Lammers gunt zich een week om miljoen gulden te vinden

ROTTERDAM, 16 MAART. “Ik geef mezelf nog een week de tijd een miljoen bij elkaar te sprokkelen.” Jan Lammers lijkt er zelf nauwelijks in te geloven, maar hij is gewend te knokken. Gisteren kwam de Zandvoortse coureur terug uit Zuid-Afrika, waar de eerste Grote Prijs van het nieuwe Formule I-seizoen werd verreden. De Fransman Alain Prost bezegelde zijn rentree met een overwinning. Jan Lammers moest lijdzaam vanaf de kant toekijken. “Ik heb de televisiemensen een beetje geholpen. Het was niet wat ik me ervan had voorgesteld.”

Lammers en zijn stalgenoot Gounon hebben op het verkeerde paard gewed. De Britse renstal March zit diep in de financiële problemen. Vorige week kon March niet de benodigde 2,2 miljoen gulden op tafel leggen om motorleverancier Ilmor te betalen. De Britten wachten op de steun van de Franse regering die Jean Marc Gounon een miljoen heeft beloofd. March werd uitgesloten van deelneming aan de race op het circuit van Kylami. Lammers deed nog een vergeefse poging zelf geld in te zamelen. De resterende tijd bracht hij door met poolbiljart en tennis.

Het is zeer de vraag of March over twee weken in Brazilië wel aan de start verschijnt. Van belang is naar welk land de wagens verscheept worden. Naar Brazilië of naar Engeland. In het laatste geval wordt de kans op deelneming nog kleiner. Deze week bepalen Ecclestone en zijn onderdanen welke koers het vrachtschip moet aanhouden. Lammers: “Als ik eerlijk ben geef ik mezelf weinig kans, maar ik probeer deze week investeerders te overtuigen. Lukt dat, dan komen de sponsors vanzelf. Hulp van buitenaf heb ik niet. In Nederland is de know how te klein. Het valt niet altijd mee mezelf weer op te peppen. De ene dag denk ik: "Waar ben ik mee bezig', maar de volgende dag geloof ik er weer heilig in.”

Vorig jaar maakte Lammers na tien jaar afwezigheid zijn rentree in het Formule I-circus. De laatste twee Grote Prijzen stapte hij in een March-bolide: zowel in Australië als in Japan moest de nu 36-jarige coureur met materiaalpech voortijdig de pits in. Het nieuwe seizoen belooft weinig beterschap. March heeft domweg geen geld genoeg. Britse werknemers wachten al maanden op hun loon. En de motorleverancier neemt geen genoegen met een aanbetaling. Vandaar dat Lammers deze week zelf de boer op gaat. “Ik ben wel wat gewend, want ook tijdens mijn eerste avontuur in de Formule I moest ik diep in de buidel tasten.”

In 1979 maakte Jantje Lammers zijn debuut. Drie jaar later keerde het grote talent de Formule I de rug toe. Niets bleef hem bespaard. Vier verschillende renstallen, die geen van alle goed materiaal konden leveren. En de tijd dat coureurs ook in een minder snelle wagen de concurrentie de baas bleven, was toen al voorbij. Het materiaal levert de kampioen. De nieuwe Niki Lauda droop via de zijdeur af en reed de daaropvolgende jaren in sportwagens. Lammers won in 1988 de 24 uurs-race van Le Mans. Zijn Jaguar-team werd ontvangen op Buckingham Palace, maar heel Nederland was juist die week in de ban van het EK-voetbal.