Winstdaling Stork: dividend gehalveerd

AMSTERDAM, 17 MAART. Conform de afgelopen november al uitgesproken verwachting is de netto winst van Stork (machines, industriële dienstverlening) over 1992 gedaald tot 50,3 miljoen gulden, of per aandeel van 4,40 gulden naar 1,80.

Dit is meer dan een halvering van de 120,7 miljoen gulden winst die het industrieconcern in 1991 nog boekte. Voorgesteld wordt het dividend te halveren van 1,60 gulden naar 0,80. Over 1992 kunnen aandeelhouders niet kiezen voor een uitkering in aandelen. Dat zou onder de huidige omstandigheden tot verwatering kunnen leiden, zei bestuursvoorzitter dr J. Hovers bij de presentatie van de cijfers.

Niettemin ziet het bedrijf nog uitstekende groeimogelijkheden in het Verre Oosten en Noord-Amerika waar Stork - dankzij een betere conjunctuur in die delen van de wereld - eenderde van zijn omzet behaalt. Van de 3,54 miljard omzet (tegen 3,58 miljard in 1991) komt eveneens eenderde uit Nederland en een vergelijkbaar percentage uit de rest van de EG.

Stork heeft twee probleemkinderen. De produktie van machines voor de grafische industrie en de fabricage van spuitgietmachines voor de kunststofindustrie. Volgens Hovers ligt het in de bedoeling dat Stork zich grotendeels uit die activiteiten zal terugtrekken. De digitale elektrofotografische divisie is inmiddels stilgelegd. “We kregen overal applaus, maar verkochten er niet één.”. Ten laste van het bedrijfsresultaat is in een bijzondere voorziening van 30 miljoen voorzien om in probleem-sectoren de noodzakelijke aanpassingen te doen.

Opvallend is dat Stork over de eerste maanden van dit jaar een stijging van de orderportefeuille zag van zeven procent. Waarbij bestuurslid H. van den Boogaard constateert dat Stork nu al acht projecten heeft binnengehaald boven de vijf miljoen gulden. Een verdubbeling ten opzichte van dezelfde periode in 1991 en 1992. Maar bestuursvoorzitter Hovers ziet mede daarom nog goede toekomstperspectieven voor Stork. “In het verleden zijn er "conjuncturele schokbrekers' in het concern ingebouwd”, aldus de bestuursvoorzitter. “Zo is de wat minder conjunctuur gevoelige industriële dienstverlening sterk gegroeid. Als Stork nog puur op machines gericht zou zijn geweest dan is het maar zeer de vraag of het bedrijf nu nog met zwarte cijfers zou schrijven.”

Ondanks het teruglopen van de winst blijft de vermogenspositie van Stork sterk. Eind vorig jaar was er nog 231 miljoen gulden in kas, een bedrag dat gemiddeld negen procent rente opbracht. Tegenover de zes procent rente die Stork over langlopende kredieten van bijna 200 miljoen moest betalen leverde dat een positieve bijdrage aan de winst.

Bezorgd toonde de Stork-voorzitter zich over het gebrek aan een concreet industriebeleid in Nederland. Het steeds groter wordende verschil tussen bruto en netto loon in Nederland, de geringe arbeidsparticipatie en het feit dat steeds minder studenten voor een technische opleiding kiezen, ziet Hovers als een aantal remmende factoren. Bovendien doet de Nederlandse regering er op het gebied van exportfinanciering volgens Hovers weinig aan om vaderlandse bedrijven in staat te stellen beter te kunnen concurreren op de wereldmarkt. “Op zich is het natuurlijk belachelijk dat we meer naar Denemarken exporteren dan naar Japan of naar heel Zuid-Amerika bij elkaar.”