Kastomaten met Kerst kan eigenlijk niet

DEN HAAG, 16 MAART. Als het aan minister Alders (milieubeheer) ligt worden er met Kerstmis geen Nederlandse tomaten meer gegeten. Uit een oogpunt van milieubeleid zijn die kastomaten een verkwisting waaraan zo snel mogelijk een einde zou moeten komen. Hoe dat in zijn werk zal gaan, is een vraag waarop hij nu nog geen antwoord heeft. “Een dergelijk besluit heeft vergaande invloed op de Nederlandse economie. Daar zijn we nog lang niet aan toe.”

Voorlopig heeft Alders moeite genoeg met het halen van de doelstellingen van het Nationaal Milieubeleidsplan Plus, zo bleek ruim een week geleden. Op een PvdA-bijeenkomst maakte directeur G. Zalm van het Centraal Planbureau toen bekend dat de emissie van koolstofdioxyde, het gas waarvan wordt aangenomen dat het voor een belangrijk deel het broeikaseffect veroorzaakt, in het jaar 2000 tien tot 15 procent hoger zal liggen dan in 1990. Het Nationaal Milieubeleidsplan Plus gaat uit van een daling met drie tot vijf procent. Vanmiddag debatteerde de Tweede Kamer met premier Lubbers over het verschil tussen de cijfers van het Centraal Planbureau en die van het officiële milieubeleid.

Zelf was Alders nauwelijks verbaasd over de cijfers van het Centraal Planbureau. De minister is al jaren voorstander van een heffing op energie, waarschijnlijk de meest effectieve manier om de uitstoot van CO2 drastisch te verminderen. De discussies over de invoering van een energieheffing zijn tot nu toe echter steeds vastgelopen. Binnen de OESO (de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling), in de EG en ook op nationaal niveau lijken maar weinig mensen eraan te willen. Een energieheffing schaadt de concurrentiepositie, is het argument, terwijl de heffing voor het milieu weinig uithaalt als niet vrijwel alle landen ter wereld eraan meedoen.

Volgens Alders zijn de energieprijzen “veel te laag”. “Dat is al heel lang zo, en het is ook niet nieuw dat we daardoor in Nederland niet in staat zijn de milieudoelstellingen te halen. Als de energieprijs laag is, is het voor bedrijven niet rendabel om in milieumaatregelen te investeren. Wel kun je je afvragen waarom het Centraal Planbureau nu met cijfers komt die nog niemand kan checken.”

Deze cijfers hadden eigenlijk van het RIVM, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne, moeten komen?

“Het RIVM heeft van ons de opdracht gekregen om het milieubeleid te evalueren. De gegevens worden nu verzameld en komen over een paar maanden beschikbaar voor het maken van het Nationaal Milieubeleidsplan 2. In zo'n evaluatie zitten veel inschattingen, bijvoorbeeld van het effect van voorlichting. Het Centraal Planbureau zegt: zo'n effect valt niet te meten, dus dat laten we buiten beschouwing. Maar wij denken dat voorlichting wel degelijk van invloed is, en dat je moet proberen die zo objectief mogelijk te beoordelen.

“Aan de andere kant kan ik me voorstellen dat de directeur van een Centraal Planbureau, dat werkt met toekomstscenario's, op een gegeven moment zegt: zo zie ik het. Het Centraal Planbureau betrekt veel gegevens van het RIVM, maar gebruikt ze anders. Men kijkt daar naar de relatie tussen economische groei en energiegebruik. Daar zijn modellen voor, op grond waarvan verschillende scenario's vallen uit te werken.

“Misschien komt het RIVM ook wel met een percentage van tien tot vijftien procent meer CO2-uitstoot in het jaar 2000, dat weet ik niet. Hoe dan ook zal de conclusie zijn, daar heb ik Centraal Planbureau noch RIVM voor nodig, dat de energieprijzen te laag zijn voor een effectief milieubeleid.”

U bent altijd een voorstander geweest van een energieheffing op nationaal niveau. Hebben de cijfers van het Centraal Planbureau u in die mening gesterkt?

“Het is een voortdurend misverstand dat ik zou vinden dat Nederland als eerste land een energieheffing moet invoeren. Vanuit een oogpunt van milieubelang is het het beste om zo'n heffing mondiaal in te voeren. Maar dat is erg moeilijk. Zelf heb ik de meeste energie gestoken in een invoering op Europees niveau. Ik ben in alle hoofdsteden van Europa geweest, om uit te leggen waarom een energieheffing nodig is. Ook op dat niveau gaat invoering echter moeizaam, en dan vraag ik mij af: als nou helemaal niemand een energieheffing wil invoeren, moeten wij dan voor struisvogel spelen en het ook niet doen? Dan moeten we bij de eerstvolgende publikatie weer constateren dat we de doelstellingen niet halen. En moeten we ons dan verbazen? Nee toch.

“Eerlijk gezegd vind ik het zo langzamerhand een vreemde zaak dat we onszelf aan de ene kant niet het instrument verschaffen om milieudoelstellingen te halen, en aan de andere kant opschrikken als we horen dat het zonder die instrumenten niet lukt. Het rendement van alles wat we op dit moment voor het milieu doen, en dat is veel, wordt beperkt door de lage energieprijzen. Daardoor glippen dingen ons door de vingers, de prikkel is te klein. Daar zit iets heel wrangs in.”

Niet alleen directeur Zalm van het Centraal Planbureau, maar ook verschillende adviesorganen hebben er inmiddels op gewezen dat invoering van een energieheffing alleen in Nederland voor het milieu weinig oplevert, en de economie wel schade toe kan brengen.

“Als Nederland als enige een energieheffing invoert, zal dat inderdaad geen doorbraak in het broeikasbeleid betekenen. Zo'n beslissing, daar moet je dan van overtuigd zijn, zal het vliegwiel in beweging zetten. Als er één schaap over de dam is, volgen er meer: in die strategie past het.”

Verwacht u dat nu Denemarken het voorzitterschap bekleedt, de invoering van een energieheffing in Europees verband dichterbij komt?

“Daar heb ik goede hoop op. Denemarken heeft de CO2-problematiek tot een van de prioriteiten van het voorzitterschap gemaakt. Men wil het liefst besluiten nemen, en anders in ieder geval een heel stuk verder komen.

“Wat nu in de Europese Gemeenschap gebeurt, is eigenlijk heel raar. Alle EG-landen hebben het Klimaatverdrag van Rio ondertekend, dat hun verplicht om de CO2-uitstoot te stabiliseren. Als de noordelijke landen binnen de EG dan een stap verder willen gaan en hun uitstoot reduceren, zou de EG in zijn totaliteit op een stabilisatie uit kunnen komen. Dat zou de zuidelijke landen ontlasten. Maar dan moeten wij wel een energieheffing kunnen invoeren, en dat willen landen als Griekenland, Spanje, Ierland en Portugal niet. Die landen zien de invoering van een energieheffing als een bedreiging.

“Een optie is dat niet alle landen meedoen. Dat kan, je kunt een energieheffing ook gefaseerd invoeren. Aan de andere kant: als de Europese Gemeenschap in zijn geheel zou besluiten tot invoering van een energieheffing, dan zouden Zwitserland, Oostenrijk en de Scandinavische landen dat voorbeeld vrijwel meteen volgen.”

Wat gaat Nederland doen als het ook onder het Deense voorzitterschap niet lukt een besluit over de invoering van een energieheffing te nemen?

“Misschien lukt het dan onder het Belgische voorzitterschap, dat volgt op het Deense. In Nederland zijn we nu op weg naar het Nationaal Milieubeleidsplan 2, dat rond de jaarwisseling moet verschijnen. Daarin moet staan wat er uit de evaluatie van het milieubeleid is gekomen, en welke conclusies we daaruit trekken. En dan gaat de vraag of er straks nog ruimte is om met Kerstmis Nederlandse kastomaten te eten, heel wat verder dan de invoering van een energieheffing.”