Engholm raakt steeds meer in de problemen

BONN, 18 MAART. Hoewel zijn kandidatuur voor het kanselierschap niet echt in gevaar is, raakt SPD-voorzitter Björn Engholm, die ook premier in Sleeswijk-Holstein is, toch steeds meer in de politieke problemen. Terwijl de SPD-top gisteren en vandaag in Berlijn bijeen was voor bespreking van haar politieke strategie voor de Bondsdagverkiezingen van eind volgend jaar, ging de aandacht van de Duitse media daardoor vooral uit naar vragen aangaande de toekomst van Engholm.

Reden daarvoor is enerzijds de nasleep van de zogenoemde Barschel-affaire uit 1987, waarvoor hij kritiek krijgt uit de CDU/CSU en FDP, anderzijds de manier waarop hij de SPD leidt. Volgens zijn partijgenoot Gerhard Schröder, premier van Nedersaksen en voornaamste concurrent voor het SPD-lijsttrekkerschap van volgend jaar, bezondigt Engholm zich in belangrijke kwesties (zoals wijziging van het asielrecht en de inzet van Duitse soldaten buiten het NAVO-gebied) te vaak aan “persoonlijke standpunten” die vooraf niet voldoende zijn besproken in de partijtop.

De toenmalige CDU-minister-president Uwe Barschel huurde in '87 een journalist van de Springer-pers, Reiner Pfeiffer, in voor een lastercampagne die in de regionale verkiezingscampagne van dat jaar zijn SPD-concurrent Engholm als belastingfraudeur en aids-patiënt verdacht moest maken. Pfeiffer "lekte' daarover vlak voor de verkiezingen naar het weekblad Der Spiegel. De zo bekend geworden "Barschel-affaire' leidde tot een grote verkiezingsoverwinning van Engholm. Barschel werd onder nooit geheel opgehelderde omstandigheden dood in bad aangetroffen in een hotelkamer in Genève.

Twee weken geleden werd bekend dat Engholms politieke vriend Günther Jansen, destijds partijvoorzitter in Sleeswijk-Holstein en intussen vice-premier en minister van sociale zaken, in '88 en '89 uit eigen zak, en via Engholms woordvoerder Klaus Nilius, een soort smartegeld van omstreeks 50.000 mark aan Pfeiffer had laten betalen. Jansen en Nilius zeiden eerverleden week dat zij Engholm nooit hadden ingelicht over deze geste jegens Pfeiffer. Voor Engholm was dit nieuws reden om Jansen als vice-premier, maar niet als minister, te ontslaan, Nilius werd - in afwachting van een andere baan - met vakantie gestuurd.

In en buiten de SPD is Engholm aangevallen op deze "tweeslachtige' stap. Der Spiegel vroeg zich in een titelverhaal af hoeveel hij "echt' had geweten, andere media volgden. Zondag raakte bekend dat Engholm begin februari al geïnformeerd was over de actie-Jansen/Nilius. Bovendien erkende Nilius dat hij in 1988 op enkele punten had gelogen tegen een parlementaire commissie die de Barschel-affaire onderzocht. Bijvoorbeeld dat Jansen en hij in '87 al vóór Der Spiegel door Pfeiffer waren ingelicht over de lastercampagne. Engholm reageerde gisteren boos op “de rotzooi” (Mist) die Nilius heeft veroorzaakt en waarvoor deze zich nu maar nader zelf moet verantwoorden. Overigens noemde de SPD-voorzitter het duo Jansen/Nilius “politiek naïef”.

Uit de CDU/CSU en FDP wordt nu geëist dat Engholm terugtreedt als premier en als kandidaat-kanselier. Volgens secretaris-generaal Peter Hintze van de CDU is het “ondenkbaar dat hij niet méér wist”. De SPD-top noemde zulke eisen “huichelachtig” en “absurd” omdat Engholm “niet dader maar slachtoffer” was in de Barschel-affaire.

Dat Engholms politieke gezag slijt bleek de afgelopen dagen al toen enkele prominente SPD'ers zich losmaakten van het akkoord over het Solidariteitspact dat jongstleden zaterdag met kanselier Helmut Kohl en diens coalitie werd gesloten. Engholms voorganger als partijvoorzitter, Hans-Jochen Vogel, maakte zoiets vanmorgen ook (onbedoeld) duidelijk voor de radio. Namelijk met zijn opmerking “dat het tegenwoordig wèl veel moeilijker is om de SPD te leiden”.