Passerende schepen bedreigen woningbouw

"Absolute klasse' moest het appartementencomplex aan de Westerschelde worden. Maar het mag er niet komen, vindt de milieu-inspectie, veel te gevaarlijk.

OOSTBURG, 16 MAART. Ondernemer A.J. Verstraeten uit het Zeeuws-Vlaamse Oostburg kan er met zijn verstand niet bij. “Gewoon belachelijk” vindt hij het dat de milieu-inspectie een streep heeft gezet door zijn plan om een groot appartementencomplex te bouwen bij Breskens (gemeente Oostburg), pal aan het water van de Westerschelde.

Acht jaar geleden ontstond bij hem en een aantal zakenvrienden het plan. “Absolute klasse” moest het worden, omzoomd door een luxueuze jachthaven en bestemd voor een bovenmodaal publiek. “En dan komt er plotseling een milieu-inspecteur vertellen dat het niet mag.” Verstraeten staat wat verloren op een leeg, winderig parkeerterrein aan de dijk bij Breskens. Aan de andere kant van de dijk klotsen nog de golven, maar in de toekomst zouden daar de 220 appartementen van het plan Waterfront moeten verrijzen, met uitzicht op het omfloerste silhouet van Vlissingen aan de overzijde van de Schelde en op de passerende schepen.

Niet bekend

De Nederlandse overheid beschikt wel over gegevens van het LPG-vervoer over de rivier. “Uit tellingen blijkt dat per jaar ongeveer 540 kleine gastankers langs de Walcherse kust de Schelde opvaren, en langs de Wielingen 510. Aan die kant komen daar nog eens 460 grote LPG-tankers bij.” Volgens Bussemaker zijn de risico's op de smalle vaargeulen in de bochtige Westerschelde niet te onderschatten. “Als er twee botsen kan dat een ramp worden.” Het plan van Verstraeten noemt hij “echt veel te gevaarlijk”.

“Kletskoek”, reageert aannemer Verstraeten verbolgen. “Waar heeft die man het toch over? Vissers, die toch echt de gevaren van de zee kennen, zeggen: "Wanneer ga je bouwen, dan koop ik er ook één. Kan ik lekker met m'n voetjes in 't water zitten.' U moet eens in Vlissingen op de boulevard kijken, of in Terneuzen, of bij Walsoorden. Daar varen de schepen dichter dan vijfhonderd meter langs de kust. En toch staat het er vol met huizen. Daar gelden de veiligheidsnormen kennelijk niet.”

Verstraeten heeft inmiddels bijval gekregen. De gemeenten Vlissingen, Terneuzen en Oostburg, die vrezen voor de bouwmogelijkheden op en rond de toplocaties aan de Westerschelde, stuurden een brandbrief naar de betrokken ministeries. “Het is toch van de gekke”, vindt het Zeeuwse Tweede-Kamerlid mr. A. J. te Veldhuis (VVD). “Als dit veiligheidsbeleid wordt voortgezet betekent dat het eind van allerlei bouwplannen in Nederland.”

Inspecteur Bussemaker stapte vorig jaar onmiddellijk naar de Raad van State toen de gemeente Oostburg een vergunning wilde verlenen voor werkzaamheden voor de bouw. “En dat doen we meteen weer als de gemeente andere vergunningen verleent”, laat Bussemaker strijdlustig weten. “Als wij met dit project in Breskens akkoord gaan, komt het hele veiligheidsbeleid in Nederland op de helling te staan. Dan hebben we geen poot meer om op te staan. Voor ons is het dus een belangrijke zaak.” Bussemaker weet zich gesteund door zijn eigen minister van VROM en die van verkeer en waterstaat. In de nota "Omgaan met risico's', een bijlage van het Nationaal Milieubeleidsplan, gaat de overheid uit van een acceptabel risico bij het vervoer van gevaarlijke stoffen van één op de miljoen. “Als de appartementen bij Breskens worden gebouwd, zou het risico daar permanent tien tot honderd keer hoger liggen.”

Dat het bestaande huizenbestand aan de Westerschelde volgens het beleid van VROM,op het moment aan te hoge risico's blootstaat noemt hij een erfenis uit het verleden. “Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald, zeg ik maar. Wij willen een nieuw veiligheidsbeleid voeren. Dan moet je ergens een lijn trekken.”