GEDEISJD

In NRC Handelsblad van 10 maart wijst onder de kop "Huzarentaal' D. Frikkee uit Loon op Zand correspondent Hubert Smeets terecht. Deze had namelijk geschreven: “Deze mannen moet Sjevarnadze gedeisd zien te houden”. Om vervolgens vast te stellen, dat het aan de boeventaal ontleende werkwoord deizen onovergankelijk is, waardoor de zin niet deugt.

Tot zo ver klopt het. Alleen... er bestaat geen werkwoord "deizen'. (Wel het werkwoord deinzen). Men zal het vergeefs zoeken in het Groene boekje en in Van Dale. Frikkee heeft zich laten leiden door de vorm van gedeisd. Dit suggereert dat het een deelwoord is. Het is echter een bijvoeglijk naamwoord, wat dan ook in Van Dale achter het woord gedeisd wordt vermeld.

Hoe is het woord in onze taal gekomen? Uit het jiddisch. Daar is het gedeisjd. Ten onrechte heeft men er de letter j uitgehaald. De uitdrukking "Hou je gedeisjd' betekent "Hou je stil. Zwijg'. Vooral wanneer er ongewenste meeluisteraars waren.

Het woord is afkomstig uit een grappige verbastering van het Portugese "deixe por aspequeños' en werd in onze taal: Stil voor de kinderen, gebruikt door volwassenen die dingen bespraken niet bestemd voor kinderoren. Later werd het uitgebreid tot andere zaken. Het woord is meegebracht door Sefardische joden - op de vlucht gejaagd ten tijde van de inquisitie - die in de Republiek hun rust vonden. De kwalificatie "boeventaal' is dus volkomen misplaatst.