Frans rechts dreigt Pyrrus-overwinning; Strijd om de macht wordt pas bij de presidentsverkiezingen over twee jaar beslist

PARIJS, 17 MAART. Jacques Chirac heeft meer dan 18.000 kilometer afgelegd om kiezers in "la France profonde' toe te spreken. Valéry Giscard d'Estaing doet nauwelijks voor hem onder. Michel Rocard kondigde een "big bang' aan om een brede progressieve beweging te vormen. De strijd om de opvolging van François Mitterrand als president van de republiek is volop gaande. De parlementsverkiezingen van 21 en 28 maart zijn slechts de eerste fase in een strijd om de macht die over twee jaar, in 1995, zal worden beslist.

Aan de overwinning van rechts - de twee conservatieve partijen RPR en UDF die gemeenschappelijk optrekken - twijfelt in Frankrijk niemand meer. Volgens opiniepeilingen zullen de gaullisten en de liberalen meer dan 400 van de 555 zetels in de Nationale Vergadering winnen. De socialisten mogen blij zijn met iets meer dan honderd zetels. De rechtse regering die in april aantreedt, kan dus regeren met een ruime meerderheid.

Of ze ook effectief kan regeren, is minder makkelijk te voorspellen. De kleine twee jaar tot de volgende campagne - die om het presidentschap - is te kort om veel tot stand te kunnen brengen. De economische marges, zowel nationaal als internationaal, zijn zeer beperkt. Bovendien zal het welslagen of mislukken van de nieuwe regering van grote invloed zijn voor de kansen van een rechtse presidentskandidaat om Mitterrand in het Elysée op te volgen - en dat kan het functioneren van die regering ingrijpend beïnvloeden.

Nu nog trekken RPR en UDF, verenigd in de Union pour la France (UPF), gezamenlijk op om de zoete winst te incasseren, maar voor het presidentschap hebben de twee partijen elk hun eigen kandidaten. Voor de RPR is dat de Parijse burgemeester Chirac, voor de UDF oud-president Giscard d'Estaing. En dan zijn er nog kandidaten als François Léotard van de kleine Parti Republicain.

Het is nog geen uitgemaakte zaak wie van de twee grote conservatieve partijen zich op 28 maart de grootste mag noemen. Aangenomen wordt dat Mitterrand de toekomstige premier zal kiezen uit de rangen van de grootste partij. Wat de RPR betreft, geldt oud-minister van financiën Edouard Balladur als belangrijkste kandidaat voor deze functie. Bij de liberalen is geen duidelijke pretendent voor het Matignon, de ambstwoning van de premier, of het moet Giscard zelf zijn.

Het premierschap kan een belangrijk opstapje zijn naar het presidentschap. Een partij kan moeilijk een gewaardeerde eerste minister passeren als deze zich als presidentskandidaat zou opwerpen. Jacques Chirac kan zich misschien permitteren het Matignon "over te slaan' - hij heeft geen tegenkandidaten in zijn RPR te duchten. Voor Giscard ligt dat moeilijker, zijn UDF is minder een partij dan een conglomeraat van partijen en groeperingen, elk met eigen aspiraties.

Wie er ook premier wordt, de samenwerking (de zogeheten cohabitation) tussen de linkse president en een rechtse regering zal moeilijk worden, mede gezien de grote meerderheid van rechts in het parlement. Het begin van het scenario zal worden geschreven door Mitterrand, die een duidelijke eis heeft gesteld: de premier moet een overtuigd Europeaan zijn. De president wil "Maastricht' en vooral het onderdeel "politieke unie', dat hij als zijn eigen project beschouwt, tot een goed einde brengen.

De marges hier zijn smal. Jacques Chirac heeft het ontwerp-landbouwakkoord tussen de Europese Commissie en de Verenigde Staten over beperking van de produktie van oliehoudende zaden als onaanvaardbaar afgewezen. De socialisten hebben dat ook gedaan, maar die behoeven straks niet meer te regeren. De leider van de gaullisten meent dat de socialisten "onverantwoordelijk' hebben gehandeld door akkoord te gaan met de herziening van de Europese landbouwpolitiek. En wat de GATT-onderhandelingen betreft, zal Frankrijk “pal staan” om de Franse landbouw te verdedigen.

Deze verkiezingsretoriek klinkt de Franse boeren natuurlijk als muziek in de oren. Maar RPR en UDF hebben in hun gemeenschappelijk programma ook een nieuw initiatief voor monetaire samenwerking met Duitsland aangekondigd. Bonn en de Bundesbank moeten het mogelijk maken dat de hoge reële rente in Frankrijk (acht procent) naar beneden gaat. En hetzelfde Duitsland wil het landbouwakkoord wèl snel goedgekeurd zien (voordat de Amerikaanse president Clinton erop terugkomt). De Duitse minister Kinkel (buitenlandse zaken) liet onlangs al weten dat de Franse houding in het GATT-overleg "onverdraaglijk' wordt.

De nieuwe Franse regering zal snel moeten kiezen: een combinatie van protectionisme op het gebied van landbouw en integratie bij het monetaire beleid is niet mogelijk. Een succesvol economisch beleid - de werkloosheid is voor de Franse kiezers het belangrijkste probleem - is alleen in samenwerking met de EG-partners en, op grotere schaal, met de Verenigde Staten en Japan mogelijk. Temeer omdat rechts geen reëel alternatief heeft voor het economische beleid dat de socialistische regering de afgelopen jaren heeft gevoerd.

Hoe de keuze ook uitvalt, er is altijd wel een sector die pijn ondervindt - de boeren bijvoorbeeld, of het Franse internationale bedrijfsleven dat niets goeds van een handelsoorlog met de Verenigde Staten en Japan heeft te verwachten. Onder de meerderheid van 400 afgevaardigden zal dan de eenheid zeer moeilijk zijn te handhaven. De RPR heeft nu al een protectionistische en anti-EG-vleugel geleid door senator Pasqua en Philippe Séguin, die vorige zomer tegen ratificatie van het Verdrag van Maastricht ageerden. Mitterrand zal met verdeel-en-heers ongetwijfeld stokebrand spelen als hij dat politiek wenselijk acht.

De kans is dus aanwezig dat over twee jaar de werkloosheid niet of nauwelijks gedaald is, de boeren ontevreden zijn over te weinig protectionisme en de kiezers de rechtse presidentskandidaat, wie dat ook moge zijn, verantwoordelijk zullen stellen. Zo kan de zege op 28 maart dus een Pyrrus-overwinning worden voor Chirac, Giscard en andere pretendenten voor het Elysée. En het begin van een triomf voor Michel Rocard, wanneer de oud-premier slaagt in zijn opzet een nieuwe brede progressieve beweging te vormen die het morele en politieke failliet van de Parti Socialiste doet vergeten.