Op zo'n dag is Krajicek de baas, niemand anders

KEY BISCAYNE, 17 MAART. Soms kun je aan Richard Krajicek zien dat hij gaat winnen. Vanaf het moment dat hij zijn eerste bal slaat. Dan beweegt hij zich gemakkelijk, lijkt hij met zijn enorme spanwijdte de baan volledig voor de aanvallen van zijn tegenstander af te schermen en verschijnt er af en toe een Mona-Lisalach op zijn gezicht. Dan geniet hij zelf van een prachtig punt. Dan wacht hij na een pauze tussen twee games niet rustig af tot de umpire het sein geeft dat er weer begonnen moet worden, maar staat ie als eerste op de baan. Alsof hij wil laten zien dat hij en niemand anders die dag de baas is.

Zo'n dag was het gisteren toen hij in de derde ronde de Duitser Carl-Uwe Steeb trof op het toernooi van Key Biscayne, dat met zijn deelnemersveld kan wedijveren met een grand-slamevenement. Hij lachte erom als een schitterende goede service "uit' werd gegeven, klaagde niet over de harde wind die dwars over de baan joeg en zo vaak wisselde dat geen klap voorspelbaar was. En dat er meer dan viereneenhalf uur zat tussen de eerste klap en het moment dat zijn 6-3 6-3 overwinning een feit was, maakte hem ook al niks uit. Een regenpauze van drieëneenhalf uur. Dat kun je hebben op zo'n dag. Dan kijk je uit naar je volgende partij, vooral als die tegen Andre Agassi gaat.

Wat een verschil met zijn eerste optreden maandag, toen zijn worsteling met Bernd Karbacher zo stroef verliep. Toen hij in het Tsjechisch zichzelf en de wind vervloekte en één keer met stemverheffing zei dat hij er "simpel' van werd dat hij tegen zulke jongens zo veel werk moest verzetten. Als je bijna in de top tien staat hoort zoiets een opwarmronde te zijn. Moet je de kleineren behandelen als een oefenmuur. Zoals Agassi die Aaron Krickstein en Jason Stoltenberg van de baan vaagde. Maar Krajicek vecht dan met zichzelf. Op zulke ogenblikken heeft zijn service een snipperdag, blijken lage ballen een kwelling voor dat lange lijf, is zijn lichaam een onhandelbaar instrument.

Toch kan het hem mentaal ook sterken en heeft ie dergelijk gemartel nodig. Omdat hij dan strijdt tegen dat gemene stemmetje in hem, dat zegt hoeveel gemakkelijker het is om de partij maar gewoon gewonnen te geven. Een kwade geest die hij moet uitdrijven. Door zichzelf voor te houden dat hij toch speciaal voor dit toernooi naar de Verenigde Staten is gekomen, hier vorig jaar de kwartfinale heeft gehaald en dat de punten die hij daarmee verdiende nu verdedigd moeten worden omdat hij anders weer wat terrein zal verliezen op de wereldranglijst. Dan heeft ie aan het einde van zo'n zware partij toch veel voldoening.

“Ik had meer vertrouwen in de partij tegen Steeb dan in die van een dag eerder”, zei Krajicek, “want dat was mijn eerste wedstrijd na lange tijd. Bovendien slaat die jongen veel harder. Toen ik na de eerste games tegen Steeb voelde dat mijn service goed liep was het helemaal lekker.” Bij 2-1 brak hij eerst de opslagbeurt van de Duitser, leverde vervolgens zijn eigen servicegame in ondanks de twee aces die hij over de baan ramde, maar brak op 4-3 opnieuw de service van zijn opponent zodat hij een comfortabele uitgangspositie had toen de wind nog harder de kruinen van de palmbomen door elkaar schudde en buien de baan glad en gevaarlijk maakte, waardoor een pauze werd ingelast.

Steeb keerde agressiever terug, sloeg harder en vooral meer binnen de lijnen. Maar Krajicek won zijn eigen opslagbeurt (6-3), forceerde in de tweede set een break bij 2-2 en profiteerde op 5-3 van de fouten die Steeb maakte. Het was de tweede ontmoeting van de twee. Vorig jaar in Rome, op gravel, had de 25-jarige Duitser hem nog in drie sets verslagen.

Het treffen in de achtste finales met publiekslieveling Agassi betekent ook de tweede keer dat ze in hun loopbaan elkaars pad kruisen. De eerste keer was tweeëneenhalf jaar terug op Wimbledon, toen Agassi won. Krajicek is nu in vorm aan het komen, maar zijn nieuwe tegenstander lijkt helemaal goed op dreef. Gisteren droogde hij Stoltenberg af (6-0 6-1) en kwam tot de vaststelling dat de grootste bedreiging het verlies van concentratie was.

Paul Haarhuis kon zijn partij tegen Andrei Medvedev op de dag dat de regen het hele schema in de war stuurde niet afmaken. Hij verloor de eerste set met 6-4, leek de wisselvallig spelende Oekraïner in de tweede set behoorlijk in moeilijkheden te brengen toen hij op 2-1 diens opslagbeurt binnen haalde, maar werd vervolgens "teruggebroken'. Met een 4-3 voorsprong van Haarhuis werd de kleedkamer opgezocht.

De Nederlandse vrouwen strandden in de achtste finale. Stephanie Rottier verloor gaandeweg de eerste set de greep op de als zesde geplaatste Jana Novotna (2-6), maar liet vervolgens zien dat haar resultaten van de laatste maanden niet op louter toeval berustten. Wel is het nog verre van voldoende om een top-tienspeelster op de knieën te krijgen. Met 6-4 verloor ze ook de tweede set. Miriam Oremans, daags tevoren winnares van de ontmoeting met de Duitse Anke Huber, won haar eerste set van Leila Meskhi uit Georgië, verloor de tweede met 7-5 en gaf het daarna uit handen: 6-0.