BOERENPARTIJ

Het voormalig Kamerlid van de Boerenpartij Harmsen voerde onlangs het woord op een bijeenkomst ter herdenking van de boerenopstand in Hollandscheveld (NRC Handelsblad, 12 maart). Het was niet relevant, meende hij, te denken aan een wederopstanding van de Boerenpartij, omdat er in deze tijd geen plaats meer was voor een belangenpartij (sic!).

Ik heb nooit geweten, dat de boerenpartij uitsluitend een belangenpartij was. Hoewel de partij uit een belangengroep was ontstaan, sprak in de eerste plaats het beginselprogramma aan. Zowel op het platteland als in de (grote) steden.

Bovendien zouden, volgens Harmsen, de agrariërs te gering in aantal zijn geworden om nog een Kamerzetel te verzekeren.

Nu begin ik aan het geheugen van Harmsen te twijfelen. Zat hij dan zèlf - op een gegeven monent met liefst zes collega's - in de Tweede Kamer met alleen steun van de boeren? Harmsen moest beter weten. Het grootste deel van de stemmen was afkomstig van het stedelijk electoraat. In de gemeenteraad van Amsterdam deden dan ook in 1966 vier fractieleden van de Boerenpartij hun intrede. Zelfs een nette buurt rondom de Minervalaan was nog goed voor 367 boerenstemmen.

Over de teloorgang van de partij, tengevolge van de kwestie-Adams, van Harmsen geen woord. Adams, protégé van partijleider Koekoek, moest en zou in de Eerste Kamer. Het ongeluk wilde, dat Adams een bedenkelijke reputatie had opgebouwd door anti-semitisch en fascistisch geschrijf in de oorlogsjaren.

Reden voor mij en vele anderen om gelijk op te stappen.

Net als dertig jaar geleden is er weer ruimte voor een beginselpartij die brede lagen van de bevolking aanspreekt. Ditmaal echter kundig en democratisch geleid door een intelligente persoonlijkheid van onbesproken gedrag. Zo'n partij mag best opnieuw Boerenpartij heten.