Versoepeling vestigingswet bedrijven krijgt brede steun

DEN HAAG, 17 MAART. Een brede meerderheid in de Tweede Kamer steunt minister Andriessen (economische zaken) bij zijn plannen om de vestigingswet te moderniseren en het aantal regels waaraan ondernemingen moeten voldoen, drastisch te verminderen.

Dat bleek vanochtend in een overleg van de Kamer met de minister. Andriessen kon al op de steun van PvdA en VVD rekenen; het Tweede-Kamerlid M. Smits van het CDA gaf vanochtend te kennen dat ook zijn fractie instemt met het voornemen van de minister. Volgens Smits zullen de plannen van de minister ertoe leiden dat het vestigen van nieuwe bedrijven wordt vergemakkelijkt.

Andriessen lijkt er nu in te slagen de liberalisering van de vestigingswet door te voeren, in tegenstelling tot het vorige kabinet dat deze wens wel in zijn regeerakkoord van 1986 had opgenomen.

De plannen van de minister zijn de afgelopen tijd op verzet van diverse kanten gestuit. Met de centrale werkgeversorganisaties, die eerder dit jaar een alternatief plan presenteerden, bereikte hij eerder deze week overeenstemming, op drie punten na. Geschilpunten blijven de positie van de gespecialiseerde aannemerij, waaraan volgens de werkgevers strengere eisen moeten worden gesteld dan Andriessen wil. Ook willen de werkgevers in tegenstelling tot de minister vasthouden aan strafrechtelijke handhaving. De minister vindt dat bedrijven die zich benadeeld voelen, zelf naar de rechter moeten stappen. Bovendien vinden de werkgevers dat de bewindsman niet bij voorbaat het aantal benodigde lesuren moet vaststellen voor het behalen van de vereiste (vak-) diploma's.

De Kamerleden werden vanochtend onthaald op een demonstratie van marktkooplui die met teksten als “Van Andriessen mogen beunhazen ook op de markt staan”, duidelijk maakten hoe zij over de toekomstige wet denken. Zij vonden gehoor bij de Kamer; vrijwel alle fracties bleken te vinden dat de ambulante handel in een strengere categorie van vestigingseisen moet worden ingedeeld dan de minister voor ogen stond.

Andriessen zei vanochtend dat de discussie de afgelopen jaren werd gekenmerkt door de ogenschijnlijk paradoxale situatie dat de overheid bij het vestigingsbeleid naar minder regels wilde en dat de werkgeversorganisaties en vooral de branches zich daartegen verzetten. Het uiteindelijke resultaat “is niet wat ons in 1986 voor ogen stond, maar wel grotendeels”, aldus de minister. Hij wees erop dat nu meer de nadruk komt te liggen op algemene eisen voor ondernemerschap en minder op specifiek vakmanschap. “Wij gaan er vanuit dat vakmanschap er in het algemeen wel is. Je begint niet aan iets wat je niet kunt”, aldus Andriessen. In de gewijzigde voorstellen van de minister zijn nu meer eisen gesteld aan onder meer bedrijven in de bouw en kappers. Ook heeft de minister toegegeven door de eisen aan bakkers, slagers en visverwerkers te veranderen, terwijl ook zwaardere eisen gesteld zullen worden aan elektrotechnische installatiebedrijven.