"Rapport laat vragen open'

“Ik heb altijd er rekening mee gehouden dat de vier IKON-journalisten in een hinderlaag zijn gelokt”, zegt de Nederlandse oud-diplomaat J.W. Bertens en thans lid van het Europees parlement voor D66. Het ministerie van buitenlandse zaken zond Bertens na de dood van de vier naar El Salvador om achter de toedracht te komen. “De conclusie van de VN luidt nu dat de journalisten op een afgesproken plaats op een afgesproken tijdstip zijn doodgeschoten, dus moet iemand van het verzet hebben gepraat. Helaas blijft in het VN-rapport onduidelijk of er sprake is geweest van samenwerking tussen het regeringsleger en verraders uit FMLN-kring.”

In het land verbleven destijds meer dan vijfhonderd buitenlandse journalisten, van wie vooral Amerikanen een doelwit vormden van de ultrarechtse doodseskaders. Op de dodenlijst die op 17 maart - de dag van de moorden - door het "Anti-communistische verbond van El Salvador' werd gepubliceerd, kwamen de vier Nederlanders echter niet voor.

Bertens: “Van Koster was algemeen bekend dat hij met de guerrilla sympathiseerde. Bovendien had hij de dagen daarvoor tegen iedereen gezegd dat hij in Chalatenango wilde filmen, dus dat was geen geheim. Een jezuïetenpater had hem een bezoek nog afgeraden. Maar het blijft vreemd waarom het leger juist de vier Nederlanders moest hebben, terwijl er op dat moment zoveel "regime-vijandelijke' journalisten in El Salvador rondliepen.”

De conclusie van Bertens' rapport uit 1982 luidde eveneens dat het IKON-team door soldaten van het regeringsleger om het leven was gebracht. De vraag of dit met opzet of toevallig was gebeurd liet hij destijds open. “Daar waren twee redenen voor”, zegt Bertens nu. “Ten eerste wisten de journalisten zelf niet precies wanneer zij naar Chalatenango zouden gaan. Op het allerlaatste moment besloten ze laat in de middag te vertrekken. Het tijdstip van de moorden - kwart over vijf 's middags, maakte het onwaarschijnlijk dat alles van te voren was gepland.

“Ten tweede konden zij op vier of vijf verschillende manieren het gevaarlijke gebied binnengaan en ook dat duidde op een toevallige samenloop van omstandigheden. Nu is vastgesteld dat de legereenheid, die daar dagelijks patrouilleerde, de journalisten heeft opgewacht. Die patrouille moet van tevoren zijn ingelicht; het kan niet anders of er is een complot tussen het leger en een of meerdere overlopers van de guerrilla geweest. Koster en de anderen waren ook de hele dag omringd door al dan niet betrouwbare verzetsleden. Er waren genoeg agent provocateurs. Iemand moet hebben gebabbeld.”

Volgens het VN-onderzoek was de aanslag beraamd door kolonel Mario Reyes Mena, commandant van een infanterie-eenheid in El Paraso. Bertens bezocht in 1982 met Reyes de plaats van de moorden. “Ik ben toen regelrecht door hem belazerd, hoewel hij niet eens loog toen hij zei dat de Nederlanders op die plaats in een vuurgevecht om het leven waren gekomen.”

Over de toedracht van de dood van de vier is tot nu toe nooit volledige opheldering verschaft. Het ministerie van buitenlandse zaken stuurde twee commissies, die van Bertens en die van de toenmalige ambassadeur in Mexico, baron Speyart van Woerden, naar El Salvador. Beiden konden geen harde bewijzen voor een geplande hinderlaag vinden. De voormalige minister van buitenlandse zaken Van den Broek vroeg bij de autoriteiten om opheldering, maar die verzoeken leverden niets op. Een Salvadoraanse rechter die de zaak tot op de bodem wilde uitzoeken moest na bedreigd te zijn door doodseskaders naar de Verenigde Staten vluchtten.

Hoewel het rapport de vraag of de IKON-journalisten door het linkse verzet zijn verraden openlaat, is Bertens blij dat er in elk geval een VN-rapport is verschenen. “Het zag er eerst naar uit dat de VN de moord op de Nederlanders helemaal niet zouden onderzoeken, maar na lang aandringen van de Nederlandse regering is dat toch gebeurd. Het is een merkwaardige afsluiting van een tragische zaak. In ieder geval zijn de nabestaanden nu eindelijk uit de onderzekerheid.”