Popster superieur in Brussel; Sting: speelplezier uit begindagen van The Police is terug

Concert: Sting. Bezetting: Sting (zang, bas), Dominic Miller (gitaar, zang), David Sancious (toetsen), Vinnie Colaiuta (drums). Gehoord: 14/4 Vorst Nationaal, Brussel. Herhaling: 16 en 17/3 Ahoy', Rotterdam.

De voormalige schoolmeester Gordon "Sting' Sumner behoort tot de meest ambitieuze muzikanten van de post-punkgeneratie. Zijn new-wavegroep The Police deinsde niet terug voor moeilijke maatsoorten en diepgravende tekstonderwerpen. Bij de gratie van enkele goed in het gehoor liggende, veelal reggae-achtige popliedjes werd Sting een wereldster. Sinds hij in 1985 het solopad koos, werkte hij met jazzmuzikanten en zette hij zich in voor Amnesty International en het behoud van het tropisch regenwoud. Op de hoes van zijn solodebuut The Dream Of The Blue Turtles liet hij vermelden dat hij het thema van het nummer Russians "geleend' had van Sergei Prokofjev.

Als acteur, muzikant en activist toonde de 43-jarige Engelsman zijn veelzijdigheid, maar begon hij ook een beetje op de zenuwen te werken. Ten tijde van zijn voorlaatste album The Soul Cages begonnen alle pretenties zich tegen hem te keren: Sting raakte verstrikt in krampachtige autobiografische bespiegelingen en gekunstelde, moeilijk verteerbare muziek.

Geen wonder dat zich op zijn nieuwe plaat Ten Summoner's Tales een kentering aftekent. De muziek klinkt overwegend luchtig en de jazzmuzikanten moesten het veld ruimen voor een kleine rockbezetting, waarin de jonge stergitarist Dominic Miller een sleutelrol vervult.

Op het podium speelt Sting nu weer uitsluitend basgitaar, met de maaiende bewegingen en kwajongensachtige grijns uit de Policedagen.

Het nieuwe spelplezier mocht blijken uit het feit dat er in Brussel zomaar twee liedjes van The Beatles op het programma stonden, gespeeld met de gretigheid die bij Paul McCartney tegenwoordig ver te zoeken is. Het ingewikkelde arrangement van het Sergeant Pepper-slotstuk A Day In The Life gaf vooral toetsenman David Sancious ruimte om te schitteren, met zwaar aangezette staccato's op de elektrische piano en rollende akkoorden van het orgel.

Terwijl de Police-favoriet Roxanne al vroeg in de set aanleiding gaf tot uitbundige reacties, lag de nadruk op recent materiaal. De 7/8 maat van Love Is Stronger Than Justice weerhield de zaal er niet van om vrolijk mee te deinen. Met het mild swingende reggaeritme en het quasi-Jamaicaanse accent van Englishmen In New York gaf Sting een humoristische knipoog naar de ragga-versie die de Jamaicaan Shinehead er onlangs van maakte (Ragga is een moderne hiphop-variant op reggae).

Sting had er zin in en zijn handzame band van uitgelezen muzikanten stimuleerde hem tot geïnspireerde zang, ondanks de stemproblemen die hij eerder in de tournee ondervond. Vooral in de slotnummers ging het er vrolijk aan toe, nota bene in de getergde Police-song King Of Pain en het wrange themanummer van de avond: When The World Is Running Down, You Make The Best Of What's Still Around. Nog juist op tijd voordat we waren uitgekeken op een Sting die roomser dan de paus dreigde te worden in zijn imago van politiek correcte weldoener, hervond de blonde held van veel Belgische meisjes zijn plaats als een superieur entertainer. Voor het eerst sinds de begindagen van The Police maakte hij muziek zonder valse pretenties, alsof hij met een stel van zijn schoolvriendjes in de garage stond te spelen.