"Sarajevo is nu eenmaal een onmenselijke barbarij'; Minister Ter Beek noemt het risico voor soldaat aanvaardbaar

Minister Ter Beek (defensie) bezoekt de Nederlandse militairen in het voormalige Joegoslavië. Een granaatinslag in de tuin bij een beveiligde commandopost brengt de oorlog voor hem heel dichtbij.

SARAJEVO, 17 MAART. Kapitein Sacha Okhlopkov duwt zijn Antonov 32 in een scherpe bocht en vliegt steil naar beneden op de luchthaven van Sarajevo aan. Een Oekraïense laadmeester opent de laadbak al tijdens het dalen. Staketsels van huizen worden zichtbaar. Naast de landingsbaan verschroeide aarde. Het is rustig.

Op het veld staat een colonne gepantserde VN-voertuigen met blauwe vaantjes en een personenauto met bepantsering voor minister Ter Beek. Wachtmeester Dominique uit Montreal geeft instructies: “Steek je hoofd niet uit het gat van het voertuig en als je het inslaan van kogels hoort, laat je dan wat naar achteren zakken. Wij beantwoorden het vuur en je hoeft je niet ongerust te maken.” Hij pakt een handgranaat uit een rekje op het dak. In het laadruim liggen de doosjes munitie tussen de dieselolie. Over de boordradio komt de instructie om naar de stad te vertrekken.

Uit het gat zie je alleen veel gebroken ruiten. In hoge populieren bouwen kraaien een nest. Dominique zwaait achterin de auto met zijn mitrailleur. De bestuurder houdt met één hand zijn wapen in wisselende richting en met de andere stuurt hij zijn zwaargepantserde personeelsvoertuig. De rupsvoertuigen van de VN schrapen over het beton. Binnen vallen de inzittenden bij een scherpe draai in elkaars armen. De gepantserde deur gaat open en voor het oude postkantoor wordt uitgestapt. Hier is het VN-hoofdkwartier van de sector Sarajevo. Een Franse overste salueert en geeft een hand. “Vlucht naar binnen”, zegt hij de Nederlanders. “Even verderop wordt wat geschoten.”

Binnen is het kalm. Nederlandse soldaten nemen de bezoekers mee naar hun huiskamer. Camouflagenetten hangen aan het plafond en kartonnen kerstmannen draaien in het rond. Dienstplichtig soldaat Pjotr Neering uit Uithoorn, die samen met 18 andere Nederlandse militairen hier de verbindingen verzorgt op het hoofdkwartier in een drieploegendienst, noemt het leven dragelijk. “Wij komen dit kantoor bijna niet uit, maar ik ging hier vrijwillig naartoe om iets aan deze klerezooi te doen. Noem het idealisme, een beetje actie. Er moet hier toch wat gedaan worden.”

Vincent Jansen uit Nijmegen is blij dat zijn zes maanden er bijna op zitten. “Ik ben vrijwillig gegaan. Misschien heb ik hier wat kunnen doen. Maar ik zal het niemand aanraden die het me vraagt. Zeker niet als er straks meer VN-gevechtseenheden zouden komen. Dan kan alles weer opnieuw beginnen.” Justin Berends uit Zwolle vindt de verdienste niet onaardig: vierduizend gulden per maand en weinig kans iets uit te geven. Wel is het leven op het hoofdkwartier moeilijk. “Vier douches voor 250 man. Een kopje koffie om de hoek is er niet bij.”

Tijdens de briefing door een Spaanse generaal op het vooruitgeschoven kleine hoofdkwartier bij de residentie van de Franse generaal Morillon, midden in de stad, valt aan het eind van de ochtend een 82-mm mortiergranaat in het tuintje vlak naast de stafkamer. Minister Ter Beek moet mee naar een keldertje en schuilt er zeven minuten. Dan gaat de uitleg van de Spanjaard weer door. Trefzeker wijst de generaal op de kaart waar de problemen zich hier voordoen. De granaat kwam vermoedelijk vanaf het dak van een verlaten flatgebouw. Ter Beek: “Dat was wel even schrikken. Maar het is hier nu eenmaal een onmenselijke barbarij. En verder is het indrukwekkend. Het maakt bewondering bij me los voor wat de Nederlandse militairen hier presteren.”

In een versterkte personeelscarrier op dikke banden van het Franse bataljon volgt 's middags een tocht door de stad. Chauffeur John komt uit Engeland en koos voor het Franse Vreemdelingenlegioen. “Mocht het een beetje heet worden, dan moeten de luiken van de raampjes dicht.” Voor de villa van generaal Morillon kruipt een man door het stof om houtjes te sprokkelen. “Wij brengen nu minder hout binnen omdat het weer beter wordt en voedsel en medicijnen harder nodig zijn”, zegt kapitein Jan Segers uit Turnhout die bij de Belgische paracommando's dient. “De laatste weken veel melkpoeder en bonen en medicijnen en meel voor de enige bakkerij die open is. Ook nog steeds honderden lijkkisten.”

Bovenop een heuvel bij het Olympisch Stadion liggen tientallen verse graven. Moslims en Serviers worden naast elkaar begraven. Een vrouw met een bosje rode plastic anjers bukt zich over een graf. Zij kust de omgewoelde aarde en loopt daarna op een drafje terug naar de bescherming van een verwrongen flatgebouw.

Ver weg hoor je de inslag van artillerie en dichterbij hier en daar een geweerschot. Op sommige verdiepingen van het verwoeste flatgebouw hangt de was te drogen. Wilde, paarse anemonen bloeien onder een grote zwarte boom waarvan de takken zijn afgezaagd. Van de banken in het parkje zijn alleen de betonnen steunen over.

In de straten staan wanden van opengezaagde containers schuin opgesteld om de inwoners van Sarajevo op hun dagelijkse tocht door de verwoeste stad enige bescherming te bieden tegen sluipschutters. Segers: “Deze laatste weken schieten de sluipschutters vaker. Het lijkt wel of het om een paar meter terrein gaat voordat de grenzen straks worden vastgelegd. Vanochtend is met jullie vliegtuig president Izetbegovic vertrokken om verder te onderhandelen en vlak na zijn vertrek wordt er weer meer geschoten. Zijn zij dan toch bang voor diplomatieke vorderingen? Ik kan het nog niet geloven.”

De distributie van het voedsel verloopt nu beter, zegt majoor H. Mommers van de VN-staf. Ook de voedseldroppings door de Amerikanen in de moslim-enclaves in Bosnië komen redelijk op hun plaats terecht. In die enclaves slaagt de VN erin om per dag één rantsoen dat onder vier bewoners moet worden gedeeld te verzorgen. Onderhandelingen over transporten worden nog vertraagd. Generaal Morillon onderhandelt nog steeds in de enclave Srebrenica. De transporten mogen nu wel doorgaan als de chauffeurs niet door VN-infanteristen worden beschermd. De generaal weigert die eis van de Serviërs. Onbeschermd zullen de VN-militairen niet op pad worden gestuurd.

In de koffiekamer van het oude postkantoor houdt minister Ter Beek vol dat het hier in Sarajevo en omgeving om een aanvaardbaar risico gaat. “Nederland blijft bereid hier een bijdrage te leveren”, zegt hij bij zijn afscheid. Als hij in zijn gepantserde Renault stapt zwaait het handjevol dienstplichtigen hem zwijgend uit. Een enkeling schudt het hoofd onder zijn blauwe helm.