Miljonairs kunnen blijven

Het klinkt vreemd in deze tijd van malaise, maar binnenkort ligt er een voorstel om rijke Nederlanders fiscaal tegemoet te komen. De vermogensbelasting op ondernemingsvermogen gaat verdwijnen, al is het een sigaar uit eigen doos. Toch vervalt met die maatregel voor heel wat miljonairs een reden om te verhuizen naar België, dat zo'n belasting niet kent. Zeker nu men er daar over denkt een vermogensbelasting in te voeren.

Iemand met een effectenportefeuille van drie miljoen gulden, die hem een rendement van drie ton oplevert, moet zo'n 25.000 gulden aan vermogensbelasting ophoesten. Dat is niet meelijwekkend. Toch kunnen er problemen ontstaan als het vermogen vastligt in een familiebedrijf.

Een voorbeeld: een bedrijf met een waarde van drie miljoen heeft de winst hard nodig voor de uitbreiding van de onderneming. Twee directeuren, onder wie de enig-aandeelhouder, krijgen een ton salaris waarvan zij na inkomstenbelasting ongeveer de helft overhouden. De ene directeur kan dat bedrag uitgeven; de ander, die tevens enige aandeelhouder is, moet van dat geld nog 25.000 gulden vermogensbelasting betalen. Waarschijnlijk wil hij net zo veel bestedingsruimte overhouden als zijn collega-directeur. Dat kan als de onderneming hem dividend uitkeert. Door de gecombineerde werking van de inkomsten- en vennootschapsbelasting moet dat dividend een ton bedragen om de groot-aandeelhouder die 25.000 gulden netto in handen te spelen. Die dividenduitkering gaat ofwel ten koste van de uitbreidingsplannen of legt het bedrijf de last op een ton extra winst te maken.

In de praktijk wordt de soep niet zo heet gegeten. Slimme belastingadviseurs kennen constructies om aan de fiscale wurggreep te ontkomen. Maar het ministerie van financiën draait de ene na de andere legale belastingtruc de nek om. Die ijver is prijzenswaardig, want de fiscus wint aan geloofwaardigheid.

Intussen komen wel onredelijke fiscale uitwassen, die voorheen werden geneutraliseerd met een ontwijkingsconstructie, schrijnend aan het licht. In haar reactie daarop getuigt de volksvertegenwoordiging van een bredere visie dan het kabinet. Terwijl het ministerie van financiën vooral op de wetsmazen is gespitst, houdt de Kamer de aanvaardbaarheid van de wet in zijn totaliteit in het oog. Zo ook bij de vermogensbelasting. Dat bleek toen staatssecretaris Van Amelsvoort in 1990 kwam met een op zichzelf sluitend wetsvoorstel om enkele resterende mazen in de vermogensbelasting te dichten. De Tweede Kamer weigerde dit voorstel af te handelen zonder een bijbehorende oplossing voor de vermogenden die, bij gebrek aan fiscale vluchtwegen, met huis en haard de wijk nemen.

Van Amelsvoort beloofde met suggesties te komen, maar bracht niets tot stand. Dat provoceerde de VVD tot een initiatief-wetsvoorstel om de vermogensbelasting geleidelijk af te schaffen. Dit was niet meer dan een symbolisch gebaar, want een deugdelijk financieringsplan ontbrak. In december 1992 waren ook de coalitiepartners CDA en PvdA het wachten beu. De Kamerleden Vreugdenhil (CDA) en Vermeend (PvdA) besloten zelf het voortouw te nemen.

Dergelijke initiatieven leiden nogal eens tot luide jammerklachten uit wetenschappelijke hoek over wetstheoretisch knoeiwerk. Tot de felste critici behoort de Rotterdamse hoogleraar Stevens. Het duo Vreugdenhil/Vermeend besloot juist hem te vragen nu eens zelf zijn nek uit te steken en hen de theoretische onderbouwing voor hun wetsvoorstel te leveren.

Stevens nam de uitdaging sportief op en legde binnen twee maanden een gedegen rapport op de mat. Zijn eerste voorkeur gaat daarin overigens uit naar een geleidelijke afschaffing van de vermogensbelasting. Een weg die in de Tweede Kamer naast de VVD ook door D66 wordt bepleit. Stevens kan evenwel ook heel goed leven met wat Vreugdenhil/Vermeend willen: het voortaan vrijstellen van ondernemingsvermogen. Dat leidt ertoe dat de aandeelhouder uit het voorbeeld helemaal geen vermogensbelasting hoeft te betalen. Dat is voor het betrokken bedrijf wel zo gezond. Trouwens, het bedrijfsleven als geheel kan profiteren van zo'n verkapte subsidie op risicovolle beleggingen.

De crux van het plan zit hem vervolgens in de financiering. Je kunt moeilijk de bijstandsuitkering korten om de miljonairs een fiscaal douceurtje te gunnen. De rijken moeten dus een sigaar uit eigen doos gepresenteerd krijgen. Hoe de parlementariërs dat precies willen inkleden, weten we pas bij de presentatie van hun voorstel. Dat gebeurt mogelijk nog deze maand. Stevens gaf hen een handreiking door een aantal fiscale ontwijkingsmogelijkheden waarvan bij uitstek de rijken profiteren op een rijtje te zetten. Door die mazen te dichten kan de herziening van de vermogensbelasting royaal worden bekostigd. Zo'n samenwerking tussen politiek en wetenschap belooft wat voor de toekomst.