Nederlandse hockeytrainer Jorritsma leert in Pakistan leven met ramadan; Strafcorners trainen zonder spijs en drank

Het Nederlands hockeyteam speelt morgen in de Pakistaanse stad Lahore zijn eerste wedstrijd in het toernooi om de Champions Trophy tegen Spanje. Hans Jorritsma, oud-bondscoach van Oranje, staat dit keer langs de lijn bij het Pakistaanse team. Hij mag daar niet coachen, slechts de trainingen verzorgen. Na twintig minuten stafcorners slaan, kreeg hij al te horen: “Nu is het wel genoeg.”

LAHORE, 16 MAART. Vier jaar nadat Hans Jorritsma Nederland in het kolkende hockeystadion van Lahore naar de wereldtitel leidde tegen Pakistan, maakt hij morgen bij het begin van de Champions Trophy op die zelfde plek zijn rentree, ditmaal echter niet met Nederland maar met de in 1990 afgetroefde Pakistanen.

Jorritsma, die de Pakistanen sinds januari traint, geeft toe dat het een eigenaardige gewaarwording zal zijn om later deze week bij de wedstrijd tegen Nederland oude bekenden als Marc Delissen, Taco van den Honert en strafcornerkanon Floris-Jan Bovelander tegenover zich te vinden. Erg lang zal de koele professional er echter niet bij stilstaan: “In principe ben je toch met je eigen team bezig en dat is nu Pakistan.”

Na een reeks teleurstellende resultaten besloot de Pakistaanse hockeybond begin dit jaar Jorritsma als trainer aan te trekken, nadat hij in december al kortstondig in Pakistan had gewerkt. Het was een in de nog altijd door amateurs beheerste hockeywereld ongebruikelijke transfer.

Spoedig merkte Jorritsma dat het fenomeen trainen de Pakistanen volledig vreemd was. “Ze deden wat lichaamsoefeningen en speelden elke middag een oefenwedstrijdje, daar lieten ze het bij.” In het begin was het wennen voor beide partijen. “Na twintig minuten oefenen op de corner, wanneer je net een beetje op gang kwam, zeiden de spelers vaak: nu is het wel genoeg”, herinnert hij zich. “Het tijdsbesef is hier gewoon heel anders dan bij ons.”

Jorritsma's hoofdtaak was het de strafcorner te verbeteren, die tot dan een stiefkindje was gebleven bij de Pakistanen. Ze scoorden er veel minder treffers mee dan andere vooraanstaande hockeylanden en kregen er wel veel doelpunten door om hun oren. “In Nederland heeft de corner een traditie, hier niet”, aldus de trainer. “Ze hebben hier hun ogen uitgekeken hoe ik zo'n cornertraining in elkaar zette. Het was gewoon een openbaring voor ze.”

De corner was niet het enige obstakel dat de Nederlandse trainer moest nemen. Half februari werd hij acuut geconfronteerd met het islamitische karakter van Pakistan bij het begin van de vastenmaand, de ramadan. Die gebiedt moslims zich overdag te onthouden van spijs en drank. Een deel van de selectie negeerde dit gebod met een beroep op de uitzonderingsgevallen waarin de Koran voorziet. Anderen in de selectie waren echter zo recht in de leer dat ze weigerden hiertoe hun toevlucht te nemen.

“Die spelers probeerden toch gewoon twee keer per dag te trainen”, aldus Jorritsma. “Dat lukte natuurlijk niet. Sommigen stortten na een paar dagen in omdat ze een totaal gebrek aan vocht hadden. Hoewel anderen op ze in probeerden te praten, bleven ze toch vasten. En als ze al aten, dan namen ze heel weinig.”

Zelf werd Jorritsma eveneens belemmerd in zijn eetgewoontes. In het hotel waar hij verbleef mochten hij en de schaarse andere eters overdag slechts op bepaalde tijden in een afgeschermde ruimte, onzichtbaar voor de vastenden, voedsel en drank nuttigen. “Het was wel een bijzondere ervaring”, zegt hij glimlachend.

Jorritsma is uitdrukkelijk slechts belast met de training en niet met de coaching. De technische leiding is in handen van Khawaja Zakauddin, die het Pakistaanse team naar triomfen leidde in de jaren tachtig, onder andere bij de Olympische Spelen in Los Angeles van 1984. Volgens Jorritsma verloopt de samenwerking met Zakauddin, die hij al jaren kent, tot dusverre uitstekend.

Hij weerspreekt suggesties dat hij er op uit zou zijn het traditionele aanvallende spel van de Pakistanen om te vormen. “Daarom ben ik niet gekomen. Die speelstijl moet je zo houden, de Pakistanen zijn heel creatief in de aanval, dat is hun aard.”

Het hockeyklimaat in Pakistan wijkt sterk af van dat in Nederland. Er zijn slechts 10.000 hockeyers (vergeleken met ruim 125.000 in Nederland), van wie de meesten nooit een voet op een kunstgrasveld zetten. In heel Pakistan zijn er ongeveer tien kunstgrasvelden. Ook sommige talentvolle spelers uit het nationale team, kunnen thuis alleen maar op zanderige veldjes oefenen.

Hier staat tegenover dat alles in Pakistan ondergeschikt wordt gemaakt aan het nationale team, dat onder alle omstandigheden voorrang krijgt. Dat laatste bevalt Jorritsma, die hiervoor in Nederland doorgaans tevergeefs campagne voerde, zeer. Wanneer het om de nationale selectie gaat, nemen de Pakistanen geen halve maatregelen: ze werken langdurig met een groep van vijftig man, die pas na geruime tijd wordt teruggebracht tot dertig. Die dertig blijven tijdens het toernooi bij elkaar, ook al mogen er uiteindelijk maar zestien meespelen.

Cricket is onbetwist Pakistans populairste sport, maar ook de belangstelling voor hockey is er groot. In het stadion van Lahore wonen vaak tienduizenden toeschouwers de wedstrijden bij. Jorritsma was verbaasd dat zelfs willekeurige trainingen van het Pakistaanse team soms zo'n 1500 belangstellende trokken, evenveel als een topwedstrijd in Nederland. Ook de blonde Jorritsma zelf trok veel bekijks en moest zich naar Pakistaans gebruik herhaaldelijk knuffelpartijen laten welgevallen door hem volstrekt onbekenden.

Niet alle omstanders hebben echter begrepen dat de Nederlander nu voor Pakistan werkt. “Soms bleek dat ze dachten dat ik me gewoon weer bij het Nederlandse team zou voegen, als dat eenmaal hier arriveerde”, zegt Jorritsma geamuseerd. Ook ontmoette de aanstelling van de buitenlandse trainer enige weerstand in de doorgaans nogal nationalistische Pakistaanse pers. Andere hockeyjournalisten verdedigden echter het besluit van de bond. “Die polemiek is nu een beetje voorbij”, zegt Jorritsma, die hierdoor niet erg van zijn stuk raakte. Ook zegt hij weinig te hebben gemerkt van wrevel in Nederland na zijn besluit met de grote rivaal in zee te gaan. Of de Nederlandse trainer na wedstrijden om de Champions Trophy zal blijven, staat nog niet vast. Het besluit daarover zal in belangrijke mate afhangen van het verloop van het tournooi in Lahore van de komende dagen. Jorritsma zelf voelt er wel voor: “Ik zou het leuk vinden het karwei af te maken tot de wereldkampioenschappen van later dit jaar.” Nederland verdedigt van eind november tot begin december in Australie de wereldtitel.