Agressief Auxerre ontregelt met succes automatismen in Ajax-spel

AMSTERDAM, 17 MAART. De trots van half voetbalminnend Nederland is ten onder gegaan aan armzaligheid. Een dergelijke conclusie is waarschijnlijk nog nooit aan Ajax besteed. Maar na de tweede wedstrijd tegen Auxerre - in de Franse competitie verworden tot een labiele middenmoter - rest het Amsterdamse elftal niets anders dan een negatieve beoordeling.

Tactisch en zowaar technisch speelde Ajax ver onder het niveau dat de verwende aanhang gewoon is. Ajax won met 1-0, nadat het team in de uitwedstrijd van de kwartfinale met 4-2 had verloren. Maar wanneer ooit een uitslag een verkeerd beeld van de kansenverhoudingen heeft weergegeven was het misschien wel gisteren in het Olympisch Stadion. Met een klein beetje meer geluk hadden de Fransen zelfs al na een kwartier een voorsprong van 4-0 genomen.

Eigenlijk kondigde de uitschakeling van Ajax zich al twee weken geleden in Auxerre aan. De gekke speelstijl van de Fransen met de twee ongrijpbare vleugelspitsen Vahirua en Cocard bracht de Ajax-verdedigers toen al in verwarring. Geen nood, riep Ajax-coach Van Gaal toen quasi nonchalant. En als Van Gaal iets roept, volgt heel Amsterdam hem in den blinde. Maar na een kwartier spelen in Amsterdam moet iedereen in het stadion hebben beseft dat de kwaliteiten van Silooy, Kreek en De Boer niet berekend zijn op de snelheid en het opportunisme van de Bourgondiërs.

Dat Ajax defensief bedenkelijke tekortkomingen heeft, is niet nieuw. Wanneer de aanvallers die gebreken kunnen camoufleren met soepel combinatiespel en doelpunten is er weinig aan de hand. Maar in wedstrijden waar de tegenstander met welke middelen dan ook de automatismen van het aanvallende spel ontregelt, raakt Ajax in problemen.

Dan kun je wel hoogmoedig volhouden dat de aanval de beste verdediging is, maar eens komt toch de tijd dat een tegenstander het juiste wapen vindt. En dan zullen vele teams volgen, ook in de nationale competitie.

Volgend seizoen moet Ajax verder zonder Bergkamp en Jonk, van wie de laatste gisteren al werd gemist. Het moet de club te denken geven dat zonder dit tweetal Ajax geen persoonlijkheid meer in zijn elftal zal hebben. Misschien is het enigszins voorbarig zulks te stellen na de twee wedstrijden tussen Ajax en Auxerre. Maar dat in Auxerre noch in Amsterdam een Ajacied voorging in de strijd laat staan enige verantwoordelijkheid nam, moet toch een indicatie zijn voor de toekomst.

Avontuur, frivoliteit en durf, ja, tegen Sparta en Go Ahead, maar niet tegen puur defensieve en in Europa-Cuptoernooien gelouterde elftallen als Auxerre. Wanneer het op inzet - of zelfs op schoffelen als Engelsen, Duitsers, Italianen misschien wel - moet aankomen, kijken Ajacieden elkaar aan of ze op een andere planeet vertoeven. Zoiets moet Guy Roux, de geslepen coach van Auxerre, hebben geweten. Laat ze maar verzwelgen in het idee dat voetbalwedsrijden alleen op een kunstzinnige manier gewonnen kunnen worden.

Je zult maar doelman zijn bij Ajax. Doelman achter verdedigers die per sé voetballende oplossingen zoeken, maar als ze het niet meer weten of durven de bal terug te spelen het probleem op de keeper afschuiven. Verdedigers denken zich tegenwoordig, met die nieuwe terugspeelregel, alles te kunnen permitteren. Alsof een doelman over net zoveel voetbalkwaliteiten als zij beschikt.

De manier bijvoorbeeld waarop Blind in de eerste minuut op zijn doelman Van der Sar terugspeelde verdient een uitbrander. Zo'n stuitende bal noemt men ook wel een ziekenhuisbal. Maar goed, dan nog had de keeper die Menzo uit het doel heeft verdreven, geen risico mogen nemen. In plaats van de bal in de tribune te schieten - een fluitconcert van het publiek voor lief nemend - wilde hij Cocard in alle rust met een schijnbewegingen uitspelen.

De truc mislukte, maar Cocard en de te hulp gesnelde Baticle slaagden er niet in te scoren. Het kwam Van der Sar op een hartstochtelijke scheldkanonnade te staan van Vink. De doelman reageerde door zijn ploeggenoot hardhandig bij zijn shirt te pakken. Over nervositeit in de Ajax-gelederen gesproken.

Ajax heeft een keepersprobleem. Maar is dat niet - buiten de periode Schrijvers - altijd zo geweest? Misschien ligt de oorzaak in de aanvallende manier van spelen en in de superioriteit die Ajax doorgaans tentoonspreidt, waardoor de doelman nauwelijks kans krijgt in zijn ritme te komen. De speelwijze vraagt daarnaast voetballende kwaliteiten van de doelman, die als een soort libero moet spelen. Menzo werd daarom destijds gekozen als sluitpost.

Maar omdat Menzo gebukt gaat onder andere complexen, moet Van der Sar deze moeilijke taak vervullen. Hoe lang hij zich zal handhaven na de opstapeling van foutjes die hij sinds zijn entree in het eerste maakte, is nu de vraag. Voor Van Gaal is Van der Sar nog steeds nummer één. “Hij heeft tenslotte de nul gehouden vandaag.”

De aarzeling van Van der Sar had grote, maar geen verstrekkende gevolgen. De verdedigers raakten volledig van streek en bestookten hun doelman met nonchalante terugspeelballen. Ze werden bovendien aan alle kanten voorbijgelopen door de Fransen. Wanneer Baticle, Vahirua en Cocard alleen maar een beetje geluk hadden gehad, zou Amsterdam nu in rouw gehuld zijn.

Blind bleek na een kwartier al weer last te hebben van zijn dijbeenblessure en liet zich vervangen door Seedorf. Die merkwaardige opstelling: Blind als nummer 4 op de plaats van Jonk, omdat hij in staat is een splijtende dieptepass te geven op Bergkamp. De nood moet hoog zijn bij Ajax wanneer Van Gaal Blind die taak geeft. Blind is geen middenvelder, daarvoor mist hij het ritme en het inzicht. Alleen als opkomende libero kan hij uit de voeten.

En dan Frank de Boer als laatste man, een linkspoot. Een rechtsbenige voetballer kan meestal ook redelijk links trappen, een linksbenige voetballer kan zelden rechts trappen. Dat kan wel eens een nadeel zijn in de opbouw, liet De Boer zien - en aan de overkant Verlaat bij Auxerre. Kreek speelde linksback, maar had niet de ervaring om op die plaats de in Auxerre al gevaarlijkste Fransman, Cocard, af te stoppen.

Door zo met spelers te rouleren, door te doen of ze allen multifunctioneel zijn, vraagt de technische leiding van Ajax om problemen. Het geeft weer eens aan dat Ajax een schromelijk tekort aan verdedigers heeft. Met Seedorf in het hart van de verdediging liep het spel weliswaar beter. Maar met zijn zestien jaar bleek de scholier nog te weinig ervaren om riskante passes te geven. Dat juist bij hem de opbouw moest beginnen, is tekenend voor de malaise bij Ajax.

En wat te denken van de opstelling van Hansen, de Deen die in anderhalf jaar luttele minuten in het eerste van Ajax speelde? De verdediger, die zowaar fysiek geweld niet schuwt, werd een kwartier na rust de vervanger van de aan zijn lies geblesseerd geraakte Vink. Hansen nam na een kwartier in de tweede helft de plaats in van De Boer, die naar zijn vertrouwde linksbackplaats opschoof. De lange Deen was door zijn kopsterkte gewenst in de voorhoede. Maar Hansen werd pas tien minuten voor het einde, bij 1-0, naar het front gestuurd. Toen stichtte hij ook gevaar. Waarom niet op z'n Brits onmiddellijk? Dan maar met het risico echt te verliezen. Nee, dat durven ze niet bij Ajax. Geen opportunisme. Dat is de cultuur.

Ajax had niettemin kansen om alsnog de halve finale te halen. Verdediger Goma moest in de eerste helft op de doellijn redding brengen na een kopbal van Bergkamp. Dezelfde Bergkamp werd net binnen het strafschopgebied aangepakt en had een strafschop verdiend. Alflen schoot net na rust op de paal en Pettersson had een paar minuten voor tijd pech dat doelman Martini bij een schot van dicht bij op de goede plaats stond. Meer dan 1-0 (een kopbal een kwartier na rust van De Boer) had Ajax niet verdiend, voor zover je überhaupt in sport een overwinning verdient.

Ajax trof het niet met de Zwitserse scheidsrechter Röthlisberger, een man die wel eerder kritiek kreeg. Hij liet veel toe, vooral bij Auxerre, waar Rabarivony niets naliet om de enige Ajacied met een voldoende Overmars te ontwapenen. Dat lukte de Fransman ten dele. Dank zij ook de steun van Röthlisberger.

Auxerre bediende zich van een oud recept: speel zo hard als de scheidsrechter toelaat. De nederlaag afschuiven op de speelwijze van de Fransen en op het beleid van de scheidsrechter, zoals een aantal Ajacieden deed, getuigt van weinig zelfkennis. Maar die tekortkoming is wel vaker waargenomen bij Ajax.