Britse begroting kondigt verhoging belastingen aan

LONDEN, 17 MAART. De Britse minister van financiën, Norman Lamont, heeft ingrijpende belastingverhogingen aangekondigd voor 1994 en 1995, maar spaart de belastingbetaler dit jaar grotendeels teneinde het zo lang verwachte economisch herstel niet te belemmeren. In regelrechte tegenspraak tot haar beloften, voorafgaand aan de verkiezingen van 1992, wil de Conservatieve regering met ingang van volgend jaar BTW (eerst 8, later 17,5 procent) innen op brandstof (gas, olie en elektriciteit) voor huishoudelijk gebruik, de sociale premies verhogen en beperkingen aanbrengen in de aftrek van hypotheekleningen en in de omvang van de belastingvrije voet voor tweeverdieners.

De regering hoopt met de maatregelen 17 miljard pond extra binnen te halen om zo een eind te maken aan het stijgend overheidstekort. De financiële wereld reageerde geschokt op Lamonts ramingen: een tekort van 35 miljard pond over het lopende financiële jaar stijgt tot naar schatting 50 miljard pond in het jaar 1993-1994. Dat is 8 procent van het BNP. In een duidelijke poging om de financiële wereld gerust te stellen zei Lamont dat een dergelijk percentage “onaanvaardbaar” is en dat hij er naar streeft terug te keren naar een situatie waarin inkomen en uitgaven van de staat elkaar in evenwicht houden, zelfs al is daar verdere belastingverhoging in de toekomst voor nodig.

“We kunnen niet hopen op economisch herstel (alleen) om onze problemen op te lossen. We kunnen de problemen niet voor ons uit blijven schuiven.” De grote geldstroom die uit de schatkist vloeit is te wijten aan drie miljoen werklozen, die de staat ieder 9.000 pond per jaar kosten.

Pag 19: Drank, tabak en auto duurder

Lamont kondigde een aantal initiatieven voor training en herscholing van langdurig werklozen aan en maakte tevens bekend dat hij het licht op groen gezet heeft voor twee immense infrastructuurprojecten, die banen in de bouw zullen opleveren. Na jaren vertraging is er nu uitzicht op de voltooiïng van een sneltreintraject tussen de Kanaaltunnel (eind dit jaar open) en Londen-St Pancras, tegen het jaar 2000. Hetzelfde geldt voor de aanleg van een sneltreinverbinding tussen Londens belangrijkste vliegveld, Heathrow, en Londen-Paddington. Beide projecten moeten met behulp van geld uit de particuliere sector worden gefinancierd. Een gewenste oost-westverbinding per trein door Londen wordt opnieuw aan studie onderworpen en dus uitgesteld.

De belastingmaatregelen die onmiddellijk van kracht worden, treffen vooral drinkers, rokers en autorijders. Bier, (goedkope) sigaretten en sigaren gaan fors in prijs omhoog, al heeft de minister afgezien van nog grotere accijnsverhogingen teneinde de import van goedkope drank en tabak uit Frankrijk - een doorn in het oog van de detailhandel in zuid-oost-Engeland - niet nog aantrekkelijker te maken. Wegenbelasting en accijns op benzine en diesel werden gisteren meteen verhoogd en bedrijfsauto's worden extra belast, zowel voor de gebruiker als voor het bedrijf dat ze aan zijn werknemers verschaft. Minister Lamont noemde de Britse beloften op de milieutopconferentie in Rio de Janeiro, vorig jaar, als een van de redenen voor die stap. De verhogingen zouden leiden tot het ontwikkelen van brandstofefficiënte auto's.

In Conservatieve gelederen is de aanpak van Lamont niet slecht gevallen. De voorlopige conclusie lijkt te zijn dat de minister een nieuwe politieke adempauze heeft gekocht met deze begroting, door zijn voornemens zo lang tevoren aan te kondigen dat er voor een eventuele vervanger weinig (anders) meer te doen valt in de komende jaren. Om Lamonts vertrek wordt algemeen gevraagd sinds Groot-Brittannië in september vorig jaar gedwongen uit het EMS stapte. Premier Major deed gisteren de ongebruikelijke stap om een uitdrukkelijke steunbetuiging aan zijn Chancellor te publiceren: “Het is de juiste begroting op het juiste moment door de juiste minister van financiën”, zo zei hij.

Een minderheid van Conservatieven heeft bezorgdheid uitgesproken over de strategie van de regering. Een aantal van hen erkent openlijk dat de regering haar belofte om geen BTW-verhogingen in te voeren met voeten heeft getreden - een omstandigheid die Labour en de Liberale Democraten politiek hoog zullen opspelen. Deze Tories zijn bang dat het effect van Lamonts belastingverhogingen juist voelbaar zal worden op het moment dat nieuwe verkiezingen naderen. Maar anderen wijzen erop dat economisch herstel de uitwerking van die verhogingen (een verhoging van 5 tot 15 pond per gezin per week) zal reduceren en dat de verwachte groei mogelijk over vier jaar ruimte zal geven tot, opnieuw, belastingverlaging. Die hoop lijkt optimistisch, gezien Lamonts eigen raming dat het overheidstekort in 1996 nog steeds zo'n 30 miljard pond zal bedragen (een volgens "Maastricht' onacceptabele 3,75 procent van het BNP), terwijl de groei van de economie wordt geraamd op niet meer dan 1,25 procent dit jaar en 3 procent per jaar vanaf 1994.

Labour heeft al aangekondigd dat het tegen de voorgestelde BTW-heffing op brandstof voor huishoudelijk gebruik zal stemmen. Minister Lamont gebruikte ook hier het milieu-argument om zijn voorstel te verdedigen - hogere energierekeningen zouden lager gebruik bevorderen - maar analisten zeggen dat dat argument niet opgaat. Labour en de Liberale Democraten vrezen dat vooral de laagste inkomens getroffen zullen worden door de maatregel. Groot-Brittannië is tot nu toe, met Ierland, het enige land binnen de EG dat geen BTW heft op energierekeningen voor huishoudelijk gebruik.