"Hoogovens ziet kansen Oostblok niet'

ROTTERDAM, 17 MAART. Goedkope staalimporten uit het Oostblok spelen Hoogovens parten. Vanochtend presenteerde Hoogovens-topman M.C. van Veen een netto-verlies van bijna 600 miljoen gulden. Al eerder gaf hij aan waar de zwarte piet onder meer gezocht moet worden: bij het Oostblok.

R.L Speelman executive vice president van de bank Mees Pierson neemt het op voor de Oosteuropese zondebok. Volgens hem grijpt de Nederlandse industrie onvoldoende de kansen die het Oostblok biedt en wordt daarom ten onrechte voor protectie gepleit. Speelman volgt de investeringen in het Oostblok van nabij. Hij is sinds vorig jaar lid van de raad van bestuur van de First Ukrainian International Bank, de eerste onafhankelijke bank in de Oekraïne, één van de meest op industrie gerichte staten van het voormalige Sovjet-Unie én belangrijke staalproducent.

Hoogovens en andere grote industriële Nederlandse bedrijven durven volgens Speelman niet te pionieren. In de Oekraïne trof hij slechts twee bij het grotere publiek bekende Nederlandse namen aan en dan ook nog uit onverwachte hoek: de PTT en makelaar drs. C. van Zadelhoff die daar panden probeert op te kopen.

Van Veen van Hoogovens pleit voor een rem op de goedkope importen van het Oostblok, omdat anders veel Westerse staalondernemingen financieel ernstig in gevaar dreigen te komen. Hij denkt dat een nieuw soort Marshallplan voor het Oostblok goedkoper is dan het opvangen van de maatschappelijke verliezen van Westerse bedrijven als Hoogovens.

Speelman is een fel tegenstander van het geven van generieke steun, zoals destijds via het Marshallplan. “Omdat het Westen zich na de Tweede Wereldoorlog snel heeft ontwikkeld, weten mensen niet meer hoe weinig van de gelden van het Marschallplan op de goede plek terecht gekomen zijn. Volgens de Amerikaanse goeroe Peter Drucker ging het om maar twintig procent.”

Het effect van steunverlening aan het Oostblok meet hij af aan de Bank van Reconstructie en Ontwikkeling. “Ondanks de bedragen die de bank noemt voor steunverlening aan het Oostblok, zie ik in de Oekraïne nog weinig concrete projecten van de grond komen. Als je de plaatselijke situatie kent, is dat niet verwonderlijk. Het Oekraïnse parlement buigt zich over de Westerse steun. Elke afgevaardigde komt met een project voor de plaats waarvan hij afkomstig is, zonder te letten op het landsbelang. De aangedragen projecten zijn zodanig politiek van aard, dat ze niet voldoen aan de eisen die de bank stelt en vervolgens blokkeert de steun.”

Speelman ziet meer in vrijhandel met inbreng van specifieke Westerse kennis en dan ook nog buitengewoon flexibel. Als voorbeeld noemt hij "de wanhopige infrastructuur' van de haven van Odessa, die wordt aangepakt door hoteliers die er willen bouwen. “Iedereen zou denken dat de overslagbedrijven hiervoor zouden zorgen, maar de steun komt uit overwachte hoek van de hotelhouders.”

Hij kent ook een containerbedrijf dat voor een appel en ei containers laat maken in de Oekraïne. Dat betekent niet dat het Westerse moederbedrijf niets meer te doen heeft, want het ontwerp en de marketing komen uit het Westen. Ook Westerse vliegtuigexploitanten maken gebruik van de Oekraïne door Air Oekraïne overcomplete vliegtuigen te leasen.

Op papier lijkt dat eenvoudiger als het is. Speelman: “Een Oekraïnse directeur kijkt absoluut niet tegen Westerlingen op. Dat kan heel hinderlijk zijn. We hebben bijvoorbeeld jonge veelbelovende mensen gestuurd en dan kregen we na drie weken te horen: haal ze maar weer terug, we hebben er niets meer aan. West-Europeanen vergeten dat de managers in de Oekraïne een groot industriëel verleden hebben en vaak aan vele duizenden werknemers leiding hebben gegeven. Zij zijn niet de eerste de beste, maar missen alleen bepaalde kennis en de infrastructuur om winstgevend te produceren.”

Speelman kan nog niet zeggen wanneer de First Ukrainian International Bank dividend gaat overmaken naar Mees Pierson. “Wij zien het als een investering. Wij hebben als eerste Westerse bank een vergunning, maar moeten het zakelijk nog opbouwen. Kredietverlening blijft bijvoorbeeld moeilijk, omdat het land geen juridische zekerheden kent.”

De bank werkt met een kapitaal van 5 miljoen dollar vooral aan handelstransacties en projectfinanciering voor 250 bedrijven, waarvan tachtig procent uit de Oekraïne afkomstig is. De inflatie van duizenden procenten van de locale valuta deert de bank niet: de bank werkt uitsluitend met harde Westerse valuta.

De hollende inflatie brengt zonderlinge effecten met zich mee. Speelman haalt een biljet uit zijn zak en zegt: “De waarde hiervan bedroeg vorig week op de valatumarkt één honderdste dollar, maar in Kiev kan ik voor dit biljet wel de hele week mijn was laten doen.”

Nu heeft de bank nog drie kantoren, maar heeft plannen om het uit te breiden tot een netwerk van twintig kantoren. Van het netwerk zal behalve Mees Pierson met twintig procent van de aandelen en de Oekraïnse partijen (veertig procent) ook de Amerikaanse goederenhandelaar AIOC Finance Corporation profiteren die de rest van de aandelen in handen heeft. De bank zal onder andere proberen de export van staal te stimuleren. Betekent dat extra concurrentie voor Hoogovens?

Speelman stelt IJmuiden een beetje gerust: de Oekraïne exporteert vooral naar Azië. Daar zijn de staalprijzen wel onder druk komen te staan en dat vermindert de kansen voor Hoogovens op die markt. Daarmee is de problematiek van Hoogovens in beeld: zelfs al zou Hoogovens zijn zin krijgen en Europa zijn grenzen voor Oosteuropees staal sluiten, dan nog zou Hoogovens de export van de Oekraïne voelen.