Zand, zand, zand

Uitgestrekte zandvlakten, waar de wind de zandkorrels opjaagt tot merkwaardige heuvels en kromme eiken een wanhopig gevecht voeren tegen de elementen. Op de kaart liggen de Loonse en Drunense Duinen ingeklemd in de stedenring Waalwijk, Tilburg en Den Bosch. Maar dat valt mee. Je kunt hier werkelijk genieten van een weids uitzicht, van een verlaten landschap dat groot genoeg is om in te verdwalen.

Zaterdagmorgen, Loon op Zand. In het schrale bos dat het vroegere stuifzand van de Loonse Duinen in bedwang houdt is het stil. Niet ver hier vandaan, aan de overzijde van de vierbaansweg, ligt het sprookjesfeest De Efteling. Eerst temde de mens de natuur, toen schiep hij zijn eigen kinderwereld.

Ik loop noordwaarts, langs hei en zand tot aan de Roestelberg, een etablissement waar ruimschoots gelegenheid is om uw paard te stallen. Na een kop koffie gaat het echte werk beginnen: oostwaarts, naar de Drunense Duinen, waar het zand nog wel stuift.

Dat zand is afgezet tijdens de laatste ijstijd, toen hevige sneeuwstormen de Nederlandse toendra's teisterden en enorme hoeveelheden zand opjoegen. Later werd het gebied bedekt met bossen, maar vier- of vijfduizend jaar geleden brandde de mens het bos weer weg, om in de as graan te zaaien. Op de hoge schrale gronden ontstonden eerst heidevelden, maar ook die werden afgebrand. Het steken van heideplaggen was ook al niet bevorderlijk voor een florissante flora. Het zand ging stuiven, steeds vaker, steeds meer.

In de Middeleeuwen werd het dorp Venloon door zand en wind verzwolgen. Wat nu oogt als een imposant zand- en duingebied, dat vooral zomers een enorme aantrekkingskracht heeft op recreanten, is dus eigenlijk een gruwelijk voorbeeld van ecologisch misbruik. Wat niet wegneemt dat hedendaagse ecologen smullen van dit prachtige stuk stuifzand.

Sporen van jeeps trekken lange rechte lijnen door het vochtige zand, het is bijna windstil. Ver weg lopen twee exemplaren van homo sapiens, misschien met een hond, ik kan het niet goed zien. Ik zie verder niemand, niets. Zand, zand en nog eens zand. Het is natuurlijk mooi, maar toch ook weer niet. Dit is het wijde niets, maar wel schraal, guur - de zee is toch mooier.

Hoge stuifkoppen getuigen van de onbarmhartige kracht van de wind. Hier en daar zie je eeuwenoude "eikestrubben', bosjes die half onder het zand zijn gestoven of die hun wortels juist zien blootgestoven. Roodbruin gekleurde "oerbanken' laten de plekken zien waar de regen de mineralen nog niet heeft weggespoeld. Pijpestrootje, kruipwilg, buntgras, zandzegge en helm vechten tegen het zand, het haarmos fungeert als de pionier.

De lucht is egaal grijs, en dat blijft niet zonder gevolgen. De zon vormt geen kompas. Ik oriënteer me eerst op een ruiterpad dat ook op de kaart staat, koers later over de zandvlakte van heuvel tot heuvel tot een plek die op de kaart "Punt 20.9' schijnt te heten. Dan kies ik voor de zekerheid een richting die ik voor noordelijk houd. Zekerheid? Later blijkt dat ik op dat moment allang verdwaald ben, verloren in de verlatenheid. Na ruim een uur sta ik bij het etablissement Bosch en Duin, maar dat ligt volgens de kaart niet ten noorden maar ten zuiden van de duinen.

Na een asfaltweg kan het landschappelijk contrast niet groter zijn. Achter me liggen bossen en zandduinen, voor me weilanden, een boomkwekerij en moderne huizen en boerenhoeven. De kaalheid stemt treurig. Een kaarsrechte asfaltweg voert zuidwaarts, tot ik eindelijk het punt bereik waar linksaf een modderig landpad door de weilanden leidt.

Iets verderop ligt De Brand, een prachtig natuurgebied dat eigendom is van het Brabants Landschap, met weiden die omringd zijn door bosschages. Vennen, krommende bomen, een kudde schapen, is dit nu wat je noemt een middeleeuws cultuurlandschap? Ik bereik een merkwaardig moerasbos, dat doorkruist wordt door een lange, rechte, half verharde weg. Het stille water weerspiegelt de lucht die langzaam blauw kleurt.

Ik loop noordwaarts, terug naar de duinen. De laagstaande zon fungeert nu als richtingwijzer. En als recreantenlokker, helaas. Ik loop snel door, naar het bos van de Loonse Duinen, terug naar het uitgangspunt. Vlakbij Loon op Zand doorkruis ik plotseling de winterse restanten van een grote speeltuin. Het kindervermaak scoort in deze regio werkelijk hoog.