Uitdunning CAO's

Het sociale experiment met de reparatie van de WAO lijkt uit te lopen op de differentiatie die werkgevers altijd graag hebben gezien. Nu de Industriebond FNV de eis heeft laten vallen dat in de CAO voor de metaalindustrie een collectieve regeling moet komen zal het herstel van de WAO per bedrijf moeten worden bevochten. In feite geeft de bond hiermee het principe op dat het de taak van de vakbeweging is werknemers met collectieve regelingen te beschermen tegen verlies van inkomen door ziekte en arbeidsongeschiktheid.

Deze opmerkelijke terugtocht van de FNV-bond bleek toch niet voldoende om de partijen tot elkaar te brengen. We moeten nu afwachten waar de maandag begonnen stakingen nog toe kunnen leiden.

De voorzitter van het Nederlands Christelijk Werkgeversverbond (NCW), dr. J.C. Blankert, heeft onlangs gepleit voor grotere verschillen in arbeidsvoorwaarden tussen bedrijven en bedrijfstakken. Dunnere CAO's passen naar zijn mening in een grotere individuele vrijheid van werknemers. Bovendien zou uitdunning van de CAO's een logische voortzetting zijn van de decentralisatie van de onderhandelingen.

Volgens Blankert houdt de hang van de vakbeweging naar centralisme grotere verschillen in arbeidsvoorwaarden en arbeidstijden nog tegen. Als voorbeeld noemde hij de invoering van deeltijdarbeid, hij had ook de WAO-reparatie kunnen noemen. Blankert is van mening dat de vakbeweging zich meer moet instellen op het individu en daarbij passen geen collectieve regelingen, ook niet voor sociale zekerheid.

Het betoog van de NCW-voorzitter, die als oud-voorzitter van de werkgeversorganisatie in de metaalindustrie, de FME, een ervaren onderhandelaar is, verwoordt het strategisch denken van de werkgevers die er altijd op uit zijn zoveel mogelijk collectieve elementen uit de CAO's te verwijderen. Dat versterkt hun positie tegenover de vakbeweging, die haar kracht tot nu toe altijd heeft gezocht in de collectiviteit.

Het chemieconcern Akzo functioneert de laatste jaren vaak als trendsetter. Vorig jaar slaagde de directie erin overeenstemming met de vakbonden te bereiken over geleidelijke vervanging van de collectieve regeling voor vervroegd uittreden door een spaarregeling op individuele grondslag. Dit jaar wil de directie zien te komen tot prestatiebeloning en een individuele WAO-verzekering.

Akzo kent al langer een CAO, die meer keuzemogelijkheden biedt. De vakbeweging staat niet langer afwijzend tegenover het idee van een cafetariasysteem. Zij ziet inmiddels ook wel in dat vernieuwingen in de collectieve arbeidsovereenkomsten nodig zijn. Een nieuwe benadering, die in het bijzonder wordt voorgestaan door de Dienstenbond FNV, zou kunnen zijn de CAO te zien als een systeem dat is opgebouwd uit een aantal subsystemen, zoals beloning, arbeidstijden, functiewaardering, personeelsontwikkeling, organisatie van het werk, arbeidsomstandigheden en medezeggenschap. Het is denkbaar dat algemene doelstellingen voor een sector of bedrijfstak per subsysteem worden vertaald naar bedrijfsdoelen.

In deze visie zou ook het overleg met de werkgevers anders moeten worden opgezet. Zo zouden werkgeversverenigingen of concerns eens in de drie of vier jaar met de vakverenigingen overleg kunnen plegen over lange-termijndoelen. De resultaten van dat overleg kunnen worden vastgelegd in meerjarige CAO-bepalingen. Jaarlijks wordt dan onderhandeld over lonen en bepalingen die daar direct mee samenhangen.

Deze aanpak, die in elk geval de collectieve bescherming en versterking van de rechtspositie van werknemers moet garanderen, is een voorwaarde voor een tweede stap tot vernieuwing, namelijk het differentiëren van de onderhandelingen per bedrijf. Per subsysteem worden modules ontwikkeld die gelijkwaardig en onderling uitwisselbaar zijn. De werknemers zouden meer keuzemogelijkheden krijgen door bepaalde elementen uit een moduul te ruilen met elementen van een ander moduul, de CAO à la carte. Zo zouden ATV-dagen kunnen worden gekocht of verkocht in ruil voor bij voorbeeld spaarregelingen of verbetering van de pensioenaanspraken.

Deze benadering, die zeker nog niet door alle bonden wordt aanvaard en in de praktijk gebracht, zou de vakbeweging aantrekkelijker kunnen maken voor werknemers die mondig genoeg zijn om zelf te kunnen kiezen. De tijd waarin de werknemers als het ware werden gekoloniseerd door allerlei collectieve regelingen lijkt zo langzamerhand voorbij te zijn. In dit opzicht is "uitdunning van de CAO', zoals Blankert bepleit, niet louter een werkgeversbelang. Voorwaarde is wel dat een dergelijke verandering het resultaat is van een door werkgevers en werknemers bewust gekozen en beheerst proces.