Drugshulpverleners en -onderzoekers bijeen in Rotterdam; "Cocanisten' zijn slecht te helpen; "We hebben methadon maar er is nog steeds geen cokadon'

ROTTERDAM, 17 MAART. "Een Jekyll en Hyde-drug' noemde een Amerikaanse onderzoeker gisteren cocane. Terwijl de meeste gebruikers geen hinder ondervinden van een lijntje cocane op zijn tijd, ontwikkelt een kleine groep zich tot geobsedeerde "cocanisten'. Ook doorgewinterde heroneverslaafden raken door cocane uit hun evenwicht.

De Internationale van Drugshulpverleners en -onderzoekers, die gisteren in de Rotterdamse Doelen debatteerde over cocane, was het roerend eens: een adequate hulpverlening voor cocanisten bestaat niet. “We weten nog niet wat we ermee aanmoeten. Voor herone hebben we methadon, maar er is nog steeds geen cokadon”, aldus de Rotterdamse wethouder J. Henderson van verslavingszaken. Antidepressiva kunnen maar gedeeltelijk de terugslag opvangen die volgt op te intensief gebruik.

Het cocanedebat was een onderdeel van de vierde conferentie "On the Reduction of Drug Related Harm', die maandag in de Doelen begon. Gisteren werd de studie "Lines Across Europe' gepresenteerd, waarin recente onderzoeken naar cocanegebruik in Rotterdam, Turijn en Barcelona met elkaar worden vergeleken. Onderzoeksbureau Intraval publiceerde het onderzoek onder Rotterdamse gebruikers in september vorig jaar.

Volgens Intraval heeft 2 procent van de Rotterdamse bevolking - 12.000 Rotterdammers - ten minste 25 maal cocane genomen. Drieduizend van hen zijn heroneverslaafden. Van de resterende 9.000 gebruikers ondervinden ongeveer 900 problemen als gevolg van cocanegebruik.

Zowel in Rotterdam als in Turijn en Barcelona zijn twee circuits van coke-gebruikers: de "recreanten' en de polygebruikers, veelal heroneverslaafden die cocane in een later stadium hebben "ontdekt'. Intraval onderscheidt in Rotterdam vele gebruikerstypes. Aan de ene kant het "Bourgondische type', voor wie cocane een luxe is bij onderonsjes. Aan de andere kant de "cocanisten' die dwangmatig gebruiken zonder banden met de traditionele harddrugsscene te onderhouden, en het "polydrugs-type' dat cocane combineert met herone. In dit spectrum zijn nog allerlei tussenmogelijkheden. In het onderzoek in Barcelona wordt een vergelijkbare typologie geschetst.

Het Rotterdamse patroon bleek gisteren slechts in details te verschillen met dat van Turijn en Barcelona. Behalve percentuele verschillen - in Barcelona gebruikt naar schatting slechts 0,7 tot 0,9 procent van de inwoners cocane - zijn ook daar de cocanegebruikers in meerderheid mannen. Cocane is het populairste onder twintigers en dertigers, al springt Rotterdam er uit met 18 procent gebruikers die hun eerste lijntje voor hun zestiende snoven.

Opvallend is ook het hoge percentage werkloze gebruikers in Rotterdam: 40 procent, tegen 5 procent in Barcelona en 17 procent in Turijn. De onderzoekers schrijven dit toe aan de betere sociale voorzieningen in Nederland en het geringere sociale stigma dat aan werkloosheid verbonden is. In alle drie de steden heeft slechts een gering percentage gebruikers nooit andere drugs gebruikt. Cannabis, amfetamine, XTC, paddestoelen en LSD worden het meest genoemd. Alleen in Rotterdam wordt cocane ook "gechineest': gerookt vanaf een stuk aluminiumfolie, dat van onderen wordt verhit.

De deelnemers aan het cocanedebat vonden het van belang dat de verschillende gebruikerscircuits gescheiden blijven: de "recreanten', die de cocane in grote meerderheid "intranasaal' toedienen - door het op te snuiven - en de heroneverslaafden die cocane injecteren, roken of "chinezen'. Voor de laatste twee methoden is gewone cocane niet geschikt. Het poeder moet eerst met ammoniak of maagzout worden gekookt. De "rotsjes' cocane-base die dat oplevert, zijn te roken. In de Verenigde Staten wordt dit "crack' genoemd.

Het roken van crack leidt tot een korte euforie en een niet minder intense terugslag, gekenmerkt door aanvallen van paranoia en depressies. De gebruikelijke manier om dit te ondervangen is een nieuw rotsje in de pijp te stoppen.

Onderzoeker J.P.C. Grund zegt in zijn gisteren verschenen proefschrift op basis van eigen observatie dat cocane onder Rotterdamse heroneverslaafden momenteel de hoofddrug is. Herone geldt vooral als zelfmedicatie om de terugslag die volgt na intensief cocanegebruik op te vangen. Grund constateert dat cocanegebruik bij ervaren heroneverslaafden tot agressief en geobsedeerd gedrag leidt.

Crack is daarom een extra probleem voor de verslaafdenzorg, maar eerdere paniek over een komende crack-epidemie in Europa leek gisteren verflauwd. Al blijft de hulpverlening waakzaam: “Het is van groot belang dat we de snuivers op de lijn houden”, zei gisteren C. Barendregt van het Rotterdamse instituut Odyssee. B. Bieleman van onderzoeksbureau Intraval vermoedt dat crack vooral een schaarsteverschijnsel is. “Zolang cocane hier redelijk goedkoop en op grote schaal te krijgen is, is er weinig behoefte aan crack.”

R. van Heijningen, hoofdinspecteur van het bureau verdovende middelen Rotterdam, gelooft ook niet meer zo in de komst van de crack: “Andere gevaarlijke drugs zijn de oceaan ook nooit overgestoken, zoals "Angel Dust' (PCP) of ICE. Amerikanen hebben mogelijk toch een andere smaak.” Eén deelnemer achtte cocane zelfs passé. XTC en andere "designer-drugs', dat waren de drugs van de jaren negentig: “Cocane is een ego-drug, geeft een gevoel van oppermacht en past daarom bij de Reagan-jaren. XTC lost het ego juist op, geeft een gevoel van samenhorigheid en acceptatie. Dat is wat de jeugd nu zoekt.”