SER wil scholieren stimuleren technische vakken te studeren

ROTTERDAM, 17 MAART. De Sociaal Economische Raad (SER) maakt zich sterk voor het stimuleren van studenten dat zich willen bekwamen in een aantal studierichtingen voor technische vakken. Terwijl voor de meeste universitaire studies het aantal studenten de afgelopen jaren explosief is gegroeid is het aanbod bij wiskunde, elektrotechniek en scheikunde gedaald. Lager collegegeld, een hogere studiefinanciering en de mogelijkheid langer over een studie te doen zouden een pakket maatregelen kunnen vormen om de studie in technische vakken aantrekkelijker te maken.

Deze punten vormen de grondslag voor een aanbeveling die een commissie van de SER vrijdag zal presenteren aan minister Ritzen van onderwijs. De bewindsman had om een dergelijk advies gevraagd voor het Hoger Onderwijs en Onderzoeks Plan 1994. Het is volgens de commissie daarbij van groot belang de deelname aan technische en natuurwetenschappelijke studierichtingen te stimuleren. Voor vakgebieden waarin een omvangrijke en structurele werkloosheid van afgestudeerden heerst pleit de SER-commissie voor het instellen van een numerus fixus. Ook dat zal de studenten dwingen over eventuele andere studiemogelijkheden na te denken. Het aandeel van vrouwen in het aantal eerstejaarsstudenten is momenteel iets minder dan de helft. Maar hun keus voor studies als natuurwetenschappen en techniek is bijzonder laag en steekt ook negatief af ten opzichte van het buitenland. De keuze voor natuurkunde is de laatste jaren in het havo licht gestegen terwijl in het vwo een daling heeft plaatsgevonden.

In de adviesaanvraag wordt een drietal thema's aan de orde gesteld. Ten eerste de maatschappelijke behoefte aan hoger opgeleiden. Het tweede thema is de kwalitatieve afstemming tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Het derde thema betreft de organisatie van afstemming met de afnemende vraag van het bedrijfsleven. De werkloosheid onder hoger opgeleiden is het afgelopen decennium sterk toegenomen. Alleen in de periode 1990-1991 was er sprake van een daling. Toch is het percentage werklozen onder hoger opgeleiden substantieel lager dan het algemene werkloosheidspercentage.