Aandelenbezit populair in de VS; New York Stock Exchange behoudt marktaandeel van 86 procent

NEW YORK, 18 MAART. De beursvloer van de New York Stock Exchange (NYSE), op de hoek van Wall Street en Broad Street, gonst van de . Dat is al gauw het geval want niemand zit, er wordt voortdurend geroepen en de in rode en blauwe stofjasjes geklede specialisten en klerken lopen af en aan. Ook op slappe dagen worden er toch al vlug 160 miljoen aandelen verhandeld. De dagcapaciteit van het systeem is 800 miljoen stuks.

De beurs is een bedrijf, waar aandelen, obligaties, opties, futures en portfolio's worden verhandeld. Ongeveer 500 effectenfirma's en -makelaars zijn lid van de beurs, die zijn legendarische reputatie vooral dankt aan de handel in aandelen. De specialisten voeren in dienst van de beursleden de transacties op de beursvloer uit na orders van makelaars binnen en buiten de beurs.

“De ongeveer 2100 fondsen die hier genoteerd staan vertegenwoordigen een marktwaarde van 40 biljard dollar”, zegt Raymond Pellecchia, manager informatievoorziening van de NYSE. Vanachter een balustrade enkele meters boven het gewoel in de beurshal legt hij uit dat de vloer doorloopt tot in allerlei zijkamers. Op en rond de verschillende elektronische eilandjes vindt de handel plaats. “Post vijf is bijvoorbeeld IBM”, wijst Pellecchia.

In de Verenigde Staten hebben in totaal 51 miljoen mensen een inbreng op de aandelenmarkt, hetzij door zelf aandelen te hebben, dan wel via een "mutual fund'. Dus iets meer dan een op de vijf inwoners - ofwel een op de vier volwassenen - heeft aandelen. Ruim zeventig procent daarvan heeft met de NYSE te maken en bijna de helft van de aandelenbezitters heeft alleen maar met de NYSE te maken.

Klanten van de NYSE zijn banken, grote beleggers en particulieren. De particulieren, waaronder ook non-profitorganisaties en beheersfondsen (trusts) vallen, maakten in 1991 iets meer dan de helft van de aandeelhouders uit. De andere helft is onder meer buitenlandse investeerders (5,9 procent), mutual funds (8,4 procent), verzekeringsmaatschappijen (5,7 procent) en pensioenfondsen (24,8 procent).

De handel in New York groeit elk jaar nog met sprongen. Het gemiddelde dagvolume over 1991 was nog 178 miljoen verhandelde aandelen, vorig jaar bedroeg het 202 en dit jaar is het tot nu toe 260 miljoen per dag. Wat dit betekent in economische termen, kan en mag Pellecchia niet beantwoorden. “Dat is werk voor analisten”, zegt hij. “Het is wel zo dat het voor ons betekent dat het goed gaat met het bedrijf want wij verdienen geld door het volume en het aantal genoteerde fondsen.”

Als Pellecchia hoort dat in Amsterdam ongeveer 200 fondsen verhandeld worden, antwoordt hij diplomatiek met: “Dat is een mooi begin. Hier is het ook met één begonnen.”

De NYSE werkt met zogeheten specialisten die zich met één fonds bezighouden. De met de specialist vergelijkbare Amsterdamse hoekman handelt nu nog in twee of meer fondsen, maar na de hervorming van het handelssysteem net als zijn Newyorkse collega in één fonds. De Amerikaanse specialist is toevallig ontstaan, toen halverwege de vorige eeuw een handelaar een been brak en hij op een stoel plaatsnam midden op de beursvloer. “Ik handel alleen in Western Union”, zei hij. Het bleek bijzonder handig om alle informatie en handel van dat fonds via hem te laten lopen, aangezien hij op een vaste plaats zat. Andere handelaren hoefden op dat aandeel ook niet meer te letten maar zorgden ervoor dat ze af en toe even langswipten om te checken hoe het fonds ervoor stond.

De specialist werkt vandaag de dag in wezen nog net zo. Hij behandelt de orders voor een aandeel en bemiddelt in de handel. Hij is agent voor een makelaar en krijgt daarvoor commissie, hij brengt aanbod en vraag bij elkaar en handelt voor eigen rekening om een periode van windstilte door te komen of om snelle dalingen en stijgingen geleidelijker te doen verlopen. Dat is ook zijn plicht, die vastgelegd is in de zinsnede dat hij zorg moet dragen voor “een eerlijk en geordend handelsverloop”.

De specialist, die negen van de tien keer louter bemiddelaar is, moet actief zijn in het bij elkaar brengen van vraag en aanbod want dat bevordert de handel. “We hadden in 1992 een besparing van 8 miljard dollar door de bemiddeling van specialisten”, zegt Pellecchia, die eraan toevoegt dat een derde van de kosten van NYSE bestaat uit alle vormen van regulering die met het voeren van de beurs gemoeid zijn.

Als de specialist als agent van een makelaar werkt, krijgt hij commissie maar verdient verder ook door winsten op aandelen. De specialisten zijn in de regel in dienst van effectenfirma's, die lid zijn van de NYSE. De verdiensten voor de specialist nemen toe als de markt hard daalt of stijgt maar tegelijkertijd moet hij dan ook voortdurend bemiddelen. Het kopen tegen de markt in doen specialisten op kosten van hun werkgever. De specialist voegt waarde toe aan de markt”, zegt Pellecchia. “Dit systeem voldoet voor ons uitstekend.”

In de VS worden aandelen op een tiental beurzen verhandeld. De NYSE vertegenwoordigt daarvan nog altijd 86 procent van de marktwaarde. De NYSE werkt er hard aan om dat marktaandeel te behouden. “Er is enige erosie geweest maar na wat ups en downs staan we nu op hetzelfde niveau als vijftien jaar geleden”, aldus Pellecchia. Vooral de kleine belegger kwam de laatste jaren in het gedrang. Daarom heeft de NYSE de kosten van het verhandelen verlaagd en ook de service achteraf verbeterd. “Het is nu veel gemakkelijker om snel te weten te komen wat er precies met een order gebeurde dan een paar jaar geleden. Dat wekt vertrouwen”, zegt Pellecchia.

De beurs neemt in de VS een belangrijker plaats in dan in veel Europese landen. Het aandelenbezit is wijd verbreid en bedrijven gaan graag naar de beurs om kapitaal te krijgen. Bovendien heeft de Amerikaanse aandeelhouder meer invloed op de gang van zaken dan in bij voorbeeld Nederland. “Dat is hier een sterke traditie”, merkt Pellecchia op. “Het bedrijf legt verantwoording af aan het publiek en streeft er ook naar op die manier meer naamsbekendheid te krijgen. Het is betrekkelijk goedkoop om op die manier kapitaal te krijgen. Waarom zou bedrijf naar een bank gaan als het via de beurs kan?”