Brussel valt scherp uit naar VS over Airbus

BRUSSEL, 18 MAART. De Europese Commissie meent dat de Amerikaanse subsidies voor de nationale vliegtuigindustrie “de afgesproken niveau's mogelijk overstijgen”. Handelscommissaris Brittan zette gisteren de positie van de EG in het conflict met de VS over Airbus scherp aan.

Brittan noemde tijdens een persconferentie de Amerikaanse steun “zeer groot”. Tegelijk achtte de Commissaris de financiering aan de Amerikaanse vliegtuigindustrie zo ondoorzichtig dat hij er niet honderd procent zeker van kon zijn, of de VS de afspraken schonden.

De opmerkingen van de twee commissarissen komen aan de vooravond van een overleg tussen Delors en Clinton, bedoeld om de spanning in de handelsrelatie met de VS juist te matigen. Er zijn conflicten tussen de EG en de VS over staalimport, overheidscontracten en vliegtuigontwikkeling.

Brittan sprak van “ernstige bezorgdheid” bij de Commissie over de Amerikaanse houding in het Airbus-conflict. Brussel vreest dat de VS op het punt staan de indirecte steun aan de eigen vliegtuigindustrie fors te verhogen, zo maakte hij duidelijk. De Commissie heeft een flink aantal wetsvoorstellen uit het Amerikaanse congress geanalyseerd die allemaal in die richting wijzen. Vooral over subsidieprogramma's voor onderzoek van Nasa en het Pentagon heeft Brussel twijfels. Bij het eind deze maand afgesproken overleg wil de EG zekerheid krijgen over de daarmee gemoeide bevoordeling van de Amerikaanse industrie. Sinds de overeenkomst van vorig jaar heeft Europa “geen jota subsidie gegeven” aan de vliegtuigindustrie aldus Brittan. “Europa heeft niets te vrezen”, aldus ook commissaris Bangemann (industrie).

De Amerikaanse handelsafgevaardigde Kantor vroeg vorige week aan Brussel om de “boeken te openen” voor de Amerikanen. Gisteren zei de Commissie dat het overleg met de Amerikanen op 30 en 31 maart rechtstreeks voortvloeit uit het akkoord van vorige zomer, waarbij “regelmatige consultaties” zijn afgesproken.

Bangemann zei vooral opheldering te willen over de intenties op langere termijn van de Amerikanen. Hij noemde het in het belang van beide partijen de vorige zomer gesloten overeenkomst over steunbeperking tot 33 procent “niet meer in twijfel te trekken”. Brittan sprak van een klimaat van “jaloezie en kritiek” bij de Amerikanen. Volgens Bangemann zou de onzekerheid over het politieke klimaat in de industrie een negatieve invloed kunnen hebben op de toenadering van Airbus en Boeing bij de ontwikkeling van een super-jumbo. Hij refereerde ook aan de “vele Amerikaanse toeleveranciers” aan Airbus, die bij een conflict geen baat hebben.