Begrotingsdilemma

DE MINISTERS van financiën van de grote industrielanden hebben een gemeenschappelijk probleem met verschillende achtergronden.

Trage economische groei, in sommige landen stilstand of achteruitgang, stijgende werkloosheid en oplopende financieringstekorten maken hun taak om een deugdelijke begroting op te stellen buitengewoon lastig. Bezuinigen in een periode van economische neergang is niet populair, maar blijvende verwaarlozing van de staatskas brengt grote financiële risico's met zich mee.

Duitsland, dat met een begrotingstekort ten gevolge van de eenwording kampt, en de Verenigde Staten, waar de begrotingserfenis van Reagan en Bush moet worden opgeruimd, hebben gekozen voor een enigszins vergelijkbare aanpak. Het is een combinatie van bezuinigingen en lastenverhogingen. Maar in beide landen zijn de onvermijdelijke belastingverhogingen om redenen van economische en politieke conjunctuur naar de toekomst geschoven.

GROOT-BRITTANNIË sluit zich aan bij dit patroon. In de Britse begroting, die gisteren werd gepresenteerd door chancellor Norman Lamont, is de ruimte voor belastingverhogingen pas ingetekend voor het volgende jaar en later. Dit begrotingsjaar blijft een lastenstijging achterwege om de Britse economie te helpen de recessie te overwinnen. Het gevolg is dat het Britse begrotingstekort in 1993-94 verder stijgt, tot het in Europees verband uitzonderlijk hoge niveau van acht procent van de nationale economie. Die verslechtering is des te opmerkelijker omdat Groot-Brittannië enkele jaren geleden nog een overschot op de begroting had.

In veel opzichten loopt Groot-Brittannië financieel en economisch uit de pas met de rest van de Europese Gemeenschap. Twaalf jaar Thatcher hebben de economische modernisering niet voltooid, na een fenomenale groei midden jaren tachtig volgde een dramatische inkrimping van de economie. Het pond trad op het verkeerde moment en tegen de verkeerde koers toe tot het wisselkoersmechanisme van het Europese Monetaire Stelsel en heeft na de septembercrisis in 1992 het EMS weer verlaten. Een hoeksteen van het beleid van Thatchers opvolger John Major was daarmee onderuit gehaald. De inflatie, die met hulp van het EMS werd beteugeld, zal vermoedelijk weer oplopen. Nu het Europese monetaire anker is losgelaten valt te vrezen dat de cycli van stilstaan en hollen, die de Britse economie al jaren kenmerken, weer terugkeren. Intussen concurreert het Britse bedrijfsleven met zijn Europese partners niet op basis van verbeterde produktiviteit, maar met een gedevalueerde munt.

DE LANGDURIGE economische crisis, de ernstigste sinds de jaren dertig, heeft een spoor van werkloosheid en verwaarlozing door het Verenigd Koninkrijk getrokken. Britse eigenzinnigheid heeft het land op afstand van de hoofdstroom in Europa geplaatst. Dat heeft zijn charme, soms zijn onmiskenbare verdiensten, maar kan op den duur leiden tot een economische en politieke tweespalt die breder is dan het Kanaal. De opeenstapeling van fouten uit het verleden belemmeren de overheid om deze kloof op korte termijn te dichten. De begroting is de financiële invulling van de verhouding tussen overheid en maatschappij. Na de Verenigde Staten en Duitsland is nu ook het Verenigd Koninkrijk begonnen om de betrekkingen tussen de publieke en private sector opnieuw te formuleren.