Leger Salvador doodde Ikon-journalisten

NEW YORK, 16 MAART. De vier Nederlandse IKON-medewerkers die op 17 maart 1982 in El Salvador om het leven kwamen, zijn niet gedood bij een treffen tussen het leger en guerrillastrijders, zoals de officiële lezing luidt, maar doelbewust vermoord. De moord werd uitgevoerd in opdracht van kolonel Mario A. Reyes Mena van het Salvadoraanse leger, met medeweten van andere officieren. De vier werden nabij de stad El Paraso neergeschoten door een legerpatrouille onder leiding van sergeant Mario Canizales Espinoza. Deze militairen hebben later gelogen over de toedracht en het onderzoek tegengewerkt.

Dat blijkt uit het gisteren gepubliceerde rapport van de zogeheten "Commissie van waarheid' die in opdracht van de Verenigde Naties onderzoek heeft gedaan naar schendingen van de mensenrechten tijdens de burgeroorlog in El Salvador (1980-'92). Het rapport - dat de militairen verantwoordelijk stelt voor het merendeel van de moordaanslagen, standrechtelijke executies, martelingen en verdwijningen - bevestigt daarmee eerdere getuigenissen en onofficiële verklaringen.

De vier Nederlandse journalisten - Koos Koster, Jan Kuiper, Hans Terlaag en Joop Willemsen - waren in maart 1982 in El Salvador om de parlementsverkiezingen te verslaan. Koster had twee jaar eerder een reportage gemaakt over onder meer de rechtse doodseskaders, die slachtoffers maakten onder leden van de Salvadoraanse guerrillabeweging FMLN en haar vermeende sympathisanten. Het werd volgens het rapport destijds “algemeen bekend” verondersteld dat de Nederlandse journalisten een reportage maakten waarin zij de zijde van het verzet kozen.

Nadat kolonel Francisco Morán, directeur-generaal van de fiscale recherche, naar eigen zeggen, gehoord had dat de guerillero Jorge Luis Méndez dood was aangetroffen met in zijn bezit een papier waarop naam, hotel en telefoonnummer van Koos Koster stonden, riep Morán de Nederlanders op 11 maart bij zich. Koster verklaarde dat hij geen contact had met het Salvadoraanse verzet. Koster kreeg te verstaan heel voorzichtig te zijn, want “het verzet wist nu dat hij in het land was”.

Over de kwestie verscheen de volgende dag een artikel in de krant onder de kop "buitenlandse journalist contactpersoon van het verzet'. Collega's waarschuwden Koster voor het risico van verder werken. Tevens zeiden Kosters FMLN-contacten dat het verstandig zou zijn het land voor een tijdje te verlaten. Desondanks weigerde Koster zijn reportage te staken. Op de avond van 16 maart besloten de vier af te reizen naar guerrillagebied, samen met de FMLN'er "Oscar', die zou optreden als tolk. Chauffeur van het busje zou Armin Friedrich Wertz zijn, een Duitse freelance-journalist, die daarvoor tien dollar kreeg. Diezelfde avond ontdekten de Nederlanders dat hun hotelkamers waren doorzocht.

Wertz reed ze de volgende dag naar de ontmoetingsplaats met "Oscar', en een zekere Ruben, een jongen die als gids zou optreden en als enige wist waar zij met het FMLN in contact zouden komen. 's Middags om drie uur ging het gezelschap vervolgens op weg naar de provincie Chalatenango in het noorden van El Salvador, nabij de grens met Honduras, waar het FMLN zeer actief was. Tijdens de tocht stelde Wertz vast dat ze gevolgd werden door een donkerbruine jeep. Nadat ze van de hoofdweg waren afgeslagen (de jeep was inmiddels verdwenen) ontmoetten ze hun contactpersonen.

Wertz sprak met "Martn', de leider van de groep, af dat hij de vier op zondag 21 maart weer zou ophalen en vertrok. Op de terugweg stond Wertz' radio aan - schoten heeft hij in elk geval niet gehoord.

Om tien over vijf 's middags ging Martn met de groep op weg over een pad langs een heuvel. Ze liepen achter elkaar met enkele meters tussenruimte. Oscar liep voorop, daarachter Ruben, Martn tussen de journalisten en als hekkesluiter Carlos, een van Martns kameraden. Na 250 meter werd er plotseling geschoten vanaf een verdergelegen heuvel. De vier Nederlanders waren dood, Martn ontsnapte.

Sergeant Espinoza zou later verklaren dat zich in de heuvels een eenheid van de FMLN bevond. Bovendien zou het gebied een notoire plek voor schermutselingen tussen het leger en het FMLN zijn. Espinoza zei later dat zijn mannen die dag een busje gevolgd hadden, waarvan ze dachten dat het leden van het FMLN bevatte. In de lezing van de militairen kwam het bij de heuvels tot een vuurgevecht met het FMLN waarbij de Nederlanders ongelukkigerwijs het slachtoffer werden.

Die versie, die ook de Nederlandse regering destijds te horen kreeg, is nu naar het rijk der fabelen verwezen. Uit het VN-rapport blijkt dat kolonel Mario A. Reyes Mena met zijn infanteriebataljon "Atonal' de moorden beraamde tijdens een bijeenkomst op 16 maart in de kazerne van El Paraso, nadat ze eerder die dag te weten waren gekomen dat de IKON-mensen de volgende dag op weg zouden gaan. De patrouille van sergeant Espinoza lag de volgende dag vanaf vijf uur 's ochtends op een van de heuvels in een hinderlaag te wachten op de komst van de groep, aldus het rapport.