Namen laten noemen als martelinstrument van Amerikaanse communistenjagers; Portret van de paranode pitbullterrier Roy Cohn

Citizen Cohn. Regie: Frank Pierson. Met: James Woods, Joe Don Baker, Joseph Bologna, Frederic Forrest, Lee Grant. Uitgebracht op huurvideo door Warner Home Video.

"Naming Names' noemde de journalist Victor S. Navasky zijn standaardwerk dat het gedrag van de filmindustrie tegenover Joseph McCarthy en diens communisten jagende "House Committee on Un-American Activities' (gewoonlijk afgekort als HUAC) in kaart bracht, onderzocht en duidde. Het namen noemen is steeds cruciaal geweest in de methodes van McCarthy en de zijnen. In Citizen Cohn, de speelfilmlange biografische film die Frank Pierson maakte over McCarthy's rechterhand Roy Cohn, is namen laten noemen inderdaad de voornaamste obsessie van deze Cohn, tot in het absurde.

Pierson en scriptschrijver David Franzoni, die hun film baseerden op de biografie van Nicholas von Hoffman, onderschrijven van scène tot scène Navasky's stelling dat het HUAC, een onderzoekscommissie zonder recht tot vervolgen en veroordelen, wel degelijk strafte, door zich te verzekeren van een zo ruim mogelijke publiciteit. Ze konden de verhoren zo openbaar maken als het hun goeddunkte en het noemen van namen was een belangrijk martel-instrument: wie genoemd werd, belandde dankzij uitvoerige krante- en radio-verslagen automatisch op een ongeschreven zwarte lijst. Hij of zij was, nog voor er iets "bewezen' was, feitelijk zijn burgerrechten kwijt. Wie geen namen wilde noemen wachtte hetzelfde lot - die had dus iets te verbergen. Wie wel namen noemde had een kans zichzelf vrij te pleiten, maar manoevreerde zich in de positie van verrader. De cineast Elia Kazan beschreef in zijn autobiografie de gewetensnood en het ijzige sociale isolement die dat kon opleveren. Velen waren niet opgewassen tegen dit geestelijke geweld. Zoveel getuigen pleegden zelfmoord dat McCarthy en zijn commissie de bijnaam "murderer's row' kregen.

Het is merkwaardig hoe voorzichtigjes de Amerikaanse filmindustrie McCarthy's communistenjacht steeds heeft behandeld, terwijl er toch een schat aan dramatisch materiaal in schuil gaat voor veel meeslepende films. De enkele films die tot stand kwamen, putten zich doorgaans uit om te bewijzen dat de hoofdpersoon vals beschuldigd werd van communistische sympathieën en dus ten onrechte werd onderworpen aan zo'n gemene behandeling. De wrede waanzin die het HUAC van staatswege mocht uitoefenen stond niet ter discussie.

In een subtiel samenstel van verhaallijnen en karakters en met superieur onsensationele aandacht voor Cohns verborgen homoseksualiteit, doorbreekt Citizen Cohn die omzichtigheid. Alleen al Piersons weergave van de verhoren door het HUAC zijn ondubbelzinnig in hun aanklacht tegen wat je niet anders kunt benoemen dan als geestelijke mishandeling van weerloze burgers. De titel van de film verwijst via Citizen Kane naar de blinde muur die megalomanie, eigendunk en waanzinnige hoogmoed rond iemand kunnen oprichten. Citizen Cohn is ingebed in flitsen van documentaire nieuwsbeelden uit het Amerika in de jaren vijftig: angst voor "het rode gevaar', een verzenuwde Gary Cooper die wordt verhoord vanwege zijn rol in High Noon, spandoeken die aansporen om Ethel en Julius Rosenberg te executeren. En mocht er toch nog twijfel zijn aan de opzet van de film, dan speelt James Woods die direct weg. Zijn Roy Cohn is ontegenzeggelijk tegelijk rechter en beul in dienst van de staat, een Beest in een net pak. Opdringerig zelfverzekerd en ordinair als de eerste de beste mafia-capo, fanatiek als een goeroe, corrupt en extra gevaarlijk door zijn ontwikkeling en intelligentie. Bovendien is hij dusdanig uit op zelfverheffing dat niets hem heilig is en nog minder hem kan vermurwen tot gevoel. Zo ontbiedt McCarthy de schrijver Dashiell Hammett (mooi gespeeld door Frederic Forrest, met een knipoog naar Wim Wenders' Hammett uit 1983, in welke film hij diezelfde rol vervulde) voor een informeel verhoor. In antwoord op een impertinente vraag citeert Hammett Lewis Carroll. McCarthy kijkt gerriteerd, Cohn herkent met een geamuseerde glimlach "Alice in Wonderland'. Er lijkt sprake van waardering, misschien zelfs van verwantschap. Maar nee. McCarthy lijkt genegen om de schrijver, van wiens boeken hij houdt, met rust te laten, maar tegen de verwachting in drijft juist Cohn Hammetts dagvaarding door.

Citizen Cohn windt er geen doekjes om. Cohn overleed in 1986 aan de gevolgen van AIDS en in de film blijft hij tot op zijn sterfbed de paranoïde pitbullterrier die iedereen in zijn omgeving dood kan bijten, zomaar, omdat hij er zin in heeft. Zijn meest prominente slachtoffers komen bij hem spoken. Ze vragen rekenschap en beschuldigen hem. Cohn is bang, doodsbang, maar hij sterft liever dan dat hij gehoor zal geven aan de fantomen.