De maartse maan brengt kwaad weer aan; Het is een grote vergissing om de komst van het voorjaar te bejubelen

Hoe viert Maarten 't Hart het begin van de lente? Gekweld door voorjaarsmoeheid en maartse buien werkt hij dag en nacht in de tuin om alles gepoot, gezaaid en geplant te krijgen. In de kassen van de Keukenhof neemt de schrijver al- vast een voor- schot op de zomer.

Van de vier seizoenen staat het voorjaar zonder enige twijfel het hoogst in aanzien. Reeds in januari hoor je, als het riool een beetje opspeelt, sommige mensen verheugd uitroepen: ik ruik het voorjaar al. Zodra de eerste koolmezen in februari beginnen te zingen, ontstaan her en der zogenaamde lentekriebels. Hier en daar worden de vensters wijd open geworpen en één van de ergste verschrikkingen van het voorjaar staat op uitbotten: de voorjaarsschoonmaak. Bij ons thuis was dat vroeger het eerste teken dat de lente naderde. Zodra een merel op de tv-antenne een parelgrijs regentje had bezongen, werd het huis op z'n kop gezet. Het meubilair werd ondersteboven in de gang en op het plaatsje gestald en het geboen en gesop begon. Van een normaal bestaan was gedurende enige weken geen sprake meer. En als eenmaal de voorjaarsschoonmaak was uitgewoed bleken dierbare bezittingen voorgoed verdwenen te zijn. Tijdens de schoonmaak hadden alle deuren en ramen zo lang opengestaan dat iedereen kou gevat bleek te hebben.

Voorjaarsmoeheid transformeerde zich tot voorjaarskoorts en snotterend lagen we de eerste helft van april in bed. Het is trouwens opvallend dat een seizoen dat zo'n goede naam heeft niettemin verbonden blijkt met tragische verschijnselen als voorjaarsmoeheid en voorjaarskoorts. Wie kan vergelijkbare verschijnselen opnoemen met zomer, herfst of winter in de aanhef van het woord. Zomergriep? Herfstverkoudheid? Winterbuikloop?

Van de winter weten wij dat het koud kan zijn, en we houden daar rekening mee. Het voorjaar schenkt ons de illusie dat het warmer zal zijn dan de voorbije winter. Maar niet heus! De maartse maan brengt kwaad weer aan. Het mag vroeg of laat zijn, april wil kwaad zijn. En mei, die liefelijke maand mei? De mei, tot juichmaand uitverkoren heeft toch de rijp nog achter de oren; het is een wenk reeds lang verjaard, 't vriest even vaak in mei als maart. En die enkele keer dat 't in maart even wat zonniger is? Dan geldt: danst het lammetje in maart, april vat het bij de staart. En meestal zijn maart én april guur en koud, en geldt: de maartse zon en de aprilse wind schendt zo menig koningskind. Daarbij komt dat 't niet alleen zon en wind zijn die ons in die maanden schenden, maar ook onze eigen foutieve opvattingen van de lente. Omdat we denken dat 't allemaal weer leuk en vrolijk zal worden, beginnen de hormonen als zilvervisjes door ons bloed te dartelen. Maar ja, wat heb je daaraan zolang het nog niet mogelijk is om een aardige vrouw voor een weekje uit de feminatheek te halen, zoals je een boek, cd of film uit de biblio-, disco- of videotheek haalt?

Wat mij persoonlijk nog 't meest stoort in het voorjaar is dat je uit de tuin, op een enkele verpuffelde winterwortel, een schriel stengeltje prei en tot geel moes bevroren spruitjes na, helemaal niets meer oogsten kunt. Sinds ik, uit diepe onvrede over de zwaarbespoten viezigheid die ze in groentewinkels verkopen, zelf mijn groente ben gaan verbouwen, is mij gebleken dat de lente wat verse groente betreft de ellendigste tijd van het jaar is. Vanaf begin maart moet je zowat dag en nacht in de tuin werken om alles geplant, gelegd, gepoot en gezaaid te krijgen, maar pas in juni kun je, als alles meezit, de eerste verse groente oogsten. Wat in april en mei eventueel aan vroege sla en spitskool tot zodanige wasdom komt dat je er een vingerhoed rauwkost van zou kunnen maken, is gegarandeerd een prooi voor de slakken die feilloos tussen alle snelopschietende fluitekruid en paardesla de tere spitskool eruit weten te halen, waaraan ze zich vervolgens in koude voorjaarsnachten lallend te goed doen. Volgens mij hebben slakken de beschikking over piepkleine portofoontjes, want als er ergens een redelijke slakrop begint te verschijnen, komen ze in een onweersachtige voorjaarsnacht van alle kanten aanrennen om er korte metten mee te maken. En wat in het voorjaar niet ten prooi valt aan de slakken, wordt door engerlingen en veenmollen van onderop aangevreten. Voorjaarsbeeld: een rijtje van twintig tere tuinboonplantjes waarvan de wortels allemaal zijn vermaald in de kaken van de veenmol zodat ze als een rijtje dominosteentjes zijn omgevallen. In de zomer is het te warm voor het slakkengebroed, trekt de veenmol dieper de grond in en is menige engerling getransformeerd tot meikever. Dan hou je van al wat je zonder gif teelt ongeveer de helft over. Maar in het voorjaar teel je voor rups, naaktslak en molkrekel. Schrijvers en dichters plachten vroeger de komst van het voorjaar nog wel eens te bezingen, maar daar heeft de AKO korte metten mee gemaakt. Het schrijversvoorjaar wordt vergald door de AKO. Eind februari wordt de longlist bekendgemaakt. Die paar schrijvers die erop staan, zijn blij. Maar de overweldigende meerderheid van schrijvers die er niet op staan, vervallen daardoor in grote treurigheid. Dan wordt vervolgens in maart bekendgemaakt welke zes schrijvers genomineerd zijn. Hetgeen diepe vertwijfeling betekent voor de schrijvers die wel op de longlist stonden, maar niet genomineerd zijn. Tenslotte wordt dan in mei één prijswinnaar bekendgemaakt, en grijpen dus vijf schrijvers er naast.

Die zijn na toe aan zelfmoord! Zo heeft de AKO het schrijversvoorjaar voorgoed en definitief weten te verpesten. Dit jaar bijvoorbeeld ontbreekt op de longlist een van de leukste boeken die ik vorig jaar heb gelezen: Familiefeest van Theodoor Holman. Beste Theo, ga door, laat je voorjaar niet verpesten door de AKO. Bedenk dat Elsschot in zijn tijd ook niet gewaardeerd werd. Wat jij met Familiefeest hebt gepresteerd is iets heel nieuws in de Nederlandse letterkunde. Daar heeft men op dit moment, nu allerlei gewichtigdoeners filosofische romans propageren, helaas geen oog voor. Intussen hebben wij gelezen, gelachen en genoten!

Lente! Voorjaar! Zeiden ze vroeger niet: de Goede Week is bijna altijd een kwade? Maart wil donder, sneeuw in mei is geen wonder! Het is een grote vergissing om de komst van het voorjaar te bejubelen. Slechts van één dichter is mij bekend dat hij oog had voor de akeligheid van dat seizoen waarnaar zo reikhalzend wordt uitgezien. Eduard Mörike dichtte: Grausame Frühlingssonne, du weckst mich vor der Zeit. En zo is het! Wie zich eind maart door de vroege voorjaarszon ertoe laat verleiden om in alle vroegte naar buiten te stappen ziet in de gure wind de laatste naakslakken volgevreten wegstommelen over de nog kale aarde.