Minister wil streefcijfers bij aanpak criminaliteit

DEN HAAG, 17 MAART. Minister Hirsch Ballin (justitie) deelt de mening van een meerderheid van de Tweede Kamer dat de politie in de toekomst moet werken op basis van duidelijke streefcijfers bij de bestrijding van de criminaliteit.

Dit zei de bewindsman vanochtend tijdens het debat in de Tweede Kamer over de reorganisatie van het politiebestel. Hirsch Ballin en minister Dales (binnenlandse zaken) streven ernaar per 1 januari 1994 de 148 gemeentelijke korpsen en het korps rijkspolitie te laten samengaan in een nieuwe regionale politieorganisatie.

De fracties van CDA, PvdA, D66 en Groen Links benadrukten gisteren dat het kabinet onvoldoende resultaten boekt bij de bestrijding van de misdaad. CDA-woordvoerder Van der Heijden vroeg het kabinet de politieorganisatie in de toekomst af te rekenen op resultaten. Volgens Van der Heijden moeten er sancties genomen worden tegen hoofdcommissarissen en hoofdofficieren van justitie die er niet in slagen de criminaliteit in hun regio terug te dringen. Lukt het om de misdaad meer dan afgesproken te verminderen, dan zijn beloningen op hun plaats, aldus Van der Heijden.

“Burgers zitten te springen om concrete aanwijzingen dat er iets gebeurt. Het is toch niet langer acceptabel dat in sommige arrondissementen 70 procent van de verdachten naar huis wordt gestuurd. In een bepaald arrondissement wordt iedereen naar huis gestuurd. Daar wordt niet eens meer iemand voorgeleid aan de rechter-commissaris”, aldus de CDA'er.

De gehele Kamer was van mening dat de reorganisatie van de politie die al geruime tijd geleden in gang is gezet, nog geen efficiëntere politie heeft opgeleverd. PvdA-woordvoerder Stoffelen refereerde aan een onderzoek waaruit blijkt dat slechts 30 procent van de politie-ambtenaren daadwerkelijk bezig is met het uitvoerende werk op straat, terwijl de rest bezig is met administratieve zaken.

VVD en D66 toonden zich verbolgen over de houding van de beide bewindslieden ten aanzien van de initiatieven en voorstellen van de niet-regeringsfracties tijdens de behandeling van de nieuwe Politiewet tot nu toe. “Respectloos” noemde VVD-woordvoerder Dijkstal de reactie van de regering op die voorstellen. Kohnstamm constateerde “een hoge mate van irritatie in de stukkenwisseling tussen regering en kamer”.

Dijkstal verweet de regeringsfracties alle details waarover verschil van mening kan dreigen in de achterkamers van het ministerie te hebben geregeld. Dat is volgens Dijkstal tot uiting gekomen in de vele moties en 20 amendementen Stoffelen/Van der Heijden. Hij sprak in dat verband over “reeksen moties en hele bosschages piketpalen”. “Wat blijft er over voor het politieke debat”, vroeg Dijkstal “De bewindslieden reageren immers alleen op de voorstellen van de twee regeringsfracties. De overige zeven partijen tellen niet meer mee”.