De zachtmoedigen zullen de aarde beërven; Laten we de hof van Eden, dat hemelse pretpark, liever overlaten aan de reclamemakers van de reisbureaus

Is dat werkelijk zo? Zullen de zachtmoedigen de aarde beërven? We weten allemaal dat kinderen altijd het meest de dupe zijn van rampen en geweld, of het nu om de gaskamers van de nazi's gaat of om de hongersnoden in Afrika, en zijn er zachtmoediger wezens onder ons dan de kinderen? En overheersen de zachtmoedigen de gewelddadigen of is het juist omgekeerd? Heeft iemand ooit door zijn zachtmoedigheid de hand weten te leggen op een groot vermogen? En als een zachtmoedige wordt aangevallen of men tracht hem te beroven of te belasteren, draagt hj dan de zegepalm weg? Slaat hij dan met verdubbelde kracht terug? Is hij in staat zich met argumenten, met processen of desnoods met geweld te verdedigen? Zal hij niet eerder beschaamd afdruipen of, in het beste geval, de wijste van de twee partijen zijn, degene die toegeeft, terwijl de kans dat de minder wijze zijn onwijsheid ooit vergolden krijgt even gering is als de zekerheid van de straathond dat hij 's avonds een welgevulde etensbak onder zijn neus geschoven krijgt.

En wie zijn die zachtmoedigen? Zijn er zulke mensen? Ook de zachtmoedigste der dichters zegt van zichzelf dat in zijn boezem naast de zachtmoedige hinde de woeste tijger sluimert. Inderdaad, de hinde is aanwezig, maar de tijger niet minder. Ik kan ervan getuigen dat het bij kinderen niet anders is. De zachtmoedigste van mijn vier kinderen, die met iedereen meevoelt en niet tegen de dood of onherstelbare schade kan, hoort het liefst verhaaltjes over wilde dieren, en als hij zichzelf tot dier transformeert, verkiest hij - hoe zou het ook anders kunnen? - de tijger.

Of acht u uzèlf zachtmoedig, waarde gelovige, die misschien nog zielenherder bent ook? Van de zachtmoedigheid van geestelijken - ongeacht de religie waartoe ze behoren - is mij nog nooit iets gebleken. Niemand die zich beroepshalve met mensen bezighoudt, leraren, rechters, politici of psychiaters, ik herhaal: niemand, kan aan zijn beroep het recht ontlenen zich zachtmoedig te noemen, hij wil immers altijd iets van een ander gedaan krijgen: van de gelovige; van de leerling; van de verdachte; van de patiënt of, voor mijn part, van de anonieme klant of de belastingplichtige kiezer. Hij bestookt de mensen met normen en verwachtingen, met adviezen en waarschuwingen, kweekt aan en wiedt uit, snoeit bij en buigt om, zoals de wijnboer zijn wijnstokken. Ja, hij houdt van zijn mensen als de tuinman van zijn kropjes sla.

Gelijkenissen en parabels zijn er te over, maar wie behagen schept in zijn medemens zonder daarbij belang te hebben; wie niet wil bekeren, redden, stimuleren, maar alleen gadeslaan, zoals de reiziger de bloeiende of door blikseminslag gevelde boom; wie, turend naar de ooievaar op de schoorsteen, de gewoontes van het dier respecteert en het niet in zijn bezigheden hindert, met andere woorden zich tactvol en niet opdringerig gedraagt; wie, als het nodig is, waarschuwt en helpt, maar zich niet opdringt; wie niemand probeert van zijn gelijk te overtuigen; wie niet van mening is en anderen laat voelen dat hij beter dan die anderen in staat is goed van kwaad te onderscheiden dankzij zijn wereldbeschouwing of zijn vakkennis, zijn geloof of zijn roeping; wie, na lange tijd mediterend in een kluizenaarsgrot te hebben doorgebracht, zich niet spoorslags naar het marktplein begeeft om een preek af te steken en de hoofdschuddende toeschouwer met hel en verdoemenis te dreigen - ja, zo iemand is zachtmoedig.

Waaruit blijkt dat de ware, zich in een tactvol gedrag uitende zachtmoedigheid dermate zeldzaam is en dermate onafhankelijk van organen, lichamen, beroepen, gezelschappen of gemeenschappen, dat niemand aanspraak kan maken op de kwalificatie zachtmoedig omdat hij van zo'n organisatie of groep deel uitmaakt of zich daarbij aansluit; men kan niet tot zachtmoedige gewijd worden, zoals men wordt geridderd of heilig verklaard of tot doctor bevorderd. En ook de lezing van tienduizend boeken zal onze geest niet zachtmoediger maken. En toch zijn er zachtmoedigen onder ons, mensen die van beroep mogelijk vroedvrouw zijn of buschauffeur of zelfs paus! Mensen die helemaal achter in de rij staan, naamlozen, geheimzinnigen ook, want het is niet te doorgronden hoe de hinde de tijger ertoe brengt als een zachtmoedig poesje achter haar aan te slenteren en boven bloedig vlees muesli te prefereren als ontbijt.

Wees niet zachtmoedig om de aarde te beërven, lezer. Waarom dan wel? Daarom. Om nu op dit moment, hic et nunc, stante pede, de hele wereld in bezit te nemen, alles, het zonlicht op de sneeuw en de verkoelende wind in het veld, of bijvoorbeeld de twee kroelende straathonden in de greppel, die op dit moment, ongetwijfeld door de meest ethische gevoelens bezield, tot hun gerief geraken en in volmaakte eendracht het leven schenken aan een nu nog onvoorstelbaar klein straathondebeest.

Je leest een boek over de grote wereldveroveraars en ontdekkingsreizigers en al hun rijken en zwerftochten zijn van jou. Wat ik bekijk, is van mij, degene aan wie ik met liefde denk, is van mij. Als ik op de Kettingbrug of op de Sint-Jorisberg sta, is het uitzicht zo mooi en compleet dat ik mijn eigen rijkdom niet ken. Als we 's morgens ontwaken en nog in staat zijn adem te halen en ons uit te rekken en er dan een kopje thee te dampen staat, als we, tot overmaat van geluk, ook nog de gelegenheid hebben ons wat te verplaatsen, als er gisteren geen kogel, bloedklompje of tegemoetkomende auto een einde aan ons leven heeft gemaakt, als de aardse ruiters van de Apocalypse ons voor de zoveelste maal hebben gespaard - kunnen we de schepping en de schepper danken dat dit alles bestaat, dat wij daarin bestaan, op dit ogenblik, nog steeds.

Maar niet alleen de door het zonlicht vergulde sneeuw is van mij, ook de slechte berichten waarnaar ik luister; niet alleen het rijk, maar ook de slavernij; niet alleen de martelaar, maar ook de beul. Mij behoort de tank en de inslaande raket, de snel groeiende olievlek op zee en de besmeurde meeuw. Naast de schaars sijpelende waarheid de overvloedig stromende leugen, de gemeenplaats; naast het meesterwerk de massamoord. Ik heb deze aarde in haar geheel geërfd, met al haar wonderen en al haar verschrikkingen.

Het is mogelijk dat de voordringers en de strebers, de vertoornden en de strijdlustigen, de maniakken van het gewin en succes, de onversaagd gretigen die nooit genoeg hebben, de gekrenkte argwanenden en de van hun gelijk overtuigden over het hoofd zien dat de aarde hun op dit ogenblik al toebehoort. Wie tot dit inzicht komt, beërft de aarde. Moeten we zo iemand zachtmoedig noemen? Als u zo iemand wilt ontmoeten, hoeft u geen verre reis te ondernemen. U hoeft ook niet in een encyclopedie van beroemde namen, in de Who's who? te kijken. Misschien is het degene met wie u 's morgens in uw bed of woning ontwaakt, misschien degene die u alleen vluchtig pleegt te groeten in het trappenhuis.

De zachtmoedige verwacht geen beloning, daarvoor doet hij niet wat hij doet. Waarom hij het dan wel doet? Daarom. Zeker niet om de aarde te beërven, die heeft hij immers al. Zeker ook niet om door God beloond te worden. Hij helpt de zwakke niet opdat een hemelse boekhouder die goedheid op zijn conto schrijft. Laten we de hof van Eden, dat hemelse pretpark, liever overlaten aan de reclamemakers van de reisbureaus. Ja, de hongerigen en dorstigen zullen daar aan hemelse banketten aanzitten en de eenzamen zullen er hand in hand op een grote draaimolen ronddraaien en gearmd door luilekkerland dwalen.

Als het dan niet om een beloning gaat of om de aarde, die toch al ons erfdeel is - we hoeven om tot dit inzicht te geraken alleen maar onze ogen te openen -, waarom gaat het dan wel?

Ik herhaal: daarom. Op de poort van het Geheim dient men niet luidruchtig aan te kloppen.

Alleen nog dit: wij zijn allen in staat tot de revolutionaire daden van de zachtmoedigheid.

Vertaling: Henry Kammer.