Mogelijk meer woningen in IJ-meer

AMSTERDAM, 17 MAART. Amsterdam is niet in staat de komende jaren voldoende woningen te bouwen binnen de huidige grenzen. Daarom moet worden bekeken of een groter deel van het IJ-meer voor woningbouw benut kan worden dan waar nu rekening mee wordt gehouden in de plannen voor de woonwijk Nieuw-Oost.

Dat werd vanochtend bekendgemaakt door de Amsterdamse wethouder J. Saris. Hij zei dit bij de presentatie van de voorbereidingen voor het nieuwe structuurplan voor Amsterdam, dat volgend jaar moet worden afgerond. In ambtelijke kring wordt gedacht aan een uitbreiding van Nieuw-Oost richting Almere. Daarbij zou het grootste deel van het huidige IJ-meer moeten worden gedempt. De geplande metrolijn vanaf het stadscentrum zou doorgetrokken kunnen worden. Volgens A.W. Oskam, directeur van de hoofdstedelijke dienst ruimtelijke ordening, zijn er weinig alternatieven: de meeste gebieden rond Amsterdam moeten wegens hun landelijke en recreatieve karakter ontzien worden.

Volgens wethouder Saris is de bevolkingsaanwas door migratie de laatste jaren onderschat en dreigt de planning hierdoor vast te lopen. In de Amsterdamse regio moeten de komende jaren ongeveer 85.000 woningen bijgebouwd worden. Deze door het rijk gesuggereerde taakstelling werd onlangs nog verhoogd met 13.000 extra woningen. Amsterdam zou zeker 30.000 woningen voor zijn rekening moeten nemen. In de huidige plannen voor Nieuw-Oost zijn 15.000 woningen opgenomen.

Saris sprak vanochtend de vrees uit dat ingrijpende maatregelen nodig zijn, wil de stedelijke ontwikkeling rond de hoofdstad niet vastlopen. Het tot nu toe gevoerde beleid van de compacte stad, waarbij wordt gepoogd het werken en wonen op niet al te grote afstand van elkaar te laten plaatshebben, moet worden geïntensiveerd. “Maar we zijn tot de conclusie gekomen dat we er binnen de huidige modellen niet komen”, aldus de wethouder. Behalve onvoldoende woningen dreigt er ook een tekort aan bedrijfsterreinen.

Volgens Saris is het intensiever benutten van de huidige bouwlocaties onvoldoende om in de groeiende behoefte te voorzien. Daarbij zou het gevaar bestaan dat er nieuwe voorsteden worden gebouwd, met alle vervoersproblemen vandien. Vooral indien nieuwe wijken worden gepland op plekken waar nog geen openbaar-vervoerslijnen liggen dreigt volgens Saris “een zestiger-jarensituatie te ontstaan”.