Investeringen chemie in besparing energie hangen aan zijden draadje

LEIDSCHENDAM, 16 MAART. Grote Nederlandse chemiebedrijven zullen extra investeringen van honderden miljoenen guldens in energiebesparing uitstellen of mogelijk zelfs afstellen. Het energieconvenant dat volgens afspraken uit 1991 omstreeks deze tijd tussen minister Andriessen (economische zaken) en de chemische bedrijfstak zou worden getekend, hangt aan een zijden draadje.

Dat blijkt uit een gesprek met de directeur van de Vereniging van de Nederlandse chemische industrie (VNCI), drs P.F. Noordervliet. In een brief aan minister Andriessen signaleerde Noordervliet onlangs “grote struikelblokken” die de totstandkoming van het energie-convenant in de weg staan.

“Ons grootste probleem is de WABM-heffing (belasting op brandstoffen) en in het bijzonder de heffing op restbrandstoffen en restwarmte”, legt Noordervliet uit. Al eerder tekenden de VNCI en andere grootverbruikers van energie bezwaar aan tegen de drastische verhoging van de WABM. Met enig succes, want over 1992 en 1993 werd de hoogte van de belasting gematigd.

Maar nu blijkt dat het bedrijfsleven niet alleen heffingen krijgt opgelegd over de brandstoffen die worden ingekocht, maar nog eens extra moet betalen over restbrandstoffen. Daarbij gaat het om warmte die bij het produktieproces vrijkomt en opnieuw wordt gebruikt. Door investeringen in warmtewisselaars, warmte-krachtcentrales en andere installaties heeft de chemie bereikt dat er nauwelijks nog overtollige gassen worden afgefakkeld, maar dat alle warmte wordt teruggeleid in de fabrieken of via stoomproduktie wordt omgezet in elektriciteit, zegt Noordervliet. Over dat nuttige hergebruik wordt nu ook belasting geheven. “Als je vroeger door de Botlek reed, zag je veel "eeuwige vlammen' op de schoorstenen. Dat betekende energieverlies en schade aan het milieu door de CO2-uitstoot. De investeringen om die vlammen weg te werken waren rendabel, en om milieuredenen gewenst, en "als beloning' gooit de overheid daar nu een milieubelasting overheen. Maar als je nu restwarmte inzet, moet je daar ook nog eens over betalen.”

“In veel gevallen betekent dat dubbel betalen, en soms zelfs veelvoudig betalen, tot tien maal toe”, zegt Noordervliet. “Die situatie komt voor bij zowel vloeibare als gasvormige brandstoffen. Er zijn gasmengsels die slechts een tiende van de calorische waarde hebben van de standaardheffing, maar je betaalt wel evenveel als die standaard. Dat is voor de chemie in Nederland een heel bijzondere en zeer nadelige situatie.” Het gaat om een kwart van de totale opbrengst van de WABM-heffing voor de industrie, in totaal zo'n 40 miljoen gulden op jaarbasis. Daar komt over de afgelopen vijf jaar nog een naheffing bij, die het totaal van de heffing op restwarmte op 100 miljoen gulden brengt. Noordervliet: “Juist nu het slecht gaat met de rendementen komt die aanslag op onze concurrentiepositie er nog eens bij. Zo'n heffing bestaat nergens ter wereld, maar wij zijn wel voor 75 procent van onze afzet afhankelijk van het buitenland.”

Het ministerie van economische zaken zegt desgevraagd in een commentaar dat bij de vormgeving van de nieuwe WABM-heffing al is besloten tot een aanmerkelijke reductie van de heffing op restbrandstoffen, vergeleken bij de oorspronkelijke plannen. Nu blijkt, aldus EZ, dat het volume van de restgassen veel groter is dan eerder werd aangenomen. Onderzocht wordt nu hoeveel groter het volume precies is en daarna zal worden bekeken in hoeverre een aanpassing van de heffing nodig is.

Noordervliet schetst een somber beeld van de Nederlandse chemie. Vorig jaar leed een aantal grote bedrijven al verlies. De gemiddelde winstpositie was tussen de 3 en 4 procent. Het rendement in deze sector was in Nederland het laagste van alle grote produktielanden en het verlies aan werkgelegenheid het grootst. Dit jaar wordt het nog erger, voorspelt hij. In volume van de produktie gemeten zal 15 procent met verlies draaien, en 90 procent kampt nu al met een te lage rentabiliteit: het rendement op investeringen daalt beneden de marktrente en beleggers kunnen hun geld dus beter op de bank zetten.

“En dat terwijl de chemie in de Verenigde Staten heel goed draait, met een winst van bijna 8 procent, gerelateerd aan de omzet. De Amerikanen hebben met hun produkten vrije toegang op de Europese markt, dat moet je je goed bedenken. Bovendien: geld dat je aan belastingen kwijt bent, kun je niet meer investeren. Investeringen in onze sector worden in zes jaar afgeschreven, dat is de norm. In tien jaar moeten ze zichzelf terugbetalen. Met deze WABM-heffing worden investeringen ontmoedigd, juist die investeringen die uit een oogpunt van energiebesparing en verbetering van het milieu belangrijk zijn. Ik voorzie dat een heleboel investeringen niet op tijd kunnen worden terugverdiend, want het gaat om procenten van onze kostprijs en dat zijn vandaag de winstmarges. Je kunt van die verhoogde kosten ook niets doorberekenen in de produktprijzen, want dan lig je uit de markt.”

Noordervliet heeft al een gesprek met de directeur-generaal Energiebeleid van Economische Zaken, Dessens, gevoerd, maar dat heeft nog weinig opgeleverd. Hij wil nu ook met minister Andriessen zelf praten. “Wij hebben duidelijk gemaakt dat we grote problemen hebben met de invulling van het energieconvenant. Met de WABM hebben we al grote moeite, maar de restwarmteheffing vinden we echt onredelijk. Die gaat tegen het doel in dat het ministerie en wij samen nastreven. En dat terwijl in de intentieverklaring die we twee jaar geleden tekenden, stond dat de overheid alle randvoorwaarden zou scheppen om het beoogde doel te bereiken. Wij willen nu eerst duidelijkheid over de struikelblokken. Als het niet lukt daarover overeenstemming te bereiken, zullen de chemische bedrijven grote moeilijkheden hebben om het convenant te ondertekenen. Sowieso wordt de hele zaak nu vertraagd.”

Noordervliet vindt dat de overheid ook extra aandacht moet geven aan de energieprijzen in Nederland. De koppeling van de aardgasprijzen aan die van olie zou moeten worden heroverwogen, omdat die het gas onnodig duur maakt. In de Verenigde Staten is aardgas 20 procent goedkoper en in de GOS-landen is de gasprijs een vijftiende van die in Nederland. Daarom heeft de Duitse chemiereus BASF nu een plan voor een eigen pijpleiding van Rusland naar Duitsland gemaakt.

“Voor de basischemie is 35 procent van de kostprijs aan energie gerelateerd en voor sommige produkten loopt dat op tot 60 procent”, aldus Noordervliet. “Energie is voor onze sector net zo belangrijk als de loonkosten. De huidige situatie is erg zorgelijk. Zo'n 30 jaar gelden maakte het Nederlandse industriebeleid, met behulp van lage aardgasprijzen het mogelijk dat grote ondernemingen hierheen werden gehaald, als Dow Chemical (Terneuzen), General Electric Chemie (Bergen op Zoom), Dupont (Dordrecht), Arco (Botlek, Rotterdam) en Hoechst (Vlissingen). Dat betekende een grote industriële activiteit met veel belastinginkomsten, maar die tijd lijkt definitief voorbij.”

Uit het pijpleidingplan van BASF blijkt volgens Noordervliet duidelijk dat de chemie zoekt naar goedkopere energie, in het bijzonder aardgas. Hij weet ook dat Nederlandse bedrijven in de sector “aan het rekenen zijn” om de mogelijkheid van een groot en langdurig contract voor aardgasleveranties uit Noorwegen te onderzoeken. De Europese ministerraad heeft plannen voor liberalisatie van de energiemarkt in de EG voorlopig op sterk water gezet, omdat de meeste lidstaten tegen het systeem van "third party access' (TPA) zijn: verplichte doorvoer van energie die van elders wordt aangekocht. Noordervliet verwacht echter dat druk van het bedrijfsleven en de Europese belangenorganisatie van de chemie CEFIC er uiteindelijk in zal resulteren dat TPA voor elke energiebron afzonderlijk zal worden voorgesteld en doorgevoerd.