd, evenals de bloedige conflicten op tal van plaatsen in de voormalige Sovjet-Unie. Ook hier ligt het niet aan het ontbreken van consensus op het hoogste vergaderniveau, maar veel meer aan de hardnekkigheid van lokale krijgsheren en aan het algemene onvermogen deze lieden tot de orde te roepen.

Hoe veelzijdiger de taakopvatting, hoe meer de tegenslagen opvallen. Daarvan is de Europese Gemeenschap het voorbeeld. Ook de EG heeft in Joegoslavië de vrede willen bevorderen en de les moeten leren dat goede bedoelingen alleen onvoldoende zijn. Maar doordat de VN al spoedig de boedel overnamen, heeft de Gemeenschap haar falen daar goeddeels kunnen camoufleren. Onmogelijk is dat gebleken toen die andere hooggestemde ondernemingen in debâcles eindigden.

De voorgenomen Europese Unie is in de schaduwen van de toekomst verdwenen (de West-Europese Unie is gelijktijdig uit de algemene aandacht geraakt), het akkoord over de monetaire en economische unie blijkt geschreven als een spijskaart waarvan ieder het zijne mag kiezen. Van de nieuwe binnenmarkt moet worden afgewacht hoe die zich onder dergelijke omstandigheden zal ontwikkelen. De ervaringen met de sinds 1962 bestaande landbouwmarkt stemmen niet hoopvol.

Niet veel beter gaat het met de verdragen tot vermindering van de bewapening van Oost en West die het fundament hadden moeten zijn onder de internationale betrekkingen van na de Koude Oorlog. De snel oplopende spanning tussen Rusland en Oekraïne dreigt hier het belangrijkste obstakel te worden. De beloofde concentratie van de strategische kernwapens van de voormalige Sovjet-Unie op Russisch grondgebied heeft al aanzienlijke vertraging opgelopen, maar van uitstel zou wel eens afstel kunnen komen als het wantrouwen tussen de beide republieken onoverkomenlijk wordt. Ook bij de reductie van conventionele wapens heeft men te kampen met de chaos in de vroegere USSR. In de baaierd van de Kaukasus verdwijnen hele arsenalen die volgens de internationale boekhouding voor verschrotting in aanmerking kwamen. De (militaire) boedelscheiding tussen de republieken is een chronische bron van onenigheid.

Bevindt de NAVO zich in een gunstige uitzonderingspositie? Mogelijk, maar ook het Atlantische Pact lijdt aan een stevige identiteitscrisis. Eventueel is er een rol weggelegd als instantie van uitvoering in dienst van de Verenigde Naties bij het verzekeren van de naleving van een vredesverdrag tussen de strijdende partijen in Bosnië. De ratio daarvan zou zijn dat de NAVO als geen ander geschikt is om een multinationale militaire operatie van de vereiste omvang op touw te zetten. Maar dan wordt aan het oog onttrokken dat het belangrijkste Europese lid van de organisatie, Duitsland, niet meedoet en dat het nog maar de vraag is of de rest de noodzakelijke troepenmacht op de been weet te brengen. En een optreden in Bosnië zou toch meer moeten zijn dan een stafoefening.

De crisis in de instellingen en de moeilijkheden bij de uitvoering van verdragen zijn een gevolg van een gebrek aan leiderschap. Toen president Bush de contouren van zijn nieuwe wereldorde schetste, was hij bezig een bondgenootschap van ongekende omvang en variëteit op te zetten, en hij werd daarbij gesteund door leiders als Margaret Thatcher, François Mitterrand en Michail Gorbatsjov. De tegenstander, Saddam Hussein, moest het doen met de hoofdzakelijk verbale hulp van Palestijnen en Jordaniërs.

Maar de geallieerde coalitie bleek haar krachten te hebben verbruikt met de verwijdering van Irak uit Koeweit. Op dat moment had Thatcher 10 Downingstreet al verlaten, een verscheurde partij, zo zou later blijken, achterlatend. Binnen hetzelfde jaar van Desert Storm ontruimde Gorbatsjov het Kremlin en viel de Sovjet-Unie uiteen. Weer een jaar later verloor Bush de verkiezingen en opende zich het ravijn waarin de Franse socialisten dreigen te verdwijnen. Mitterrand is de enige overlevende van het gezelschap maar bevindt zich inmiddels in politiek niemandsland.

Het zou allemaal misschien overkomelijk zijn geweest als de nieuwe machten op het wereldtoneel, Duitsland en Japan, de hun toegedachte rol hadden gespeeld. In de nieuwe wereld van regionale machtsdeling zouden zij de leiders van Europa en Oost-Azië hebben moeten zijn. Maar de belasting van de Tweede Wereldoorlog bleek door te werken, ook na het einde van de Koude Oorlog. Zelfs de ogenschijnlijk geheel geïntegreerde Bondsrepubliek miste het zelfvertrouwen om de consequenties van het leiderschap te dragen. Na een korte proloog van overmoedigheid heeft de Duitse regering zich dan ook zo ver als maar enigszins mogelijk uit de Joegoslavische kwestie teruggetrokken.

De nieuwe Amerikaanse president wordt geconfronteerd met onzekere, wankelmoedige en verwarde gesprekspartners wier politieke bestaan dagelijks op het spel staat en verder wordt verzwakt. De snelheid bijvoorbeeld waarmee het met veel moeite gesmede solidariteitspact van de Duitse kanselier deze week begon te rafelen, toont hoe de algemene zwakte zelfs een politiek succes onmiddellijk weer aantast. De malaise is alom en onontkoombaar.