Een ernstige zaak (1)

De Profielnota uit 1991 is 98 bladzijden lang. Het vervolg op de Profielnota heet de Vervolgnota.

Die is van 1992 en 77 bladzijden lang. Naast me ligt ook de "Rapportering van de adviseurs van de tweede fase voortgezet onderwijs' van januari 1993, 26 bladzijden. Verdere lectuur: een stapel knipsels. Ik kom er niet door. Na één of twee alinea's schieten mijn gedachten in de vierde versnelling, wil ik naar de telefoon hollen of in de auto springen om de schrijvers uit te leggen hoe het wel zit. Om bemoedigend te prijzen en vervolgens te wijzen op de blunders, de denkfouten.

Een stukje Nederland gaat op de schop. Het zal een tijd rommel geven maar daarna zal Nederland nog affer zijn dan het al was. De bovenbouw van het voortgezet onderwijs zal binnen enkele jaren grondig worden verbouwd, zo grondig dat niemand het nog zal herkennen. Dat is de bedoeling.

Kom Nederland, wordt eens wakker. Er is iets aan de hand. Terwijl één stukje over het gymnasium in deze krant een halve pagina reacties oproept, leveren de nieuwe plannen van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen, plannen die consequenties hebben voor het onderwijs aan ook uw kroost, geen reacties. Twintig jaar discussie over basisvorming en nu: een even grote operatie en je hoort geen zuchtje. Meneer Kaland, hoe onsympathiek u mij ook toeschijnt, we hebben u nodig. Er is werk aan de winkel.

De profielnota is gebaseerd op 14 adviezen en onderzoeken. In de vervolgnota zijn commentaren van 25 organisaties verwerkt, van de C van Centrale Commissie voor Onderwijs Overleg tot 03, de Organisatie van Onafhankelijke Onderwijsvakverenigingen. Twee adviseurs benoemd door Wallage hebben vervolgens met vertegenwoordigers van 44 organisaties gepraat. Waarom daar steeds de vakbonden bij zijn, is me een raadsel, of liever een ergernis. Daarna schreven de adviseurs hun rapport.

Zoveel uiterst bekwame personen hebben hun plasje in het potje gedaan, dat de nota's en rapporten wel verstandig moeten zijn. Nee, hoor. zo werkt het niet. Het is met meningen als met verf. Het water waarin ik de plakkaatverfkwasten uitspoelde, kleurde grauw-groen. Zo heffen veel meningen elkaar op. Vooral de adviseurs lijken hun eigen stokpaarden te berijden.

Nou goed, echt, heus, er staat veel redelijks in. Maar in het commentaar van de Onderwijsraad op de vervolgnota ritselt het van de 'de Raad mist ...', 'de Raad betwijfelt ...', 'de Raad is teleurgesteld ...', enzovoorts. Mij bezorgt een deel van de voorstellen kromme tenen en vlekken in de hals.

Ach, de Tweede Kamer zal wel om een nieuwe nota vragen, dacht ik. Maar niks, hoor: “Uitstekend, meneer Wallage. Prachtig, meneer Wallage.” En het volk? Het volk zwijgt! Nederland, let op uw saeck. Een citaat uit deze krant: “Het onderwijsveld staat positief tegenover de doorstroomprofielen.” Nee hoor, klopt niet. Het onderwijsveld vindt niks. Het onderwijsveld heeft nog niets in de gaten.

Ah, heerlijk, volgende week zal ik de plannen aan dunne, flinterdunne plakjes snijden, doorzichtige plakjes waar iedereen doorheen kan kijken. Als een slager, als een slachter.