Een digitaal hulpje voor de elektronicabranche

De personal digital assistant zal de personal computer in succes ruimschoots overtreffen, verwacht de elektronicabranche. Fabrikanten struikelen over elkaar om er toch vooral op tijd bij te zijn. De belofte oogst elders scepsis.

Piep! De manager heeft zojuist een paar krabbels op zijn elektronische kladblok geschreven en die per draadloze fax verzonden aan zijn secretaresse, drieduizend kilometer verderop. Luttele seconden later komt via dezelfde verbinding de bevestiging van de lunchafspraak binnen. De manager gebaart naar zijn partner aan de andere kant van de vergadertafel. Via een infraroodverbinding krijgt ook hij de bevestiging van de afspraak op het schermpje van zijn kladblok te zien.

De personal digital assistants (PDA's) of personal communicators moeten voor de jaren negentig worden wat de personal computers voor de jaren tachtig waren: telefoon, pen PC, fax en pocketcomputer in één apparaat. De elektronica-industrie heeft zich massaal op dit produkt gestort. En dat terwijl het zich nog helemaal moet bewijzen en de vereiste telecommunicatie-infrastructuur nog maar gedeeltelijk aanwezig is.

Afgelopen maand maakten Apple, AT&T, Matsushita, Motorola, Sony en Philips bekend dat zij een belang hebben genomen in General Magic, een Californisch bedrijf dat technieken voor "persoonlijke communicatie' ontwikkelt. De partnerbedrijven mogen de kennis van deze "denktank' straks toevoegen aan hun eigen produkten.

Philips wil met toepassingen voor zowel de zakelijke als particuliere gebruiker het grootste deel van de Europese markt voor zijn rekening nemen. Concrete PDA-toepassingen heeft de onderneming nog niet. Wel maakte ze begin januari bekend dat haar Natuurkundig Laboratorium een "gebruiksvriendelijk werk- en weergaveblad' voor CD-spelers, videorecorders en laptops heeft ontwikkeld, dat de functies van tastbeeldscherm, toetsenbord, muis en schrijftablet verenigt. Zo'n multifunctioneel scherm zou heel goed kunnen worden gebruikt voor apparaatjes om elektronische informatie uit te wisselen. Philips wacht echter met de introductie van zijn PDA totdat het hiervoor benodigde digitale telefoonnetwerk GSM (Global System for Mobile Communications) in Europa is aangelegd.

Amerikaanse bedrijven komen al veel eerder met personal digital assistants op de markt. Een consortium met de voor Nederlanders verwarrende naam Eo (Grieks voor "gaan'), waarin de Amerikaanse telecomgigant AT&T, 's werelds grootste producent van consumentenelektronica Matsushita en de Japanse handelsonderneming Marubeni vertegenwoordigd zijn, is in januari begonnen met de verkoop van PDA's in de VS. Binnen enkele maanden is Groot-Brittannië aan de beurt.

Het computerbedrijf Apple en de Japanse onderneming Sharp lanceren deze zomer onder de naam Newton een PDA, vernoemd naar de Britse wis- en natuurkundige Isaac Newton. Apple hoopt uiteindelijk een hele reeks verwante Newton-produkten op de markt te brengen.

Ook Compaq, Casio, Tandy en IBM werken in het diepste geheim aan personal communicators. Volgens optimistische marktvoorspellingen zullen aan het eind van deze eeuw al meer dan 100 miljoen PDA's verkocht zijn; in aantallen zal de markt die van PC's ruimschoots overtreffen. De fabrikanten rekenen op een omzet van 20 miljard dollar per jaar. “Maar dan moeten PDA's wel meer zijn dan een aardig stukje speelgoed"", waarschuwt Scott Miller, marktanalist van InfoCorp uit Santa Clara.

Pag 18: Hoge prijs schrikt massamarkt af

Het optimisme van de fabrikanten is gebaseerd op recente ontwikkelingen in de telecommunicatiemarkt. Alleen al in de Verenigde Staten zijn dagelijks 40 miljoen mensen voor hun werk op de weg. Een kleine 8 miljoen van hun heeft autotelefoon. De markt voor draadloze telefonie is sinds 1986 met ruim 1900 procent gegroeid. Meer dan 21 miljoen Amerikanen maken bovendien gebruik van elektronische post. Er staan 30 miljoen faxmachines in Amerika; wereldwijd wordt aan faxverkeer jaarlijks 20 miljard dollar uitgegeven.

“Het berichtenverkeer binnen bedrijven neemt hand over hand toe”, constateert Kirk Millet, internationaal marketingmanager van Eo. “De effectiviteit van ondernemingen kan worden verhoogd als vertegenwoordigers op elk moment van de dag bereikbaar zijn. De fax heeft voor veel tijdwinst gezorgd in het contact tussen bedrijven en hun filialen in het buitenland; PDA's garanderen een nog hogere produktiviteit. Ontwerpers kunnen makkelijker informatie uitwisselen, doktoren kunnen waar ze ook zijn alle vereiste informatie van hun elektronische klembord lezen.”

Sinds het Amerikaanse bedrijf Intel in 1972 de eerste computerchip op de markt bracht, zijn rekenmachines en computers steeds kleiner geworden. De eerste draagbare computer verscheen eind jaren zeventig - zij het nog altijd zo'n vijftien kilogram zwaar. Na de laptops of schootcomputers, geliefd bij luchtreizigers en verafschuwd door beveiligingsbeamten, werden de notebook computers geïntroduceerd: een minicomputer van nog geen drie kilogram. Een volgende stap in deze revolutie waren de zogenaamde organizers, handcomputertjes van rekenmachineformaat met plat beeldscherm, adressenbestand en agenda. Leuke speeltjes, maar geen echte computers: het toetsenbord ontbreekt en de in- en uitvoermogelijkheden zijn beperkt. Dat is niet het geval bij palmptop- of handcomputers: computers met miniklavier en volwaardige PC-eigenschappen. De vraag naar al deze apparaten is de laatste jaren spectaculair gestegen. Volgens het marktonderzoekbureau Dataquest zullen in 1995 wereldwijd 21 miljoen draagbare PC's worden verkocht tegen 18 miljoen "normale'. Vorig jaar waren dat er nog 6 miljoen.

Ook in Nederland vinden de computertjes gretig aftrek: in 1992 zijn er naar schatting 70.000 notebooks verkocht, dit jaar worden dat er 80.000. Marktleider op het gebied van draagbare computers in ons land is volgens marktanalisten Toshiba, op de voet gevolgd door Compaq, Tandon, Tulip en Apple.

Zijn notebooks en palmtops weinig meer dan geminiaturiseerde PC's of veredelde elektronische agenda's, nieuw zijn de Pen of Griffel PC's: elektronische kladblokken waarop met een speciale pen kan worden geschreven. De computer zet die handgeschreven notities automatisch om in getypte tekst. De meeste Pen PC's herkennen ten minste 100.000 verschillende woorden, alsook een groot aantal tekens. Besturingscommando's als "wissen' en "bewaren' worden eveneens met de pen aangegeven.

“Pen PC's geven een heel nieuwe dimensie aan het werken met computers”, zegt Jerrold Kaplan, bestuursvoorzitter van Go, het Amerikaanse bedrijfje dat twee jaar geleden de Pen PC-technologie introduceerde. “Griffel PC's hebben de kracht en functionaliteit van normale personal computers, maar ze zijn een stuk eenvoudiger te bedienen. Ik ben ervan overtuigd dat deze technologie een veel grotere groep gebruikers zal bereiken dan conventionele computers.”

Tot dusverre is dat niet gebeurd. De elektronicabranche, die dit jaar voor 800 miljoen dollar aan Pen PC's dacht om te zetten, zag de afzet stokken bij 100 miljoen. Dat heeft verschillende redenen. De computerindustrie kampt met stagnerende markten en is voorzichtig met de introductie van nieuwe produkten. Ook maakt ze zich zorgen over het gebrek aan technische standaardisatie. Bovendien vertoont de handschriftherkenning kinderziekten. Menige Pen PC heeft voor het omzetten van geschreven naar getypte tekst vele seconden nodig.

Maar de belangrijkste reden waarom fabrikanten liever met de introductie van de technologie wachten is dat een Pen PC alléén niet voldoende is: het apparaat wint aan begeerlijkheid als je er ook mee kunt faxen en telefoneren. Ziedaar het concept van de Personal Digital Assistent: de digitale alleskunner.

Dat veel fabrikanten nauwelijks kunnen wachten om dit produkt op de markt te brengen, is opmerkelijk. Zakelijke en particuliere gebruikers zijn immers nog nauwelijks vertrouwd met elk van de afzonderlijke functies die zo'n PDA in zich herbergt, laat staan met de combinatie ervan. Cellulaire (draadloze) telefonie is nog in opmars, draadloos faxen is niet echt een begrip, en met Pen PC's weten nog maar heel weinig mensen om te gaan.

De van Philips afkomstige Gaston Bastiaens, vice president en general manager van Personal Interactive Electronics (PIE), de Apple-divisie die Newton ontwikkelt, onderkent dat probleem. “Maar de markt is er, en sinds onze eerste demonstraties hebben we nog nooit zoveel positieve reacties van de industrie gehad."" Bastiaens doelt daarmee op de branchegenoten die nieuwe gebruiksmogelijkheden voor het apparaat kunnen ontwikkelen. Want: ,Het succes van PDA's valt of staat met de introductie van toepassingen.” De divisie waaraan Bastiaens leiding geeft is gehuisvest in een imposant gebouwencomplex aan de De Anza Boulevard in het Californische Cupertino. Vijf jaar geleden werden hier al de eerste plannen voor Personal Digital Assistants ontwikkeld.

Onder de hierbij ingeschakelde onderzoekers waren Andy Hertzfeld en Bill Atkinson, eerder betrokken bij de ontwikkeling van Apples succesvolle Macintosh-computer. De twee stapten echter op om General Magic op te richten.

Apple lijkt er sindsdien extra op gebrand snel met Newton op de markt te komen. Herhaaldelijk is inmiddels de introductie van het digitale hulpje aangekondigd, herhaaldelijk werd ook het uitstel ervan bekendgemaakt.

Opvallend is dat de onlangs aan de pers gedemonstreerde "bèta-modellen' nog allerlei gebreken vertonen. Mogelijk probeert Apple koste wat het kost een technologische voorspong op General Magic aan te tonen. Die veronderstelling kreeg extra voeding doordat de persbijeenkomst plaatshad op dezelfde dag dat General Magic zijn overeenkomst met de grote elektronicafabrikanten ontvouwde.

Maar ook Apple kan niet langer om General Magic heen, noch om de noodzaak tot gezamenlijke technische standaarden. Als die universele normen ontbreken, blijven potentiële kopers immers terughoudend uit angst een verkeerde keuze te maken. Daarom zal Apple in Newton en in zijn draagbare PowerBook-computers Telescript verwerken: een door General Magic ontwikkeld communicatieprotocol. Ook kijkt Apple naar General Magics besturingssysteem Magic Cap, waarvan Philips, Motorola en Sony gebruik willen maken. Vorige week maakt Apple ook samenwerking bekend met Siemens, dat de PDA-technologie van Apple wil integreren in zijn telefonieprodukten.

General Magic verwacht veel van PDA's. Met deze apparaatjes zouden gebruikers in de toekomst makkelijker toegang kunnen krijgen tot databestanden. Met de grootste exploitanten van databanken in de wereld, Mead en Electronic Data van Rupert Murdoch's News Corp., zal dan ook worden samengewerkt.

Gaston Bastiaens, jarenlang de stuwende kracht achter de interactieve compact disc (CD-I) van Philips, ziet Apple straks een heel scala Newton-produkten fabriceren. Het apparaatje dat deze zomer op de markt komt, is nauwelijks groter dan een spoorboekje. Andere modellen krijgen het formaat van een schoolbord; de aantekeningen van de docent kunnen rechtstreeks in het werkgeheugen van de Newtons van de leerlingen worden geladen. Ook komen er modellen die als kattebelletje aan de deur van de koelkast kunnen worden gehangen ("Ben zo terug'). Apple hamert erop dat PDA's geen vervanging zijn van de computer, waar je nog eens uitgebreid achter het toetsenbord kan gaan zitten. De PDA heeft veel eerder een functie als kladblok, bedoeld voor een snelle krabbel.

Michael Tchao, marketingmanager van de Newton Groep, zegt dat Apple "het papier opnieuw wil uitvinden'. Een PDA moet volgens hem meer zijn dat een veredelde walkie talkie. Het apparaat is in eerste instantie bedoeld voor mensen die veel onderweg zijn of die in hun werk vaak worden geconfronteerd met tijdrovende procedures waaraan veel papier te pas komt. “Het gebruik moet zo eenvoudig mogelijk zijn”, benadrukt Tchao. “Als mensen een bericht willen versturen, moet je ze niet met allerlei ingewikkelde procedures lastigvallen. Als je een fax wilt verzenden, schrijf je gewoon "stuur fax aan Bob'; de computer moet dan weten wie bedoeld wordt.”

Ook Apples concurrent Eo is met de ontwikkeling van de functionaliteit van haar PDA's niet over één nacht ijs gegaan. Handelaren op de Newyorkse effectenbeurs en bedrijven als Levi Strauss, verzekeraar Aetna en televisiemaatschappij NBC hebben de afgelopen maanden PDA's op zicht gekregen. Hun suggesties voor verbetering zijn ter harte genomen.

Vooralsnog concentreert Eo zich voor zijn verkoop op de Engelstalige markt. Vanuit de Britse universiteitsstad Cambridge zal de Europese markt worden verkend. Aan modellen die met Duits of Frans werken, wordt hard gesleuteld. Voor Eo moet 1993 het jaar van de waarheid worden.

Financiële analisten zijn vooralsnog sceptisch: zij plaatsen vraagtekens bij de hoge introductieprijzen van de Eo-PDA's. Voor een basismodel zonder communicatiemogelijkheden moet al 2000 dollar worden neergeteld, een compleet model moet 7000 dollar opbrengen. De eenvoudiger Newtons van Apple zijn evenmin goedkoop: de prijzen variëren van 1000 tot 1500 dollar. Pas als de prijs het niveau van 300 tot 500 dollar bereikt, zal de afzet massaal worden, menen de analisten. Maar dat zal nog zeker twee jaar duren.

De fabrikanten zelf hebben hooggespannen verwachtingen. “De fout die veel elektronicabedrijven maken is dat ze produkten ontwikkelen waarop niemand zit te wachten”, zegt Eo-directeur Alain Rossman. “Maar PDA's voorzien wel degelijk in een behoefte. En dat vinden wij niet alleen. Niet voor niets hebben wij nu banden met bedrijven die op hun terreinen absolute marktleiders zijn, zoals Matsushita en AT&T.”

Volgens Rossman zullen de doemdenkers ongelijk krijgen. “Ik herinner me nog dat de Wall Street Journal Apples Macintosh-computer de grond inboorde: het was het domste produkt dat ze ooit hadden gezien. Niemand zou het gebruiken. Ik wed dat de Wall Street Journal nu wordt opgemaakt met behulp van dezelfde technieken die de Macintosh zo'n succes hebben gemaakt.”