Bezuiniging medicijnen heeft vrijwel altijd averechts effect

ROTTERDAM, 18 MAART. De Ziekenfondsraad heeft uitgerekend dat de overschrijding van de kostenpost geneesmiddelen vorig jaar en dit jaar 460 miljoen zal belopen. Staatssecretaris Simons (volksgezondheid) stuurt deze maand een brief naar de Tweede Kamer, waarin hij voorstellen doet voor compensatie van dat bedrag. Ditmaal zal de gehele "bedrijfskolom', van farmaceutische fabriek tot en met apotheker en patiënt, onder vuur worden genomen. De vraag is wat dit weer voor overschrijdingen tot gevolg zal hebben. Vrijwel elke maatregel in deze sfeer heeft tot nu toe immers een averechts effect opgeleverd.

De zorgen over de kosten die de gezondheidszorg genereert ontstonden al in het begin van de jaren zeventig, toen staatssecretaris Hendriks uit het kabinet Den Uyl met zijn Structuurnota kwam. De nota leverde geen bezuinigingen op en zo is dat met alle maatregelen gebleven: Bestek '81, Farmacotherapeutisch Kompas, een prijsbeschikking voor medicijnen in '82, die onmiddellijk en met succes werd aangevochten door Hoffmann la Roche, de "negatieve lijst' van minister Gardeniers en de receptenknaak van staatssecretaris Van der Reijden. De kosten liepen sinds 1980 tot 1988 gestaag op van 1,4 tot 2 miljard.

Dat jaar werd een nieuw vergoedingssysteem - een tientje per recept(regel) - ingevoerd voor apothekers. En in hetzelfde jaar kwam staatssecretaris Dees met zijn plan om een "ijkprijzenplan' in te voeren. Geneesmiddelen zouden worden ingedeeld in groepen, zoals dat in Duitsland gebeurde. De patiënt zou voor dure middelen moeten bijbetalen. De Ziekenfondsraad kwalificeerde het plan als "patiëntonvriendelijk' en zelfs "medisch farmacologisch onverantwoord'. De Raad koos unaniem voor een alternatief dat onder leiding van de Ziekenfondsen en de farmaceutische industrie was ontwikkeld en waaraan alle partijen in de gezondheidszorg meededen: het zogeheten Omni partijenakkoord. Staatssecretaris Dees en zijn collega Evenhuis (economische zaken) besloten het akkoord een "faire kans' te geven. Het leed een kort bestaan omdat het niet de beloofde bezuinigingen bracht.

Begin 1990 werd het "ijkprijzenplan' weer uit de kast gehaald, nu het Geneesmiddelenvergoedingssysteem genaamd. Staatssecretaris Simons zegde toe de effecten ervan te zullen evalueren maar dat is nooit gebeurd. Van te voren werd door de tegenstanders - vooral de innovatieve industrie - beweerd dat de prijzen van geneesmiddelen die onder de limiet lagen omhoog zouden gaan. Dat gebeurde en de fabrikanten van goedkope geneesmiddelen hebben behalve van forse prijsverhogingen ook geprofiteerd van een sterk vergrote omzet. Intussen procedeerde een groot aantal bedrijven tegen de Staat om bepaalde geneesmiddelen uit die clusters te krijgen en over te hevelen naar de zogeheten "lijst zes' zodat het middel volledig werd vergoed. Op die lijst staan enkele honderden preparaten en daarmee is het effect van het Geneesmiddelenvergoedingssysteem voor een deel te niet gedaan.

De dramatische overschrijding van 460 miljoen waarvan de Ziekenfondsraad nu melding maakt heeft met dat alles overigens weinig uitstaande. Geschat wordt dat de overheveling van de farmaceutische hulp naar de AWBZ zorgt voor een structurele overschrijding van 200 miljoen. Particulier verzekerden krijgen nu immers alle geneesmiddelen vergoed, waar zij voorheen nog een eigen risico hadden. Dat nu alles "gratis' is, had door de Simons kunnen worden voorzien, maar hij gaf er in de zomer van 1991 voorkeur aan nu snel een paar stappen te zetten op weg naar de uiteindelijke realisering van zijn Plan. Daartoe hoorde overheveling van de geneesmiddelen naar "het basispakket', de AWBZ dus.

De farmaceutische industrie waarschuwde toen al voor de rampzalige gevolgen en voorzag een overschrijding van minimaal 150 miljoen, wat uiteindelijk 200 miljoen bleek te worden. Simons was ervan overtuigd dat daardoor meer bespaard zou worden.

Inmiddels lijkt de Ziekenfondsraad lichtelijk vermoeid van de rooskleurige voorstelling van zaken op het ministerie van WVC, die steevast teniet wordt gedaan door de ontnuchterende werkelijkheid. Zo valt in het jongste nummer van het huisorgaan Raadzaam te lezen: “Ook in zijn jongste ramingen komt de Ziekenfondsraad tot de conclusie dat er een groeiend verschil bestaat tussen de beleidsmatige ramingen in het Financieel Overzicht Zorg en de ramingen van de Raad, die vooral zijn gebaseerd op de werkelijke uitgaven. De Raad komt voor 1993 tot een verschil met het FOZ van 1,2 miljard voor Ziekenfondswet en AWBZ samen. De Raad dringt er daarom nogmaals aan op óf herbezinning op de ramingsmethodieken die in het Financieel Overzicht Zorg worden gehanteerd, óf herbezinning op het realiteitsgehalte van de beleidsmaatregelen in het FOZ.”