Een groots gebaar van Morillon; Actie doet ondanks moed en goede wil denken aan spektakel à la Bernard Kouchner; De Serviërs hebben de tijd, de Franse generaal niet

De Fransen hebben een nieuwe held: generaal Philippe Morillon, de tanige viersterrengeneraal die de VN-troepenmacht in Bosnië aanvoert. Sinds eind vorige week heeft hij zijn hoofdkwartier opgeslagen in Srebrenica, een van de al sinds maanden belegerde moslim-enclaves in het oosten van Bosnië. Hij zal er pas vertrekken, zo heeft hij gezegd, als de Bosnische Serviërs hulpgoederen doorlaten; tot dat ogenblik blijft hij uit solidariteit met de door honger en kou getroffen inwoners in Srebrenica.

De actie van de generaal is niet alleen onverschrokken, maar ook ridderlijk, zijn besluit is riskant, onconventioneel en buitengewoon humanitair en richt zich bovendien tegen een partij - de Bosnische Serviërs - die zich schuldig maakt aan misdaden tegen onschuldige burgers en die zelden of nooit een gedane belofte nakomt.

De rol van instant-held is nieuw voor de generaal, die tot nu toe maar bitter weinig succes boekte in zijn pogingen de humanitaire ellende in Bosnië te verzachten. De in 1935 in Casablanca geboren Morillon - die zich in het begin van de jaren zestig nog in Algiers aansloot bij de tegen De Gaulle gerichte militaire coup - heeft weliswaar als enige Franse generaal zijn vierde ster met humanitair werk verdiend, maar in zijn standplaats Sarajevo is het, sinds hij de Canadese generaal MacKenzie opvolgde, bepaald niet beter gegaan. En buiten de Bosnische hoofdstad gaat het simpelweg slechter.

Dat kan de Franse generaal niet worden aangerekend, omdat de verlichting van de humanitaire nood nu eenmaal een sluitpost is op het prioriteitenlijstje van de drie strijdende partijen (met name van de Bosnische Serviërs), maar erg veel eer heeft Morillon tot nu toe niet met zijn rol ingelegd. Soms geldt zelfs het tegendeel. Toen hij onlangs de door de Serviërs veroverde moslim-enclave Cerska bezocht, zei de generaal: “Ik kan als soldaat helaas de dood ruiken, en ik heb hier niets geroken.” Het was een faux pas van formaat, want de generaal had net iets te lang gewacht met zijn gang naar Cerska en de Serviërs hadden alle tijd gehad om de sporen van hun wandaden keurig op te ruimen.

Ook zijn persoonlijke reputatie liet te wensen over, want in Sarajevo is de afgelopen maanden bij herhaling geklaagd dat de generaal er midden in de belegerde en hongerende stad een nogal luxueuze levensstijl op nahoudt.

De ommekeer - als van een ommekeer kan worden gesproken - kwam in Srebrenica, waar Morillon vorige week een korte inspectie wilde afleggen. Na dat bezoek wilden de wanhopige inwoners hem niet laten gaan, waarop de generaal van de nood een deugd maakte en liet weten te zullen blijven.

De actie van de flamboyante Morillon - zijn persoonlijke moed en de zuiverheid van zijn motieven ten spijt - doet een beetje denken aan de spectaculaire acties van zijn landgenoot Bernard Kouchner, oprichter van Artsen zonder Grenzen en minister van gezondheid en humanitaire zaken. Kouchner is in Frankrijk eveneens zeer populair geworden met humanitaire missies die, hoe nodig en nuttig ze verder ook mogen zijn geweest, in elk geval altijd gepaard zijn gegaan met veel media-spektakel en veel symboliek.

Kouchner elleboogde de Nederlandse ambassadeur Stork uit de weg toen het er in december 1989 om ging wie tijdens de Roemeense revolutie als eerste buitenlander de Roemenen op de televisie mocht toespreken. Kouchner stond erop voor het oog van de fotografen, wadend door de branding, de eerste zak voedsel naar de hongerende Somaliërs te dragen. Kouchner heeft een reeks trips naar Sarajevo achter de rug. Kouchner is steevast daar te vinden waar de mens lijdt - maar er moeten wel fotografen in de buurt zijn. Dat het, als Kouchner eenmaal is vertrokken, helaas vaak wat stil wordt rond die noodlijdende mens, is een andere zaak: spektakel en symboliek zijn heel belangrijk.

Alle goede bedoelingen ten spijt is het de vraag of Morillons besluit in Srebrenica te blijven op de wat langere termijn voor de benarde inwoners van die stad veel uitmaakt. De kans is klein, want de Serviërs hebben alle tijd en Morillon niet: zodra hij vertrekt wordt het schieten hervat, en op die wat langere termijn lijkt Srebrenica niet te redden en is het waarschijnlijk dat de stad door de Serviërs wordt ingenomen en net als Cerska ten prooi valt aan de praktijk van de etnische zuivering.