ANTILLEN (1)

Nu de Antilliaanse Toekomstconferentie gehouden is en er blijkbaar veel weerstand bij de regeringen van de Antillen en Aruba tegen de meningen van onze premier en minister van justitie bestaat, vraag ik me af waarom die meningsverschillen niet het best kunnen worden opgelost door het Statuut voor het Koninkrijk te beëindigen.

Het gaat om zes eilanden acht uur vliegen hier vandaan met in totaal nog geen 300.000 inwoners: drie Benedenwindse en drie Bovenwindse op een onderlinge afstand van zo'n 1000 km. Het Statuut is uit 1954 en zal toen wel een poging geweest zijn om ons kolonialisme alsnog een nieuw jasje te geven (Indonesië werd in 1949 onafhankelijk; Nieuw Guinea droegen we in 1962 aan de VN over, die het een jaar later bij Indonesië voegde).

Wat bemoeien we ons nog met die zes? Ze baren ons zorgen omdat ze geld kosten en er van alles gebeurt en veel achterwege blijft wat volgens onze opvattingen niet kan. Maar de Antillen en Aruba zijn autonome landen (Don Martina in deze krant van 10 maart). Daarom komen ze terecht voor zichzelf op. Maar even terecht kunnen wij nu zeggen: los dan je problemen zelf op (zie NRC Handelsblad van 21.7.92, 18.8.92, 19.12.92, 27.2.93; Staatscourant 1992 nr 141). Mijn voorstel aan de politieke partijen in ons parlement is om het Statuut te doen beëindigen. Indonesië werd in 1949 onafhankelijk uit eigen kracht (gesteund door de regering van de Verenigde Staten) en in 1962 stonden we ook Nieuw Guinea af. Het omgekeerde lijkt nu het geval: de Verenigde Staten (i.c. haar Drug Enforcement Agency) brachten er ons al tot samenwerking bij de bestrijding van de drugshandel. Maar wat is ons eigen belang daarbij? Helemaal niets voor zover ik weet. Integendeel, want vandaag de dag voeren mondiaal gesproken internationaal actieve bedrijven en nationale regeringen de boventoon. Ook de regeringen van de Antillen en Aruba zijn daarvan allang doordrongen.