Solidariteitspact onder vuur

De onverdeelde vreugde van politiek, bedrijfsleven en banken over het zaterdag gesloten Solidariteitspact voor opbouw van Oost-Duitsland en herstel van de Westduitse economie heeft maar kort geduurd. Dat verrast niet: de oppositionele SPD bijvoorbeeld kan feestelijke politieke hoera's voor een onder leiding van kanselier Kohl bereikt resultaat moeilijk dagenlang blijven meezingen.

Maar zulke samenzang duurde dit keer wel héél kort. SPD-politici als Rudolf Dressler, plaatsvervangend fractieleider en sociaal-economisch woordvoerder in de Bondsdag, vindt het pact bij nader inzien “sociaal niet evenwichtig”, al zijn de kortingen op werkloosheids- en bijstandsuitkeringen dan van de baan. Dressler vindt dat te veel is gekeken naar de opbouw van Oost-Duitsland en de belangen van de deelstaten (die hun aandeel in de BTW-opbrengst direct van 37 naar 44 procent zien stijgen), maar te weinig naar de consolidatie van de Westduitse economie en overheidsfinanciën.

Want, meent Dressler, en zo klinkt trouwens ook kritiek op uit de bankwereld en het bedrijfsleven, nu de Duitse regering om conjuncturele redenen heeft afgedwongen dat de directe belastingen pas in 1995 omhoog gaan (met een opslag van 7,5 procent) zal deze BTW-verschuiving er dus toe leiden dat minister Theo Waigel (CSU, financiën) nog meer geld moet gaan lenen op de kapitaalmarkt. Niet toevallig heeft Bundesbank-president Helmut Schlesinger zich direct gisteravond alvast gereserveerd uitgesproken over de stellige verwachtingen dat er nu spoedig een verlaging van de Duitse rente komt.

Ook SPD-vice-voorzitter Oskar Lafontaine, premier van Saarland, heeft gisteren laten weten dat er, vooral voor dit en volgend jaar, nog veel nadere afspraken moeten worden gemaakt. Lees: de SPD moet onderr meer alsnog eerdere fiscale offers vragen, bijvoorbeeld van de ambtenaren en vrije beroepen, die volgens de SPD te weinig bijdragen in de kosten van de Duitse eenwording en daardoor profiteren van een Gerechtigkeitslücke. Nu hebben Dressler en Lafontaine bij de onderhandelingen in Kohls kanselarij gezeten, hun kritiek achteraf heeft daardoor iets merkwaardigs. Zij richt zich in feite tegen SPD-voorzitter en kanselierskandidaat Björn Engholm, die premier is in Sleeswijk-Holstein en de onderhandelingen met de regeringscoalitie namens zijn partij leidde. Engholm wees de door zijn partijgenoten gevraagde “heronderhandelingen” gisteren dan ook direct af.

Maar na eerste plichtmatige vriendelijkheden komen nu ook de Westduitse banken en ondernemers - Kohls “natuurlijke bondgenoten” als het ware - met kritiek. De voorzitter van het Duitse industriële verbond (BDI), Tyll Necker, zegt vanmorgen in een interview met de Süddeutsche Zeitung bijvoorbeeld dat de afspraken van het Solidariteitspact meer “nadelig” dan goed zijn voor herstel van economisch vertrouwen. Het pact staat volgens Duitse ondernemers eerder in het teken van lastenverzwaringen voor burgers en bedrijven dan van sparen door de overheden.

Necker vreest ook dat de extra middelen voor Oost-Duitsland opnieuw meer voor consumptie dan voor investeringen zullen worden gebruikt. Hij ziet de harde, vorig najaar opgewaarderde D-mark en onverminderd hoge kosten (bruto loonsom, milieu-eisen, sociale zakerheid, West-Oost-transfers) de Duitse export verder schaden, vooral in de EG (70 procent). Exportstijging en groei in landen als Polen, Hongarije en Tsjechië gaan veel sneller dan in Oost-Duitsland, dat daardoor naar zijn taxatie minder aantrekkelijk blijft voor Westduitse en andere investeerders. Bovendien: “Door zijn later begonnen recessie is Duitsland nu een rem in Europa geworden”, zegt hij, “en wij zijn er nu zelf aan schuldig dat we onze export bemoeilijken door onze slechte conjucturele ontwikkeling”.

Goed een jaar voor de volgende Bondsdagverkiezingen heeft kanselier Kohl met het akkoord dat zijn coalitie zaterdag sloot met de Duitse deelstaten en de oppositie een grote politieke slag geslagen. Dat akkoord moet het vooralsnog vooral van zijn politiek-psychologische betekenis hebben, of het economisch ook voldoende, en voldoende snel, “pakt” is vers twee. Toch is dat dringend nodig, want de Duitse economie en de toestand op de arbeidsmarkt verslechteren snel. En de politieke gevolgen dáárvan - radicalisering in heel Duitsland, en grotere ontevredenheid in het westen, grotere moedeloosheid in het oosten - kunnen zwaar gaan wegen.

Voorbeeld: sinds Kohl najaar '82 kanselier werd steeg het aantal geregisteerde banen in West-Duitsland tot een jaar geleden onafgebroken tot een record van 29,5 miljoen. Sindsdien rukte de recessie op, sedert december daalt het aantal banen (tot eind februari met 100.000), het werkloosheidscijfer steeg naar 2,3 miljoen. In Oost-Duitsland, waar nog heel veel werkloosheid “verstopt” is door werkverschaffingsprojecten en overheidssubsdies aan noodlijdende vroegere staatsbedrijven, kwamen er alleen in januari al 93.000 geregisteerde werklozen bij (nieuw totaal: 1,2 miljoen). Anders gezegd: het oktober 1992 nog geraamde jaargemiddelde van 3,5 miljoen over 1993 is al na twee maanden bereikt.