Nieuwe dieselmotor pronkstuk van herrezen SWD; Directie Stork Wärtsila Diesel voorspelt topjaar

ZWOLLE, 16 MAART. In alle commotie over de vrije val van het Nederlandse bedrijfsleven kon minister Andriessen van economische zaken gisteren ook eens een positief geluid laten horen. Hij was met zichtbaar genoegen in Zwolle om bij Stork-Wärtsilä Diesel een nieuwe mediumspeed viertakt dieselmotor in werking te stellen, de kleinste zescylinder ter wereld.

Deze SW38 is volgens Stork in zijn soort één van de meest compacte, economische en modernste dieselmotoren ter wereld. Met zo'n 35 procent minder onderdelen dan vergelijkbare motoren - de concurrentie komt vooral van het Duitse MAN en Deutsch - is de krachtbron gemakkelijk te onderhouden en duurzaam. De met Finse en Nederlandse kennis ontwikkelde SW38 moet het nieuwste paradepaardje worden van Nederlands enige fabrikant van heavy duty dieselmotoren, die in de jaren zeventig en begin jaren tachtig uit een diep dal is geklommen.

Inmiddels heeft Stork-Wärtsilä Diesel (SWD) zich ontwikkeld tot internationaal marktleider in dieselmotoren voor zowel maritieme- als landinstallaties. Het bedrijf heeft nu zo'n twintig procent van die markt in handen.

“Ik ga een gevaarlijke vergelijking maken”, zegt M. Wieringa, voorzitter van de hoofddirectie van SWD, “maar motoren kun je zien als een vliegtuig. Je hebt een goed concept en dat ontwikkel je.” Daardoor kan ook de nieuwe motor, met een vermogensbereik tussen de 4000 en 12.000 kilowatt, in navolging van succesnummers als de SW620 en SW410, weer zes jaar mee.

Een belangrijk deel van de SWD-motoren, zo'n 35 procent, dient als voortstuwingsbron voor schepen: van cruiseboten tot oorlogsschepen, koelschepen, baggerschepen en ferries. Het enige segment dat Stork niet bedient is dat van de very large crude carriers (VLCC's, supertankers), die gebruik maken van zwaardere tweetakt dieselmotoren. Dieselmotoren voor "landinstallaties' beslaan het andere deel van de SWD-activiteiten. Daartoe behoren onder meer produktie en onderhoud van motoren voor de Leopard-tank.

Ondanks de inzakkende defensiemarkt en de recente terugval van de scheepsnieuwbouw - vorig jaar daalde het aantal nieuw gebouwde grote schepen wereldwijd van duizend tot achthonderd - blaakt Stork-Wärtsilä Diesel van vertrouwen. De winst nam het afgelopen boekjaar, op een omzet van 250 miljoen gulden, toe tot 13,4 miljoen gulden, tegenover 12,3 miljoen het jaar daarvoor.

De directie voorspelt dat 1993 een topjaar wordt, met een recordomzet van 433 miljoen en een winst van 17,7 miljoen gulden. In de eerste twee maanden van dit jaar werden al opdrachten ontvangen ter waarde van 98 miljoen; met Wärtsilä in Finland werd een order in de wacht gesleept om een drijvende elektriciteitscentrale in Singapore te bouwen, bestaande uit drie vaartuigen met elk een capaciteit van 35 megawatt.

SWD lijkt daarmee uit zijn as herrezen. Door een hardnekkige recessie in de zware machinebouw moest de toenmalige eigenaar, VMF-Stork, in 1978 nog bij de overheid aankloppen om financiële steun. Die werd verleend op voorwaarde dat SWD zich zou losmaken uit VMF-Stork. In 1989 - de eerste bescheiden winsten waren enkele jaren daarvoor al tot stand gekomen - werd het eerste contact gelegd met de Wärtsila Diesel Groep, een bedrijf dat aan de beurs in Helsinki genoteerd staat en zich, behalve op dieselmotoren, ook toelegt op sanitair, badkamerinrichtingen en sleutelkaarten voor onder meer hotelkamers.

Volgens Wieringa was de latere fusie met de Finnen een gouden greep. “Wärtsilä was, net als wij, te klein om internationaal te kunnen concurreren. Samen vormden wij precies de goed combinatie om werelwijd te kunnen opereren. Een schip vaart immers niet alleen in Nederland. Je moet je op deze markt wereldwijd profileren. Daarom zijn alle kleintjes ook opgeslokt door de groten.” Inmiddels heeft SWD in meer dan twintig landen eigen vestigingen en in meer dan vijftig landen agenten.

SWD dankt zijn huidige sterke positie niettemin ook voor een aanzienlijk deel aan Nederlandse overheid. Daarbij moet niet alleen worden gedacht aan de steun die het via aandeelhouder Nationale Investeringsbank kreeg in de eerste periode van zelfstandigheid, na 1978, maar ook aan ontvangen technische ontwikkelingskredieten. Voor de SW38 verschafte de overheid 13,5 miljoen gulden krediet, goed voor ongeveer de helft van de ontwikkelingskosten.

Andriessen roemde in Zwolle SWD als hèt geslaagde voorbeeld van een joint-venture tussen een Nederlands en buitenlands bedrijf.

Het voltallige personeel, ruim duizend man verdeeld over vier vestigingen, luisterde mee. Voor het personeel in Amsterdam, waar de SW38 wordt gemaakt, in Krimpen aan de Lek en in Schiedam was daarvoor een satellietverbinding aangelegd.

De fabriek in Zwolle is de enige SWD-vestiging in Nederland die niet aan het water ligt. Daarom worden daar de lichtere motoren vervaardigd, die relatief gemakkelijk over de weg kunnen worden gemaakt. Voor het vervoer van de zwaardere motoren is het water de aangewezen weg.