VN maken begin met massale repatriëring van Mozambikanen

GENÈVE, 16 MAART. De Verenigde Naties hebben gisteren aangekondigd dat ze volgende maand zullen beginnen met de repatriëring van 1,3 miljoen Mozambikaanse vluchtelingen, die hun land verlaten hebben wegens de zestien jaar durende burgeroorlog.

De Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen, Sadako Ogata, zei dat dit de grootste onderneming in Afrika uit het bestaan van de vluchtelingenorganisatie van de VN (UNHCR) zal worden. De repatriëring van de vluchtelingen is mogelijk geworden omdat de strijdende partijen - de regering en de verzetsbeweging RENAMO - vorige herfst een vredesovereenkomst hebben gesloten. VN-medewerkers in Mozambique hebben bevestigd dat de veiligheidstoestand in het land de afgelopen maanden zeer is verbeterd.

Het merendeel van de vluchtelingen, 1,1 miljoen, verblijft in het buurland Malawi, terwijl 140.000 Mozambikanen een toevlucht hebben gezocht in Zimbabwe. Het plan van UNHCR voorziet in de terugkeer van een half miljoen Mozambikanen dit jaar. De operatie zal in totaal ongeveer drie jaar in beslag nemen. Zo'n 100.000 vluchtelingen zijn inmiddels al op eigen gelegenheid naar huis gegaan. Veel vluchtelingen wachtten met hun terugkeer echter op instemming van de VN.

Ogata maakte de plannen voor de repatriëring gisteren bekend na een onderhoud in Genève met de Mozambikaanse minister van buitenlandse zaken Pascoal Mocumbi. De Mozambikaanse bewindsman zei dat de terugkeer van de vluchtelingen een belangrijke impuls zou zijn voor het vredesproces in zijn land. Hij deed tevens een beroep op de internationale gemeenschap om de kostbare operatie financieel te steunen.

De terugkeer van de vluchtelingen zal in veel gevallen lastig zijn, omdat de infrastructuur van Mozambique grotendeels verwoest is. Talrijke wegen en bruggen zijn onbegaanbaar geworden. Bovendien zijn grote delen van het land, in het bijzonder in de grensgebieden bezaaid met vele honderdduizenden landmijnen. Ook zullen er voorzieningen moeten worden getroffen voor het onderwijs en de gezondheidzorg van de thuiskomers. (Reuter, AP)