Basken voelen zich van God en iedereen verlaten; Wie jong is en zonder werk grijpt naar fles, spuit of nationalisme; Facelift moet van Bilbao een plaats voor "kampioenen' maken

In Spanje wint de twijfel aan de gemeenschappelijke Europese markt veld. Het aantal werklozen heeft de recordhoogte van drie miljoen bereikt. Vooral in de noordelijke provincies slaat de crisis toe.

SESTAO/BILBAO, 18 MAART. Het is een oorverdovende vrijdagavond in Sestao. Op de hoeken van de straten staan hevig pratende mensen en in de café's is de muziek op topvolume gezet. Uit slechts één van de drie hoogovens die boven de stad uittorenen, de Maria Angeles, komt een wolkje witte rook, want er is vandaag gestaakt bij de Altos Hornos de Vizkaia. Het is trouwens helemaal een topweek geweest aan het actiefront; geen wonder dat de spanning zich moet ontladen.

Om twaalf uur die midag heeft de gemeente vijf minuten stilte in acht genomen als teken van rouw om het sterven van haar belangrijkste werkgever. De arbeiders van AHV zijn met de bus naar het regionale parlement in Vitoria geweest, om te demonstreren bij de behandeling van het beleidsplan voor de industrie van Baskenland. De bezetting van het gemeentehuis, die begonnen was met een grote demonstratie voor de "re-industrialisatie', was toen net afgelopen. Morgen is er alweer een benefietconcert. Was er trouwens vanavond niet nog een "demo' gepland voor de politieke gevangenen van de ETA? Daarover zijn de meningen verdeeld, maar het is goed mogelijk. Want je kunt veel zeggen, maar niet dat ze een hekel hebben aan bedrijvigheid in Sestao.

Carlos, Xuxi en Adolfo staan even bij te komen in de taverne Gurea, onder het genot van een biertje en heavy metal van eigen bodem. Was de staalindustrie nog een bron van trots en welzijn voor hun ouders, zij kunnen zich erop beroemen dat in Baskenland tegenwoordig de beste rock duro wordt gemaakt van Spanje. Luister maar naar de muziek van Barrikada, Oskorriz, Kortatu, Nebu-Gorriak of Sociedad Alkolika. Die gaat je toch door merg en been? Daar wordt je toch een ander mens van?

Carlos (27), Xuxi (35) en Adolfo (30) hebben met zijn driëen één baan. Dat wil zeggen: Carlos heeft 'm, bij de bouw van de metro in Bilbao, en met zijn drieën vormen zij een getrouwe afspiegeling van de jeugdwerkloosheidscijfers in Sestao. Tweederde van de jongeren staat er als werkzoekende ingeschreven. Soms kun je iets tijdelijks krijgen, maar dat ben je snel weer kwijt want werkgevers zijn als de dood dat ze een vast contract moeten aanbieden. Toch is tijdelijk werk zeer gewild, want alleen wie een jaar heeft gewerkt kan daarna recht doen gelden op een uitkering.

Wat doe je in Sestao wanneer je jong bent en zonder werk? Je grijpt naar verdovende middelen: de fles, de spuit, het nationalisme. “Iedereen blowt hier,” zegt Xuxi. “Heroïne is de enige handel die nog floreert,” lacht Carlos. Baskenland is, na Madrid, de streek met het hoogste aantal Aids-gevallen en in Baskenland is het de provincie Vizkaia die de meeste geïnfecteerden registreert. Ze heeft trouwens ook het laagste geboortecijfer. Carlos, Xuxi en Adolfo noemen zich politiek bewust. Ze denken dat de schuld voor hun problemen ligt bij de traditionele politieke partijen, bij de regering in Madrid en bij de Europese eenwording. Ze gaan dus niet stemmen, maar ze doen wel mee aan demonstraties, kraak-acties en wat zich verder voordoet om van hun onvrede blijk te geven. Net als de woordvoeders van sommige regionale partijen, vermoeden ze dat de afbraak van de industrie een middel is dat bewust wordt gehanteerd, om het Baskische nationalisme op de knieën te krijgen. Als Baskenland onafhankelijk zou zijn, zou het allemaal veel beter gaan.

Maar Sestao, Barrakaldo, Portugalete en de andere dorpen die tussen Bilbao en de zee langs de linkerover van de Nervion liggen, zijn niet de enige plaatsen in Europa die door de crisis van de staalindustrie zijn getroffen. Ook in Engeland, Frankrijk en Duitsland regent het ontslagen. Volgens becijferingen van de Europese Commissie moeten in heel Europa op korte termijn vijftigduizend banen in deze sector verdwijnen. De EG kampt met een fors overschot aan ruw staal en produceert te duur voor de wereldmarkt. Bij de traditionele concurrentie uit de Verenigde Staten en Japan hebben zich nu ook de Oost-Europeanen gevoegd, die dumping-prijzen kunnen hanteren doordat hun loonkosten nog geen tien procent bedragen van die in West-Europa. Het staat vast, dat de staalindustrie in de EG moet inkrimpen, maar het is nog niet duidelijk hoe. EG-commissaris Van Miert wil in de komende drie jaar zeshonderd miljoen ecu uittrekken voor sociale maatregelen die de pijn van bedrijfssluitingen moeten verzachten, maar vindt - evenals zijn voorganger Leon Brittan en de meerderheid van de overige lidstaten - dat de nationale overheden niet in modernisering mogen investeren.

De Spaanse minister van industrie Claudio Aranzadi is bereid tienduizend arbeidsplaatsen te schrappen en de produktie terug te brengen van 5,4 naar 4,5 miljoen ton staal per jaar, maar wil tegelijkertijd zeshonderd miljard peseta besteden om in Sestao een kleine, elektrische hoogoven te bouwen die werk blijft verschaffen aan vijfhonderd van de huidige drieduizend AHV-werknemers. Veertig procent van de Spaanse staalindustrie is in handen van de overheid. Naast de Altos Hornos de Vizcaia beheert de regering in Asturië de firma Ensidesa; vorig jaar leden de twee bedrijven samen een verlies van honderd miljard peseta's. Niettemin trok een flink aantal van de 24.500 werknemers in oktober te voet naar de hoofdstad om duidelijk te maken dat ze zich niet zomaar bij een koude sanering zouden neerleggen. Zelfs al zou de mini-oven in Sestao er komen, dan vinden ze dat onvoldoende. Die grimmige "Mars van het IJzer' heeft indruk gemaakt in Madrid. Maar indruk maken ook de argumenten van de Commissie, die bovendien worden gesteund door de particuliere ondernemers in de Spaanse staalsector, gevestigd langs de Middellandse Zee en in het zuiden. De minister zit tussen twee vuren.

Baskenland, en in het bijzonder Vizkaia, voelt zich van God en iedereen verlaten. De crisis komt hard aan in een provincie die zich in de tweede helft van de jaren zeventig nog op het hoogste gemiddelde inkomen van Spanje kon beroemen en op grote schaal gastarbeid nodig had, bij een werkloosheidspercentage van nauwelijks meer dan vier procent. Bij de fabrieken van AHV, in Sestao en Barrakaldo, werkten destijds vijftienduizend mensen. Het machtige US Steel had in 1964 een kwart van de aandelen overgenomen, in de overtuiging dat het in de negentiende eeuw gestichte bedrijf “het machtigste van Spanje, van Europa, ja misschien wel van de wereld” zou worden. Maar AHV is de oliecrisis nooit echt te bovengekomen. Vanaf 1978 moet de staat de schulden overnemen en neemt het aantal arbeidsplaatsen af. Nu werken er nog vijfenzestighonderd mensen. Op de inkomensladder is Vizkaia inmiddels naar de onderste sporten afgezakt. Het percentage werklozen ligt er op tweeëntig procent - en blijft stijgen. En uiteraard sleurt AHV honderden kleine bedrijven, van werkplaatsen tot café's, mee in zijn val. De haven van Bilbao is de grootste van het land en voor een kwart van zijn omzet afhankelijk van kolen en staal.

De linkeroever van de Nervion geldt inmiddels in heel Spanje als symbool voor industrieel verval. De intense vervuiling die staal en kolen er vanaf het midden van de vorige eeuw hebben veroorzaakt is heel lang beschouwd als de prijs die nu eenmaal voor welvaart en vooruitgang moest worden betaald. Het was bijna iets waar de basken trots op waren. Nu zijn het dode water, de grauwe straten en de beroete gevels decorstukken die de tragedie van Sestao nog eens extra accentueren.

“Zolang ik me kan herinneren gaat het hier ieder jaar slechter,” schreeuwt Carlos boven de muziek in de taverne Gurea uit. “De gemeentebegroting is voor de helft van de hoogovens afhankelijk,” roept Adolfo. “Jeugdhuizen worden gesloten, er was afgelopen jaar geen kerstfeest voor de kinderen meer. Er is alleen nog geld voor meer agenten.” Maar weggaan doen ze niet, dat doen alleen de Andalusiërs, de Extremenen en de Portugezen. Die gaan met de ontslagpremie terug naar hun geboortestreek. Basken kun je niet zomaar verplanten. Alle drie de jongens wonen nog in hun ouderlijk huis, zoals verreweg de meeste van hun vrienden en bekenden. Xuxi leefde tot voor kort samen met zijn moeder van wat zijn zus verdiende. Maar de behangwinkel waar zijn zus werkte heeft haar net ontslagen. Uit angst voor de vaste aanstelling en gebrek aan klandizie. Nieuw behang is wel het laatste waar men op het ogenblik aan denkt langs de Nervion.

Dat geldt althans voor gewone mensen. Het ligt anders voor de politiek. Die is in en om Bilbao begonnen met een groots opknapprogramma dat de stad en haar omgeving weer het aanzicht moet geven van een vestigingsplaats voor kampioenen. Volgens een inventarisatie van de deelregering van Baskenland moeten in deze streek zo snel mogelijk honderdachtenvijftig leegstaande fabrieken, mijnen, werven en opslagplaatsen worden gesloopt, omdat ze “een negatieve visuele invloed hebben en investeringen ontmoedigen”. De stad is inmiddels begonnen aan een vernieuwing van het metronet naar een ontwerp van de beroemde Britse architect Norman Foster, bouwt een nieuwe concertzaal, laat het vliegveld vergroten onder leiding van de al niet minder befaamde Spanjaard Santiago Calatrava en renoveert de jaarbeurshallen.

“We moesten iets doen om het doemdenken en de inertie te doorbreken,” zegt Joaquin Vidrarte, onder wiens leiding het meest omstreden project wordt uitgevoerd. Vidrarte was tot voor kort hoofd financiële zaken van de provincie Vizcaia en is nu voorlopig directeur van het nieuwe Guggenheim Museum dat in Bilbao wordt gebouwd. De Baskische deelregering en de provincie Vizcaia hebben zich verplicht een splinternieuw gebouw neer te zetten à raison van dertien miljard peseta en betalen twintig miljoen dollar aan de instelling uit New York voor het recht om twintig jaar lang steeds andere delen van de collectie te mogen exposeren. Het voorziene exploitatietekort bedraagt nog eens vijf miljard peseta per jaar. Niet alleen jonge en oude werklozen begrijpen niet hoe dit plan de werkgelegenheid zal stimuleren, ook de Baskische kunstwereld heeft het niet erg op de interventie. Ze had liever gezien dat inheemse artiesten meer geld of meer expositieruimte kregen.

“De Baskische kunstenaars zijn bang dat hun provincialisme aan het licht komt, wanneer ze straks met werk van internationaal niveau worden vergeleken,” zegt Vidrarte. “En wat voor de kunstenaars geldt, geldt voor de hele streek. We nemen een groot risico, maar alleen met een reuzestap kunnen we de overstap van industrie naar dienstverlening maken en onze toekomst veiligstellen. Op dit moment richt alle economische activiteit in Europa zich op de as Londen-Parijs-Frankfurt en, in iets mindere mate, Barcelona-Milaan-de Middellandse Zee. De Atlantische kust is marginaal geworden, maar er wordt hard gewerkt aan nieuwe verbindingen tussen Zuid-Frankrijk en Portugal. Wanneer die er eenmaal zijn, moeten we de concurrentie met een stad als Bordeaux aankunnen. Natuurlijk is de bouw van dit museum een imago-operatie. Maar daarom niet minder noodzakelijk, als we tenminste nieuwe investeerders willen aanlokken. Nu hebben we alleen maar een imago dat door verval, vervuiling, verdovende middelen en terrorisme wordt bepaald.”

Het nieuwe museum, dat in 1996 zijn deuren moet openen en 24.000 vierkante meter expositieruimte gaat bevatten, komt in het hart van Bilbao aan de oever van de rivier te staan, op een plek waar nu nog een oude werf gevestigd is. Het is ontworpen door de Amerikaan Frank Gehry, die van alle deelnemers aan de uitgeschreven competitie volgens de jury het beste “het karakter van de stad” begrepen had. De gevel is van roestvrij staal.