Markten rekenen op solidariteit Bundesbank

AMSTERDAM, 17 MAART. Sneller dan verwacht hebben de Duitse bondsregering, de oppositie en de regeringen van de deelstaten een akkoord bereikt over de financiering van de opbouw van de voormalige DDR. Om de kapitaalstroom naar de oosterse deelstaten van 56 miljard D-mark per jaar te financieren, worden vanaf 1995 de lasten voor de burgers fors verzwaard. Zo is onder meer afgesproken om opnieuw een solidariteitsheffing van 7,5 procent in te voeren. Het bezuinigingsdeel is relatief beperkt en hiervan is bovendien nog maar een deel concreet ingevuld. Dit laatste aspect zal de Bundesbank moeilijk kunnen bekoren. Omdat nu echter een belangrijke doorbraak is gerealiseerd, verwachten de financiële markten niettemin dat de Bundesbank "solidair' zal zijn met de onderhandelingspartijen. Deze solidariteit kan worden geuit met een verlaging van de officiële tarieven tijdens de reguliere Bankrat-vergadering van morgen. Ofschoon de Bundesbank liet doorschemeren dat er geen verband bestaat tussen het behaalde akkoord en het rentebeleid, duiden een tweetal technische factoren toch op een spoedige renteverlaging. Ten eerste wordt ernaar gestreefd om de Repotarieven (thans 8,25 procent) in het midden van het disconto (8 procent) en Lombardrente (9 procent) te houden. Ten tweede biedt de voortdurende daling van de kapitaalmarktrente ruimte voor een tariefsverlaging. De Bundesbank wil immers een inverse rentestructuur (korte rente hoger dan lange rente) zien, als indicator van haar geloofwaardigheid, maar de omvang daarvan behoeft niet te worden overdreven. Beide factoren wijzen in de richting van een daling van de officiële tarieven van 0,25 à 0,50 procentpunt.

Gelet op de forse daling van de Nederlandse geldmarktrente in de afgelopen week lijken de geldmarkthandelaren zeker van hun zaak. Zo moest maandag voor éénmaands deposito's 7,45 procent worden betaald, 40 basispunten minder dan aan het begin van deze maand. Vanzelfsprekend kan een deel van deze daling op het conto worden geschreven van de verlaging met 0,25 procentpunt van de officiële tarieven door DNB.

Wederom maakte DNB duidelijk dat het gunstige inflatiebeeld in Nederland en de relatief goede staat van de overheidsfinanciën een onafhankelijk monetair beleid mogelijk maakt. Ook na deze tariefswijziging kon de gulden haar sterke positie, zowel in het EMS als ten opzichte van de Dmark, moeiteloos handhaven. De kracht van de gulden maakt het mogelijk dat een eventuele verlaging van de Duitse tarieven zal worden gevolgd door DNB. Het wekt daarom geen bevreemding dat de jongste speciale belening, tegen een onveranderd percentage van 8,1 procent, op vrijdag afloopt, zodat DNB donderdag na de Bundesbank-vergadering een nieuwe belening met een lager percentage kan aankondigen. De huidige belening bleek voldoende om de verkrapping uit hoofde van de afwikkeling van interventies, de verkoop van het laatste deel van de open marktportefeuille, en de hogere kasreserve te compenseren. De daggeldrente kon daardoor tot onder de 8 procent dalen, terwijl de banken in staat bleken om 1 punt op het contingentsberoep te besparen.

Bron: Economisch Bureau ING Bank