De "Zwarte Khmer' wast zijn handen

Jarenlang gold de Mozambikaanse verzetsbeweging Renamo als de meest brute guerrilla-groep van Afrika. Sinds het vredesakkoord van vorige herfst is de voormalige "Zwarte Khmer' plotseling weer salonfähig. Renamo-leiders wassen nu hun met bloed besmeurde handen in onschuld en maken zich, onder supervisie van de Verenigde Naties, op voor samenwerking met de regeringspartij Frelimo.

MAPUTO, 17 MAART. Het lijkt Vincente Ululu niet meer te raken, wanneer journalisten hem vragen of hij leiding geeft aan een moordenaarsbende. Ululu, secretaris-generaal van Renamo (het Mozambikaanse Nationale Verzet), meent dat de wereld het helemaal fout heeft gehad.

“Iedereen praat altijd over moorden, begaan door Renamo. Het is niet waar. Wij verdedigen de rechten van de mens in dit land”, zegt Ululu op dicteertoon in zijn nieuwe kantoor in de hoofdstad Maputo. “Wij vernietigden Mozambique niet, wij hebben geen mensen gedood, wij hebben geen concentratiekampen opgericht. Frelimo heeft dat gedaan, Frelimo is verantwoordelijk voor de vernietiging van Mozambique. Vraag het aan iedereen op straat. Ze zullen u vertellen dat wj de bevrijders zijn van dit land.”

Renamo, dat tot voor kort nog door Zuid-Afrika werd gesteund, slaagde erin door een 16-jarige terreurcampagne tegen bevolking en sociale infrastuctuur de regering van het linkse Frelimo (Front voor de Bevrijding van Mozambique) goeddeels machteloos te maken. De internationale media, de Amerikaanse en Britse ministeries van buitenlandse zaken ten tijde van Reagan en Thatcher, antropologen en sociologen, zijn altijd eensluidend geweest over het rechtse Renamo: het is vermoedelijk de meest brute guerrillagroep van Afrika. Renamo was de Zwarte Khmer.

De bevolking van Mozambique toont zich murw na jaren destructie. Renamo roept zeker geen grootschalig enthousiasme op. Evenmin nemen velen het op voor Frelimo. De geestdrift zoals in de eerste jaren na de onafhankelijkheid in 1975 is lang vervlogen. Gefrustreerde en hongerige regeringstroepen gingen eveneens hardhandig om met de bevolking. De marxisten in de eenheidspartij onderdrukten in de jaren zeventig de traditionele en religieuze cultuur van de conservatieve plattelandsbevolking en het centralistische beleid hielp de economie vernietigen. Na de liberalisering, ingezet in de tweede helft van de jaren tachtig, gingen Frelimo-politici zich arrogant en corrupt gedragen.

Maar Frelimo gaat door met opmerkelijke projecten in de gezondheids- en onderwijssector, het idealisme uit de anti-koloniale tijd blijkt niet geheel begraven. Frelimo mag pakken boter op zijn hoofd hebben, bij gebrek aan alternatieve partijen zal het vermoedelijk verkiezingen ruimschoots winnen.

De bevolking lijkt bovenal het verleden te willen vergeten. Na het in oktober gesloten vredesakkoord tussen Renamo en de regering, en na het mislukken van het vredesproces in het eveneens ex-Portugese Angola, maken de Mozambikanen zich vooral zorgen hoe de twee antagonistische partijen beide zonder gezichtsverlies uit het vredesproces en de verkiezingen te voorschijn kunnen komen. Er mogen geen nieuwe haat- en wraakgevoelens ontstaan, zoals in Angola.

“Er leeft nog veel onderling wantrouwen tussen Renamo en Frelimo”, signaleert een diplomaat. “We vertrouwen Frelimo voor geen cent”, dreigt Ululu. “De regering vormt een nieuwe politiemacht die bestaat uit leden van het regeringsleger en de geheime dienst. Met die troepen willen ze ons straks tijdens de verkiezingen intimideren. Daar moet een einde aan komen, er mag geen situatie ontstaan zoals in Angola.”

“Frelimo probeert Renamo te marginaliseren”, waarschuwt de diplomaat. “Frelimo hoeft de verkiezingen niet met 10-2 te winnen. Renamo's eergevoel moet niet te veel worden aangetast. Renamo mag geen voorwendsel krijgen toegeschoven om weer de bush in te trekken. Een zege van 5-2 voor Frelimo is veel beter voor het land. Daarom moet Frelimo Renamo helpen op te bouwen, het moet assisteren Renamo vorm te geven als politieke partij.”

De voorzitter van Renamo, Afonso Dhlakama, reisde deze maand door Europa om fondsen te werven. “Hoe kan je je organiseren en onderhandelen met de regering wanneer je honger lijdt”, zegt Ululu. Renamo ontvangt vermoedelijk nog geheime steun van rechtse organisaties in het Westen en mogelijk van Portugezen in Zuid-Afrika. Er is meer nodig. Het ontbreekt Renamo bij voorbeeld aan een goed geschoold kader. Maar welke donor kan het zich permitteren om openlijk steun te verlenen aan een beweging met zo'n slecht aanzien?

Een zo mogelijk nog groter obstakel vormt op welk politiek platform Renamo campagne moet gaan voeren. Nog vóór de onstuimige ontwikkelingen in Oost-Europa ontdeed Frelimo zich van haar marxistische ideologie, liberaliseerde en gooide het land wagenwijd open voor kapitalistische invloeden, introduceerde het méérpartijenstelsel en herstelde de invloed van de kerk en traditionele leiders. Frelimo had Renamo rechts ingehaald.

Renamo vond nog geen overtuigend antwoord op de bekering van de regering. Ululu is belast met het uitwerken van een politiek programma voor Renamo. “Het zijn nog steeds communisten, die jongens van Frelimo, meent Ululu, “want ze zenden nog steeds mensen naar Noord-Korea, Cuba en Tanzania. Wj zijn voor democratie, vrijheid en gerechtigheid. Ziet u die kerk daar? Ja, nu ziet u er mensen bidden, maar destijds sloot Frelimo de kerk en maakte er een karateschool van. Wj zijn voor vrijheid van religie. En hoort u daar die schoolkinderen spelen? Dáár zijn we voor, dáár hebben we voor gestreden.”

Joaquim Chissano, president van Mozambique en van Frelimo, wordt geplaagd door heel andere problemen. Het waren de burgers in Frelimo en de regering die onderhandelden met Renamo en vervolgens het vredesverdrag in Rome sloten. De militairen werden buiten dit akkoord gehouden. Het regeringsleger is een machtige industrie doorzeefd met corruptie. Hoge officieren, zo vertellen ingewijden, verkopen wapens aan zowel Inkatha als aan het ANC in het naburige Zuid-Afrika. Na de vorming van een nieuw leger, samengesteld uit Renamo en de oude regeringsstrijdkrachten, raken tienduizenden soldaten hun lucratieve baan kwijt. Chissano dient dus steeds over zijn schouders te kijken of zijn militairen hem wel volgen op het pad der vrede.

De nieuwe grondstrijdkrachten zullen bestaan uit 12.000 man ieder, van Renamo en de regering. Het huidige regeringsleger bestaat uit 60.000 man, bijgestaan door 150.000 militieleden. Renamo zegt 20.000 man onder de wapens te hebben. Vertegenwoordigers van de Verenigde Naties die het vredesproces overzien twijfelen daaraan. “Renamo kan volgens onze militaire waarnemers maximaal 6.000 tot 8.000 man op de been brengen voor het nieuwe leger”, zegt Dirk Salomons, uitvoerend directeur van de VN-operatie in Mozambique. “Veel Renamo-soldaten blijken te jong en namen onder dwang deel aan de oorlog.” De regering heeft dus te veel troepen voor het nieuwe leger, Renamo te weinig. Het hele vredesproces verloopt uitermate langzaam. Het logge VN-apparaat vertraagt het programma, van de ruim 7.000 VN-soldaten arriveerden pas deze maand de eerste honderden. De demobilisatie van beide legers moet nog een aanvang nemen.

Na de les van Angola, waar de demobilisatie slechts gedeeltelijk werd uitgevoerd, stellen beide partijen dit als voorwaarde voordat de verkiezingscampagnes mogen beginnen. Twee miljoen landmijnen dienen te worden opgeruimd. De in Rome afgesproken verkiezingsdatum voor oktober dit jaar is absoluut onhaalbaar geworden. De Mozambikanen gaan volgend jaar en mogelijk pas in 1995 naar de stembus.

Er heerst gematigd optimisme in Mozambique. “We zullen de verkiezingsuitslag aanvaarden”, belooft Ululu, “we gaan niet terug naar de bush.” Maar de vrede blijft wankel. Het staakt-het-vuren houdt stand, maar onbekende bandieten voeren regelmatig aanvallen uit. Renamo blijkt goede controle uit te oefenen over zijn troepen, maar de frustraties in beide legers kunnen bij het uitblijven van een snelle demobilisatie gemakkelijk uit de hand lopen. Dirk Salomons van de VN waarschuwt: “Tot nu toe is het een schijnvrede, een vrede op krediet. Als er een kink in de kabel komt, kan het zo weer oorlog zijn.”