XTC-baas weer achter slot en grendel na vrijlating

AMSTERDAM, 16 MAART. De 39-jarige Van E., hoofdverdachte in een omvangrijke XTC-zaak die drie weken geleden op juridische gronden was vrijgelaten, is weer ingerekend. De man was onlangs tot acht jaar cel veroordeeld wegens zijn aandeel in de fabricage en distributie van de drug XTC.

De man was vrijgelaten omdat een gratieverzoek voor een andere straf die hem was opgelegd nog niet was behandeld. Volgens artikel 559 van het wetboek van strafvordering heeft een gratieverzoek een schorsende werking, wanneer iemand niet in voorlopige hechtenis zit. Met zijn vrijlating was de laatste hoofdverdachte van de "XTC-bende' op vrije voeten. Naar aanleiding van diens vrijlating wilde minister Hirsch Ballin (justitie) laten bestuderen of een gratieverzoek van een veroordeelde altijd automatisch schorsende werking voor diens gevangenisstraf zou moeten hebben.

Van E., die afgelopen vrijdagochtend op weg was naar zijn huisarts, werd door de politie klemgereden en geboeid weggevoerd. Hij verblijft nu in het Huis van Bewaring in Leeuwarden. De advocaat van Van E., de Utrechtse mr. P. Doedens overweegt nu een kort geding aan te spannen. Het openbaar ministerie is volgens de wet gehouden "redelijk denkend te handelen', aldus Doedens. De actie van het arrestatie team is daar naar zijn zeggen geen voorbeeld van. Doedens vindt dat procureur-generaal mr. R. Behling van het gerechtshof in Amsterdam verantwoordelijk is voor de actie. “Ze hebben een fout van hun kant willen corrigeren. Deze actie lijkt op afreageren,” meent de advocaat. Mr. Behling stelde naar aanleiding van Van E.'s vrijlating de schorsende werking ter discussie.

Van E. zat aanvankelijk voor de XTC-zaak in preventieve hechtenis. Doedens ging tegen verlenging van het voorarrest in appèl. Het faxbericht waarop hij beroep aantekende tegen de verlenging raakte zoek bij de strafgriffie. Het Hof besloot daarop dat de voorlopige hechtenis niet verlengd mocht worden. Van E. hoefde echter niet te worden vrijgelaten omdat er nog een straf lag, die hem in 1985 was opgelegd en een straf van vier jaar die hem in 1991 was opgelegd eveneens wegens drugdelicten. Voor deze laatste straf was in oktober 1992 een gratieverzoek ingediend. Omdat dit gratieverzoek nog niet was behandeld moest Van E. na het uitzitten van de eerste straf worden vrijgelaten.