Vergoeding medicijnen in kabinet omstreden

DEN HAAG, 17 MAART. Minister Andriessen (economische zaken) wil dat geneesmiddelen weer uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) worden gehaald. Mensen zouden zich volgens hem aanvullend voor de kosten van geneesmiddelen moeten verzekeren.

Staatssecretaris Simons (volksgezondheid) voelt daar niets voor.

Het vergoeden van geneesmiddelen uit de AWBZ sinds 1 januari 1992 kost per jaar tweehonderd miljoen gulden extra, omdat particulier verzekerden, die voordien een eigen risico hadden, nu hun medicijnen geheel vergoed krijgen.

In 1991 besloot het kabinet in het kader van de invoering van het plan Simons de medicijnen al in 1992 uit de AWBZ te vergoeden, "opdat de beoogde kostenbesparing hoger zou uitpakken'. VVD en CDA hielden Simons toen voor "geen haasje over te willen springen omdat zij de gevolgen niet konden overzien. Simons zei toen “ervan overtuigd te zijn dat het volstrekt verantwoord was deze stap per 1 januari te zetten.”

De overschrijding van de uitgaven aan geneesmiddelen in 1992 en 1993 worden door de Ziekenfondsraad inmiddels in totaal op ongeveer 460 miljoen gulden geraamd. In 1992 is aan geneesmiddelen ruim 4,5 miljard gulden uitgegeven. Uit onderzoek van de raad blijkt dat de uitgaven in de eerste zeven maanden van 1992 bij de ziekenfondsen met 11,6 procent zijn gestegen en bij de particuliere verzekeraars met 15,3 procent. Dat verschil is het gevolg van het vervallen van het eigen risico voor medicijnen.

Simons zal naar verwachting nog deze maand een "kaderbrief geneesmiddelen' aan de Tweede Kamer sturen, waarin hij aangeeft hoe hij de overschrijding met 460 miljoen gulden de komende twee jaar wil compenseren. Daarbij wordt de gehele "bedrijfskolom' aangepakt. Zo zal de farmaceutische industrie waarschijnlijk worden geconfronteerd met de verlaging van de vergoedingslimiet in het Geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS) met zo'n vijf procent. Dit systeem voorziet in "clusters' van medicijnen, waarbinnen de prijs van één middel steeds als limiet geldt. De patiënt die iets duurders krijgt moet het verschil zelf bijbetalen. De verlaging van die limiet met vijf procent zou 120 miljoen op moeten brengen.

Ook de marge van de groothandel zal worden verlaagd. Nu bedraagt die ongeveer 17 procent van de fabrieksprijzen ofwel zo'n 650 miljoen gulden. Daarvan gaat naar schatting zes procent naar apothekers in de vorm van bonussen en kortingen. Overigens studeert Simons op de mogelijkheid de vergoeding aan de groothandel wettelijk te gaan regelen.

Pag 6: Simons wil lager tarief voor apotheek

Staatssecretaris Simons wil dat apothekers ook bijdragen aan de bezuinigingen die nodig zijn om de overschrijding te compenseren van het budget voor geneesmiddelen met 460 miljoen gulden. Op dit moment krijgen apothekers een vaste vergoeding per recept van 10,30 gulden, maar die wil Simons verlagen. Deze maatregel moet komende twee jaar 120 miljoen opleveren.

Voorts zouden de middelen die niet onder het regime van de Wet Tarieven Gezondheidszorg vallen, niet langer moeten worden vergoed. Het gaat daarbij om bijvoorbeeld aspirine en paracetamol, die zonder recept bij de drogist verkrijgbaar zijn, maar worden vergoed als de arts er een recept voor uitschrijft. Ook de homeopathische en antroposofische middelen zullen uit het pakket moeten verdwijnen. Dat levert naar schatting 170 miljoen gulden op.

De farmaceutische bedrijfstak zou eventueel wel bereid zijn mee te werken aan een bescheiden verlaging van de inkoopprijs die apothekers betalen. Moeite hebben de fabrikanten met het moeten opdraaien voor de overschrijdingen die zijn ontstaan door de overheveling van de vergoeding van medicijnen van de particuliere verzekering naar de AWBZ.

Plaatsvervangend directeur-generaal I.D. Sepers van het ministerie van economische zaken verwoordde deze week nog eens de kritiek van zijn minister op het geneesmiddelenbeleid van Simons. Andriessen richt zijn kritiek ook op het GVS. Simons verwachtte dat door deze nieuwe wijze van vergoeden de uitgaven voor geneesmiddelen minder zouden stijgen: de jaarlijkse stijging van meer dan tien procent zou kunnen worden beperkt tot vier procent. De Ziekenfondsraad komt dan ook tot de conclusie “dat er een groeiend verschil bestaat tussen de beleidsmatige ramingen van het ministerie en die van de Raad, welke zijn gebaseerd op werkelijke uitgaven.” De Raad dringt daarom nogmaals aan op óf een herbezinning op de ramingsmethodieken óf een bijstelling van het realiteitsgehalte.