Aanhangers OV-kaart voeren beschaafde strijd met Ritzen

ROTTERDAM, 18 MAART. “Wij gaan ons niet uit protest op de rails vastbinden.” Nu hun geliefde OV-kaart dreigt te sneuvelen door geldgebrek, voert het studentencomité "Vecht mee voor onze OV' geen spandoeken mee, scandeert het geen leuzen. Nee, keurig in het pak gestoken, met slechts de fel oranje OV-kaart provocerend op de revers gespeld, wensen ze “een redelijk gesprek” met minister J. Ritzen (onderwijs) en de commercieel directeur van de NS, H.E Portheine. Voor het gesprek werd speciaal een treincoupé gereserveerd in de intercity Den Haag - Utrecht.

Als de trein om vier minuten over vijf vertrekt mag intiatiefnemer R. Arntz (19) van wal steken. Reizen met de OV-kaart is reuze handig, betoogt de aankomend jurist, want de studenten “kunnen nog eens naar een popconcert, doen een dagje Amsterdam of kunnen bij ma thuis wat bij-eten”. En al reizend kunnen de studenten ontdekken dat Nederland groter is dan Oude Pekela. Natuurlijk zullen veel studenten na hun afstuderen van de NS gebruik blijven maken; dat is toch mooi meegenomen voor de NS? Kortom, de OV-studentenkaart is “simpel, handig en onmisbaar”.

Ritzen geeft Arntz gelijk. Het is een goede zaak dat studenten gewend raken aan het openbaar vervoer. Zelf heeft hij al jaren een OV-kaart. Hij beschouwt zich als een “true believer”. Ook handig is dat studenten met de kaart gemakkelijk colleges kunnen volgen in verschillende steden. Maar ja, het budget kan niet omhoog.

Portheine van de NS kan kort zijn over het OV-idealisme. De NS willen de studenten best van dienst zijn, maar het huidige contract is “commercieel niet aantrekkelijk”. De studenten reizen meer dan verwacht en als Ritzen de kaart wil handhaven moet er geld bij. Portheine verwacht dat de onderhandelingen met Ritzen over verlenging van de kaart in 1994 nog wel tot in mei zullen duren.

Ter hoogte van Gouda beweert Arntz in het vuur van de discussie dat voor de NS de OV-studenten alleen maar “wagonvullers” zijn. Zoveel kan de student de NS niet kosten, want de treinen rijden immers toch wel? Dat schiet Portheine in het verkeerde keelgat. Hij houdt een lang betoog, waarin vaak woorden als 'produkt', "service' en "klantenbinding' vallen. Het probleem is dat door de reislust van de studenten de NS met capaciteitsproblemen kampt, en “daar hangt een prijskaartje aan”.

Als Arntz zonder vertraging op het perron in Utrecht is gearriveerd is hij tevreden. “Het was goed om eens met de heren te spreken.”