Jeltsin handelsreiziger

De leiding van het Westen (Is die er? Dat begrip is een afzonderlijke studie waard) staat bij Boris Jeltsin voor een aantal vraagstukken die sterk doen denken aan de problematiek van Gorbatsjov in zijn nadagen.

Hoeveel macht heeft deze Russische president nog? Is het waard een poging te doen, hem te redden? Hoe zal zo'n poging eruit moeten zien? Wat zal hij zich, naar Westerse democratische maatstaven, ten behoeve van zijn zelfhandhaving aan ondemocratische maatregelen mogen veroorloven? Moet het Westen, zich voorbereidend op zijn eventuele val, alvast een reservepolitiek ontwerpen? Op welke partij en welke personen moet dan worden gewed?

Al die vragen wijzen erop dat het Westen zich in zijn politiek tegenover Rusland opnieuw in een overgangsfase bevindt. De eerste heeft geduurd van 1985 tot midden 1989: de vier jaar die nodig waren om de overtuiging te vestigen dat de omwenteling in de Sovjet-Unie onomkeerbaar was. De tweede fase is die waarin Gorbatsjovs macht onherstelbaar afbrokkelde wat de Westerse leiders reden gaf, de afwachtende houding aan te nemen. Met de mislukte staatsgreep en Jeltsins sprong op de tank was de derde fase aangebroken. Daarin werd hij de erkende partner van het Westen, hoewel lager in de rangorde dan Gorbatsjov. Partner is hij nog: Mitterrand belooft hem steun, de Grote Zeven gaan positief over hem in spoedvergadering, hij zal een topconferentie met collega Clinton houden. Maar de toppen zijn niet meer wat ze waren, en in de fase Jeltsin is de nieuwe verhouding van Rusland tot de rest van de wereld er niet duidelijker op geworden.

Gorbatsjov heeft het voordeel gehad dat hij gedurende een deel van zijn bewind nog presideerde over een supermacht die bovendien een staatskundige eenheid was. Gorbatsjov heeft althans in theorie - maar dat het zo theoretisch was werd in het Westen niet beseft - de mogelijkheid gehad om met een "terugkeer naar de Koude Oorlog' te dreigen. In deze fase van Jeltsin en degenen die eventueel na hem zouden komen, kunnen we Rusland wel beschouwen als een grote mogendheid met het vermogen veel moeilijkheden te veroorzaken (zoals die in december nog door minister van buitenlandse zaken Kozyrev op de Europese conferentie in Stockholm bij wijze van grap zijn beschreven), maar dat is geen ouderwetse Koude Oorlog meer. De dreiging voor het Westen is niet dat er een supermacht uit zijn as herrijst maar dat er een chaos met kernwapens ontstaat. De vraag is niet, welke politiek tegen een min of meer gelijkwaardige tegenstander moet worden gevoerd maar hoe de binnenlandse politiek van de voormalige tegenstander moet worden beïnvloed opdat die niet in een lastpost van groot formaat zal veranderen.

Het laatste is gecompliceerder. Om een ander voorbeeld te noemen: dreigementen, boycot, steun aan de oppositie, een grootschalige oorlog en allerhande veroordelingen door de Verenigde Naties zijn niet voldoende geweest om een nieuw regime in Bagdad te veroorzaken. Een ongeteld aantal vredesconferenties en aanwezigheid van VN-troepen hebben geen eind kunnen maken aan een beestachtige burgeroorlog in het vroegere Joegoslavië. Onder bescherming van hun soevereiniteit of achterhaalde soevereiniteit kunnen in deze periode na de Koude Oorlog nationale eenheden zich op het gebied van binnenlandse strijd praktisch alles veroorloven. De beïnvloeding van buiten heeft maar een zeer marginaal effect.

Het Westen staat nu op het punt opnieuw een poging te ondernemen zonder iets anders te hebben bedacht dan de herhaling van de vorige. Meer economische hulp: daar komt het op neer. Misschien bevestigt dit de status van Jeltsin als handelsreiziger die de belofte aan binnenlandse rust en "democratische ontwikkelingen' kan verkopen omdat de wederpartij zo van harte hoopt dat de waar werkelijk zal worden geleverd. Het Westen investeert om te beginnen in Jeltsin in de verwachting dat zijn tegenstanders zich wat ingetogener zullen gaan gedragen, als ze beseffen dat alleen de president in staat is het volgende bedrag binnen te halen. Ook dit doet denken aan Gorbatsjov in zijn nadagen. Inmiddels is bewezen dat hulp uit het Westen niet aan zijn persoon was gebonden; waarom zou verdere hulp dan wel van Jeltsins aanwezigheid afhankelijk zijn?

Sinds 1989 is de politiek van het Westen jegens de verliezer van de Koude Oorlog niet werkelijk veranderd; dit ondanks het herhaaldelijk geleverd bewijs dat verandering noodzakelijk is. Een Marshallplan voor de leden van het GOS heeft geen zin; daarover is men het wel eens. Maar het dumpen van dollars ten behoeve van de zittende president is ook niet de aangewezen methode. Dat wordt misschien in deze fase bewezen. Daarmee is dan ook aangetoond dat grote bedragen op zichzelf geen substituut voor het gebrek aan een samenhangende politiek van het Westen op langere termijn zijn. Politieke chaos aan de ene kant tegenover een gebrek aan overeenstemming onder overtuigend leiderschap aan de andere: dat zijn de twee helften van de vicieuze cirkel. Het grootste vraagstuk van de internationale politiek wordt niet alleen veroorzaakt door de Russen. De schuld ligt ook in Washington en West-Europa.